Baren en priesterschap gaan samen

Het Vaticaan pleitte onlangs in een brief voor het belang van de vrouwelijke waarden als onmisbare bouwstenen voor een goede, menselijke samenleving. Als vrouwelijk waarden gelden: harmonieus samenleven, zorg voor kinderen, zorg voor elkaar in familieverband, kortom `er zijn voor de ander'. Het is van groot belang, aldus het document, dat vrouwen de kans krijgen deze waarden op alle mogelijke manieren in te brengen in de samenleving. Deze intentie gaat gepaard met een andere: het uitspreken van zorg voor al die vrouwen die door dubbele of driedubbele taken overbelast zijn. In het verlengde hiervan wordt ruimte gevraagd voor die vrouwen die ervoor kiezen fulltime moeder te zijn.

Het klinkt allemaal heel positief. Waar zit dan het probleem? Mijn hoofdbezwaar ligt in het spreken van vrouwelijke waarden en de verbinding ervan met het wezen (de natuur) van de vrouw. Ingaand tegen verworvenheden van feministische theorievorming pleit het Vaticaan voor het aanzetten van biologische verschillen tussen mannen en vrouwen. Maar waarom wil het Vaticaan de biologische eigenheid van vrouwen benadrukken? Omdat het die ziet gelegen in het `er zijn voor de ander'. Het is de hoogste waarde die een mens kan vertegenwoordigen en een vrouw kan dat van nature. Haar lichaam is tenslotte in staat leven te schenken aan een ander mens. Dit fysieke vermogen verschaft vrouwen de diepe intuïtie van het goede dat gelegen is in het doen groeien en beschermen van het leven van anderen. Ook wie geen biologische moeder wordt, weet van deze gave van zichzelf aan de ander. Ja, maagdelijkheid staat voor het inzicht dat de spirituele dimensie de fysieke dimensie overstijgt. Ondertussen zijn niet alleen vrouwen geroepen te leven `voor de ander'. Sterker, zo benadrukt de tekst, deze vorm van leven is geen simpel kenmerk van de vrouwelijke sekse.

De vervulling ervan is de bestemming van alle mensen.

Eerlijk gezegd ben ik verbijsterd door deze tekst. `Een bepaald type feministische retoriek' wordt ervan beschuldigd vrouwen tegen hun natuurlijke neiging in ertoe aan te zetten te kiezen voor zichzelf. Is tot het Vaticaan dan werkelijk niet doorgedrongen waar de specifiek aan vrouwen gerichte opdracht er `te zijn voor de ander' voor oneindig veel vrouwen toe heeft geleid? Is men daar werkelijk doof en blind voor het misbruik dat daar door de tijden heen wereldwijd van is gemaakt?

Waartoe, zo vraag je je af, dient dit geschrift? Is het om op te komen voor vrouwen die overbelast zijn door hun dubbele taak als moeder en werknemer? Dat zou goed kunnen en dat is ook van groot belang. Maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het rapport van het Vaticaan, met de verbinding tussen `vrouwelijk' geachte waarden en vrouwelijke sekse, ook een andere agenda heeft. Het geeft namelijk de argumenten in handen om vrouwen uit te sluiten van het priesterschap. Vrouwen kunnen immers de mannelijke Christus niet representeren? Toch daagt er hoop. Vrouwen blijken met hun vermogen om er te zijn voor de ander gelijkenis te vertonen met de drie-ene God, in wie de personen verenigd zijn in een liefdesgemeenschap gericht op de ander. Even meegaand met de redenering van het Vaticaan: is er een betere grond voor priesterschap?

Kune Biezeveld is hoogleraar Vrouwenstudies en Theologie aan de Universiteit van Leiden.