Banenmarkt: structureel probleem

De financiële markten werden vrijdag opgeschrikt door zwakke Amerikaanse werkgelegenheidscijfers. Het nieuws werd conjunctureel geïnterpreteerd – het economisch herstel is niet zo krachtig als gehoopt. Dat klopt, maar er is ook een structurele tendens: in de rijke landen wordt het steeds moeilijker banen te scheppen.

De aanwas van slechts 32.000 nieuwe Amerikaanse banen in juli was een grote teleurstelling. Het duidt erop dat het tempo van de banengroei in de laatste drie maanden overeenstemt met een langzaam stijgende werkloosheid en niet met een gestage economische groei. De conjuncturele opleving van de Amerikaanse economie is beslist zwakker dan verwacht. Ondanks enorme belastingverlagingen en een groot tekort op de handelsbalans lijkt de groei van het bruto binnenlands product geleidelijk af te nemen.

Schattingen van de groei voor 2004 zullen waarschijnlijk worden bijgesteld naar zo'n 3,5 procent. Belangrijker nog is dat de huidige ontwikkelingen op de arbeidsmarkt een bescheiden groeiverwachting voor 2005 ondersteunen, van wellicht minder dan 3 procent. Toch is het probleem niet alleen maar conjunctureel van aard. Welvaart zonder banengroei lijkt een mondiale trend te worden. De belangrijkste economieën van de eurozone worstelen met de werkeloosheid. In Japan blijft het cijfer historisch gezien hoog. Zelfs in Engeland heeft een stijging van het aantal arbeidsongeschikten een schaduw geworpen op de indrukwekkende daling van het werkloosheidspercentage.

Het kon wel eens tijd zijn om de lang geleden terzijde geschoven theorie van de technologische werkloosheid weer uit de kast te halen. Het grootste deel van de afgelopen twee eeuwen hebben alleen zonderlingen en vakbondsagitatoren geroepen dat een stijging van de industriële productiviteit slecht was voor de banengroei. Het bewijsmateriaal heeft de optimisten altijd gelijk gegeven – doelmatiger werkende machines droegen bij aan de stimulering van een nieuwe vraag naar goederen en met name naar arbeidsintensieve diensten.

Daar zou verandering in kunnen zijn gekomen. Zoals altijd gaan stijgingen van de industriële productiviteit ten koste van de werkgelegenheid in de fabrieken. Maar er is ook een nieuw verschijnsel – het dramatische effect van verbeterde computertechnologie op vele soorten werk in de dienstensector. Het tempo waarin de consumentenverlangens toenemen kon wel eens achterblijven bij het vermogen van de economische systemen om ze te bevredigen. Dat proces kan van tijdelijke aard zijn, maar de technologische werkloosheid zal de komende jaren waarschijnlijk een negatieve invloed blijven uitoefenen op de arbeidsmarkt – in de VS en daarbuiten.