Straks wegfuseren met de Nederlandsche Bank

De Pensioen- en Verzekeringskamer is de laatste jaren een echte waakhond geworden. Toch verdwijnt de kamer als zelfstandig bestuursorgaan.

Stoffig, saai, slaperig. Het imago van de Pensioen en Verzekeringskamer (PVK), een zelfstandig bestuursorgaan dat onder het ministerie van Financiën ressorteert, was niet best. En dat terwijl de 850 pensioenfondsen die Nederland telt, samen zo'n 500 miljard euro aan vermogen bezitten, meer dan Nederland in een jaar verdient.

De zelfstandige bestuursorganen (zbo's) staan ter discussie nadat D66-senator Jacob Kohnstamm vorige maand een rapport publiceerde waarin hij de onduidelijke verhouding tussen departementen en hun zbo's aan de kaak stelde. Kohnstamms visie op deze diensten is helder: alles wat de overheid zelf kan en wil doen, moet de overheid zelf doen. Het gevolg is dat het overgrote deel van de huidige zbo's ofwel teruggehaald moet worden naar het rijk, ofwel afgestoten moet worden (geprivatiseerd).

De PVK houdt toezicht op de pensioenfondsen (en op de verzekeringsmarkt) en doet dat steeds serieuzer. Het personeel van de in Apeldoorn gevestigde toezichthouder zag zijn eigen werkgever vier jaar geleden nog als ,,een kruising tussen een Skoda en een Volkswagen Golf'', zegt PVK-directeur Dirk Witteveen. Niks mis mee, maar een beetje saai en burgerlijk. Desgevraagd formuleerde het personeel een nieuwe ambitie: de PVK moest een Mercedes worden. Een reorganisatie werd op poten gezet. Hier en daar haakte een PVK-er gedesillusioneerd af, maar de toezichthouder ontwaakte langzaam. Een sluipende beurskrach, beursschandalen en een toenemende aandacht voor beter toezicht en beter ondernemersbestuur (de code-Tabaksblat) hebben van de PVK de afgelopen jaren een echte pensioenwaakhond gemaakt.

Legendarisch is inmiddels de brief van Witteveen die hij op 30 september 2002 schreef. Dit schrijven, dat onder meer eisen stelde aan de dekkingsgraad van de fondsen, sloeg in als een bom. Eenderde van de fondsen bleek onvoldoende vermogen te hebben om aan de verplichtingen te voldoen. Om ze weer weerbaar te maken, waren gigantische premieverhogingen en bijstortingen nodig. En de PVK eiste dat de fondsen aan hun deelnemers zouden uitleggen dat een automatische indexering van de pensioenen (het gelijktrekken met het salaris) geen verworven recht was, maar onder bepaalde voorwaarden zou plaatsvinden.

Fondsen riepen dat de PVK te zware eisen stelde, en zo de economie, die toch al onder druk stond, nog verder in het slop hielp. Vakbonden klaagden dat door de eisen van de PVK de ruimte om te onderhandelen over de lonen nog verder werd ingeperkt, omdat de pensioenpremies omhoog moesten. Witteveen hield echter voet bij stuk: de fondsen moesten de tekorten aanzuiveren. En de meeste verhoogden hun premies.

Die ingreep, zegt Tweede Kamerlid Staf Depla van de PvdA, heeft direct de naam van de PVK gevestigd. En dat is prima, vindt Depla. ,,Goed toezicht kan pijn doen'', vindt ook Kamerlid Pieter Omtzigt van het CDA. En pijn deed de brief van de PVK zeker. Ook Karin Bitter, plaatsvervangend directeur van de Vereniging van Bedrijfstakpensioenen, is lovend over de PVK. ,,De verhoudingen in pensioenland zijn helderder geworden. Nu is weer duidelijk waar politiek, fondsen, sociale partners en toezichthouder voor staan'', zegt ze. ,,Het toezicht op de pensioenen is zakelijker geworden.''

De harde opstelling van de PVK volgt op jaren van onoplettendheid van nagenoeg iedereen die met de pensioenen te maken had. De toezichthouder, maar ook de fondsen zelf, de sociale partners, de politiek, iedereen had zich door het gunstige economische tij in de luren laten leggen. Witteveen zelf zegt dat de herziening van de regels eigenlijk al eerder had moeten plaatsvinden. ,,Maar je weet hoe dat gaat: in economisch goede tijden lijkt alles in orde, niemand maakt zich zorgen over de dekkingsgraden, omdat de gunstige beurskoersen de werkelijke situatie versluieren. Mede door de krach hebben we nu wel een gezonder pensioensysteem.''

Volgens Witteveen is de relatie tussen departement en PVK ,,helder, open en transparant''. In het verleden, zegt hij, had de toezichthouder teveel ruimte om zelf regels op te stellen. Dat is inmiddels wel anders. ,,Het is aan de politiek om te bepalen wat een goed pensioen is. Wij krijgen dan een boodschappenlijstje waar we op moeten letten, en dat voeren we uit'', zegt hij. En als er problemen zijn binnen de PVK, moet niet de Tweede Kamer, maar de minister van Financiën hem op het matje roepen. ,,Hoewel ik best in het parlement verantwoording wil afleggen over het gevoerde beleid, zoals dat in Groot Brittannië gebeurt'', aldus Witteveen.

Natuurlijk zijn er af en toe ook `akkefietjes' met de PVK. In augustus 2003 bijvoorbeeld, toen de contouren voor de Miljoenennota 2004 duidelijk werden. Minister Zalm (Financiën) kampte nog met een gat van vier miljard euro om de begroting rond te krijgen. De PVK wilde een gemiddelde dekkingsgraad van 130 procent hanteren. Maar onder druk van het ministerie van Sociale Zaken, stelde Witteveen deze dekkingsgraad naar beneden bij naar 120 procent. Onder voorwaarden ging de PVK akkoord en daardoor kon het Centraal Planbureau een meevaller van zevenhonderd miljoen euro noteren. Want de pensioenpremies konden ook naar beneden worden bijgesteld.

En in juni van datzelfde jaar werd bekend dat Witteveen de komende jaren een forse salarisstijging van in totaal 55 procent tegemoet kan zien: van 232.000 euro in 2002 naar 360.000 euro in 2005. Die salarisstap is nodig om Witteveen, die net als de directeuren van DNB toezicht houdt op de financiële sector, op hetzelfde niveau te krijgen als een DNB-directeur. De salarisstijging leidde tot Kamervragen, maar niet tot een aanpassing van het salaris. Recenter is de discussie over de pensioenen van de PVK-bestuurders zelf. De tekorten in het PVK-pensioenfonds worden de komende jaren aangezuiverd. Met name CDA'er Omtzigt maakt zich daar kwaad over. ,,Een riante pensioenregeling'', is zijn kwalificatie. Nee, luidt het weerwoord van de toezichthouder, dat is noodzakelijk om voor de fusie met De Nederlandsche Bank schoon schip te maken.

Want de PVK zal vanaf volgend jaar niet meer als zelfstandig bestuursorgaan blijven bestaan. De al enkele jaren geleden ingezette intensievere samenwerking met DNB moet, als alles goed gaat, op 1 januari 2005 leiden tot een fusie van beide zbo's. Doel daarvan is vooral een grotere efficiëntie, hetgeen met name voor de ondertoezichtgestelden (de fondsen) een aantrekkelijk alternatief is. Zij draaien immers voor de kosten op die de PVK maakt. De fusie zou een besparing van 15 tot 25 miljoen euro kunnen opleveren. Zo ver is het echter nog niet, nu CDA'er Omtzigt de fusiewet heeft weten uit te stellen wegens onduidelijkheden over de pensioenrechten van de bestuurders van PVK en DNB en de pensioenregeling van de instellingen zelf.

Wat Witteveen betreft houdt de PVK, samen met de DNB, haar status van zbo. ,,Het is in dit geval de beste oplossing. Zalm moet niet zelf toezicht willen houden op het pensioenfonds van het rijk, het ABP. Dat gaat mis. Daarom is het goed dat we op afstand staan.'' Ook minister Zalm zelf wil voor De Nederlandsche Bank (en daarmee vook voor de huidige PVK) een uitzondering maken op Kohnstamms regel. Een toezichthouder die toezicht houdt op een markt waar de overheid zelf actief is (pensioenen in dit geval) moet op afstand blijven, vindt Zalm.

Dit is het vijfde deel van een serie over zelfstandige bestuursorganen. De eerdere delen zijn terug te lezen op www.nrc.nl.