Wie we zijn

Iemand (ik kan niet meer terugvinden wie en waar) beschreef een experiment dat als volgt ging: een aantal proefpersonen moest kaarten nemen van twee stapeltjes, stapeltje A en stapeltje B. Op de kaarten stond een vraag of een opdracht. Als ze die beantwoordden respectievelijk uitvoerden, volgde een beloning dan wel een straf. Terwijl de personen dat deden, werden hun huidgeleidingsreacties en hun hartslag gemeten. Bij mensen die veel emoties hebben laten de grafieken een grillig beeld zien, mensen in rust produceren een vlakke grafiek. Op de opdrachten en vragen in stapeltje A volgden grotere beloningen en strengere straffen dan op die uit stapeltje B. Al spoedig zag men op de grafieken een veel emotioneler, grilliger beeld, als een proefpersoon een kaart van A nam dan wanneer hij of zij een kaart van B nam. Desgevraagd antwoordden de proefpersonen echter dat het ze niets uitmaakte, A of B. Na enige tijd, waarin de emotionele weergave toenam, zeiden ze A `spannender' te vinden dan B. En pas nog weer later zagen ze in waarom.

Het lichaam, het organisme, `weet' dus al iets vóór het bewustzijn, je zou haast zegen `voor jij zelf' het weet.

Ik moet wel eerlijk zeggen dat het me in een bepaald opzicht helemaal niet verbaasde, omdat ik niet geloof dat wij onszelf kunnen kennen. Elk samenhangend en verklarend verhaal dat we over onszelf vertellen, is een constructie, waar niets tegen is, maar met de waarheid heeft dat niet veel te maken. Zo er al een waarheid zou zijn. Je moet zulke gedachten natuurlijk ook niet overdrijven, want voor je het weet is elk verhaal even goed of niet goed en kunnen mensen de grootste apekool opdissen die je dan ineens niet slechter of onwaarschijnlijker mag vinden dan een nauwkeuriger versie. Maar dat wij nogal discontinu zijn, voortdurend anders in andere gezelschappen en andere omstandigheden, dat zal iedereen die zichzelf niet wil voorliegen toch wel beamen. Niet radicaal anders, er is wel degelijk een gemiddelde of een constante en dat noem je dan persoonlijkheid of karakter. Maar zelf heb je weet van je stemmingswisselingen, je gedragsveranderingen, hoe subtiel ook, je gedachten die een heel andere gang gaan dan je buitenkant laat zien, je zwakheden, de vreemde verleidingen waaraan je blootstaat zonder er ooit aan toe te geven, de associaties die opduiken. Er is iets onbestuurbaars in ons.

Twee berichten die van de week in de krant opdoken, gingen over hoe mensen zich soms helemaal niet door een in het vooruitzicht gestelde beloning laten sturen. Studenten wie een bonus beloofd was als ze binnen een bepaalde tijd hun studie zouden voltooien, bleken niet harder te gaan studeren – de in drie groepen verdeelde studenten – geen bonus, een kleine bonus en een grote – bleken precies dezelfde gemiddelde resultaten te behalen. Ze studeerden hard of niet hard, omdat ze dat wilden (eerzucht? interesse? niets anders te doen? nieuwsgierigheid?), maar niet omdat er was gezegd: dan krijg je geld. Het andere bericht maakte duidelijk dat mensen die denken dat ze iets hebben naar de dokter gaan, ook al beloof je ze no-claim-kortingen als ze thuis blijven, zoals gedaan was in een poging om de vraag naar gezondheidszorg wat af te remmen. Geld zorgt wel voor emoties, maar het is toch niet de enige drijfveer. Gezondheid komt wel degelijk eerst. En de behoefte aan kennis, als dat het zou zijn waarom die studenten studeerde, of de behoefte om het eigen leven te leiden zoals je dat uitkomt, als dat het zou zijn, ook. Terwijl men het anders heeft gedacht. Maar misschien is dit juist een heel slecht voorbeeld, want gaat het alleen maar over de hedendaagse vergissing dat alles draait om geld en dat je met marktwerking en winst of verlies alles kunt regelen. Mooi niet. Goddank.

Dat je de eigen reacties niet altijd doorhebt, maakt misschien ook wel weer dat mensen geheel onafhankelijk van lichamelijke emoties iets vol kunnen houden. Sommige mensen getroosten zich enorme opofferingen voor iemand van wie ze houden, alles hebben ze daar voor over, tot hun leven aan toe. Anderen geloven in een idee of zijn verslingerd aan een verlangen en geven daar alles aan op. Ook al roept het lichaam nog zo hard `nee', ook al slaan alle emotiemeters woest uit, ze blijven volhouden.

Kun je beredeneren waarom je van iemand houdt? Nee. Alles wat daarover gezegd wordt zijn aspecten van de liefde, maar de liefde zelf is niet uit te drukken of te beredeneren. Die is er. En er is zoiets als de behoefte om trouw te zijn (of juist niet natuurlijk) en om een gevoel vol te houden, ook als dat geen vreugde of welbehagen meer oplevert. Er is behoefte aan een constante persoonlijkheid, aan een samenhangend verhaal dat zich, zonder dat we ons forceren, laat vertellen.

Omgekeerd kun je er ook van overtuigd zijn dat je iets zeer verlangt en er toch niet alles aan doet om dat te krijgen. Daar komen redeneringen aan te pas, natuurlijk, maar dat zijn maar redeneringen. Iets in ons deinst terug, onbegrepen.

Wie we zijn. Dat je dat maar niet weet, nooit weet. Jij en dat lichaam van je, die moeten het maar redden, zoekende, vragende, zichzelf verklarend, zichzelf voorliegend, zichzelf verbazend.

Ooit had ik een vriendje, op de middelbare school. Hij had een specifieke, in mijn opvatting lekkere, lichaamsgeur. Maar op een nacht kon ik die geur ineens niet meer verdragen en had ik, voor ik wist wat ik deed, gezegd dat het afgelopen moest zijn. Het kón niet langer. `Ik' wist van niets, maar mijn neus, mijn onbewuste emoties, die waren al op de hoogte. Net als de mensen die stapeltje A spannender vonden zonder te weten waarom. Het was een heel aardige jongen.

Misschien is dat wel het allerpersoonlijkste wat we hebben, die directe organische reacties, die we niet kunnen sturen, nauwelijks kennen, alleen af en toe door ons heen voelen trekken. Zijn wij met ons bewustzijn, onze verhalen over kiezen, beslissen, voorkeuren, rationele overwegingen de buiksprekers van impulsen die aan ons voorafgaan.

En toch kunnen we trouw zijn. Dat is mooi en onbegrijpelijk.