Wie walvis kwijt wil, moet jacht verbieden

Het pragmatische standpunt van Nederland over de walvisjacht – moratorium op vangst walvis kan worden opgeheven mits waarborgen zijn vastgelegd voor afdoende bescherming van de soort – heeft een felle en afkeurende opinie opgeleverd van Kees Camphuysen (Opiniepagina 27 juli): `Walvis wacht hetzelfde lot als steur en zalm' en `walvisvaart is niets anders dan vertrouwde overbevissing [...] tot aan het bittere einde'.

Dit standpunt dient genuanceerd te worden. Want als Camphuysen gelijk zou hebben, kun je alle visserij, overal ter wereld, beter direct stoppen.

De steur is in Nederland verdwenen aan het eind van de Middeleeuwen, vooral door inpoldering en daarmee verdwijnen van het biotoop (leefgebied). Visserij op deze trage vis deed de rest. De zalm is uit onze rivieren verdwenen, omdat deze vis in zee opgroeit en in de bovenloop van de grote rivieren paait. Kanalisatie, grindwinning en bouw van dijken en stuwen maakten de paaigronden onbereikbaar en de zalm verdween.

Voor de zalm, paling, fint en andere vissen met een trekgedrag geldt hetzelfde als voor trekvogels: ze zijn zeer kwetsbaar voor infrastructurele activiteiten en veranderingen in het biotoop (denk aan landbouw, woestijnvorming en neveneffecten van industrie en mijnbouw). Ze hebben voedsel nodig aan beide uiteinden van hun leefgebied en zijn onderweg tijdens een uitputtende tocht ook kwetsbaar. Polders, dijken, stuwdammen, windmolens en geluidswallen: daar kan geen jager of visser tegen concurreren.

Camphuysen stelt de visserij voor als een sector die hopeloos arrogant uitsluitend visbestanden uitput. Is dat terecht?

Ik zal niet ontkennen dat we, wereldwijd, te maken hebben met overbevissing. Deze is wellicht minder structureel dan Camphuysen suggereert en heeft vooral betrekking op de zogenaamde gemengde visserij op `demersale soorten' (vissen die met allerlei soorten door elkaar op de zeebodem leven en ook gemengd, samen met ondermaatse vis, worden gevangen).

De visserij op `pelagische soorten' (vissen die in scholen zwemmen zoals haring, makreel, tonijn, sardien en sardinella) is, in gebieden met een goede wet- en regelgeving (en controle daarop) en bevist door efficiënte en goed georganiseerde vloten, niet in gevaar. In tegendeel: de haringstand en makreelstand zijn reeds enkele jaren terug op historisch hoge niveaus, een aantal tonijnbestanden herstelt zich, sardinella is terug van weggeweest.

Onlangs werd een deel van de Kanaalharingvisserij gecertificeerd door de Marine Stewardship Council (MSC). Het MSC-keurmerk is in veel opzichten te vergelijken met dat voor verantwoord tropisch hardhout. De overige haringvisserij op de Noordzee en iets later die op makreel zullen binnen afzienbare tijd worden gecertificeerd door MSC.

In dit proces spelen Nederlandse vissers een belangrijke en leidende rol. Overigens is deze pelagische visserij ook goed stuurbaar: schepen richten zich op basis van beschikbaar quotum op scholen van vissoorten die nog binnen het quotum vallen en hebben de technische hulpmiddelen (als sonar) om dit ook efficiënt te doen. De reders hebben investeringen gedaan in schepen en havenfaciliteiten op grond van een langetermijnvisie en renderen alleen als hun visserij duurzaam is.

Vissers staan open voor biologisch advies en beleidsmaatregelen om visstanden te reguleren. Nederlandse reders hebben onafhankelijk wetenschappelijk advies ingehuurd (onder meer bij het Nederlandse Instituut voor Visserij Onderzoek) om de duurzaamheid van hun visserij te kunnen sturen. Dat geldt zowel voor de haring- en makreelvisserij op de Noordzee als die op sardinella bij Mauritanië.

Kees Camphuysen is wellicht persoonlijk bezorgd over het lot van de walvis en het effect van de visserij daarop. Hij gebruikt echter de verkeerde en zeker geen wetenschappelijke argumenten en plaatst alle visserij in een onverdiend zwart licht. Met de kennis van vandaag en de wil, bij beleidsmakers en visserijbedrijven, om verantwoord te vissen, kan gerichte visserij, inclusief die op de walvis, duurzaam zijn.

Beheersing van de (walvis)visserij, door optimaal gebruik te maken van deze natuurlijke hulpbronnen vol eiwit en gezonde vetten, is beter dan een verbod dat alleen zal leiden tot frustratie, ontduiken en vervolgens een niet te controleren jacht. Als je de walvis echt kwijt wilt, moet de jacht blijvend verboden worden.

Dr. J.W.D.H. Henfling is organisatieadviseur op het terrein van visserij en voedselverwerking. Hij was directeur van het Nederlandse Instituut voor Visserij Onderzoek.

www.nrc.nl/opinie : Artikel Camphuysen.