Twintig jaar sukkelen

Dankzij doorbraken in de geneeskunst en in de gezondheidszorg leven de mensen steeds langer, maar ze zijn tegen het einde van hun leven ook steeds langer ongezond. Vrouwen worden gemiddeld ouder dan mannen, maar moeten dat volgens de gezondheidsenquête van het CBS bekopen met bijna twintig jaar lang sukkelen met ouderdomskwalen, terwijl mannen een ongezonde levensverwachting hebben van veertien jaar. Gemiddeld na het zestigste levensjaar beginnen bij vrouw en man de eerste kwalen op te spelen en daarna gaat het bij velen achteruit. Gebreken die bij jongere leeftijdsgroepen nog worden bestreden, worden bij ouderen als normaal ervaren, gewoon omdat zoveel ouderen eraan lijden. Slechtziendheid, doofheid, stramheid en vergeetachtigheid bij ouderen vergen extra zorg en symptoombestrijding, maar de geneeskunde staat machteloos. Er wordt weinig onderzoek gedaan naar de oorzaken omdat deze kwalen volgens veel geneeskundigen bij ouderdom horen.

Kwalen van jongeren zijn urgenter dan gebreken van ouderen, want jongeren hebben uitzicht op meer jaren. Bovendien kan bij ouderen de behandeling schadelijker zijn dan de kwaal zelf. De sterfte bij operaties is bijvoorbeeld hoger, maar dat geldt niet voor alle geneesmethoden.

De geringe aandacht voor zogenoemde ouderdomskwalen op de lange termijn is onbevredigend. De Leidse hoogleraar verouderingsonderzoek Rudi Westendorp concludeerde zaterdag in een interview in M, het maandblad van deze krant, dat het de overheid niet lukt om de periode van ziekte te bekorten. Ziek worden en sterven verloopt over een steeds langere reeks van jaren, aldus Westendorp, ook al zou de overheid dat anders willen. Dus zal de geneeskunde meer moeten nadenken over de bestrijding of de voorkoming van ouderdomskwalen. Van veel gebreken wordt aangenomen dat ze door slijtage worden veroorzaakt, maar ze kunnen net zo goed gevolgen zijn van ziektes die kunnen worden bestreden.

Hoopvol is het onderzoek naar dementie die – zo blijkt – vaak gevolg is van slecht functionerende aderen. Mensen die dankzij eerdere doorbraken van de geneeskunde langer kunnen leven met hart- en aderkwalen, kunnen op latere leeftijd alsnog worden geplaagd door deze progressieve achteruitgang van de hersenen. Zoiets unieks als een antibioticum tegen dementie bestaat waarschijnlijk niet, maar misschien zijn er wel preventieve middelen mogelijk. Vermindering van het aantal dementen is wenselijk en er wordt ook veel geld voor zorg mee bespaard. Waarschijnlijk kunnen er ook oorzaken worden gevonden voor blindheid en doofheid bij ouderen. Deze kwalen moeten dus beter worden onderzocht dan nu gebeurt. Voor ouderen wordt het leven prettiger als ze minder geplaagd worden door kwalen en bovendien blijven ze langer zelfstandig. Een geneesmiddel tegen sterfelijkheid is er niet, maar de periode van sukkelen moet kunnen worden bekort.