Rechter en werkweek

De werknemers van Smead in Hoogezand, producent van kantoorartikelen, zijn vandaag weer aan hun 36-urige werkweek begonnen zoals in de CAO is vastgelegd. De overeenstemming die ze eerder met de directie van het bedrijf hadden bereikt om veertig uur te werken tegen hetzelfde loon om kostenbesparingen te bereiken, is eind vorige week door de rechter van tafel geveegd. Een bedrijf mag niet, ook niet met instemming van het personeel, afwijken van hetgeen in de CAO voor de gehele bedrijfstak is vastgelegd. Deze zogenoemde algemeenverbindendverklaring van CAO's is een van de gebeitelde beginselen van de Nederlandse arbeidsverhoudingen en zowel werkgevers als werknemersorganisaties hechten eraan omdat het de arbeidsrust bevordert en concurrentie op arbeidsvoorwaarden uitsluit. Het kabinet wil af van het automatisme van `AVV-en' omdat handhaving ervan de flexibiliteit van de arbeidsmarkt niet ten goede zou komen. De uitspraak van de rechter lijkt voor het kabinet een aansporing om de wetgeving over AVV-en snel te herzien.

Vooralsnog is de vakbeweging er in Hoogezand in geslaagd in Nederland een beweging te keren die bij enkele grote Europese bedrijven in gang is gezet. Onder druk van dreigend banenverlies zijn werknemers van Siemens en DaimlerChrysler in Duitsland, de Franse vestiging van Bosch en andere bedrijven recentelijk akkoord gegaan met een veertigurige werkweek tegen gelijkblijvend salaris. Het is een trendbreuk: aan een eeuw van bevochten vrije tijd lijkt in de particuliere sector een einde te komen. Europese werknemers zijn door de accumulatie van lange vakantie, vrije dagen. korte werkweken, deeltijdwerk en vroegtijdig uittreden duur. Werkgevers – in Nederland gesteund door minister Brinkhorst (Economische Zaken, D66) – willen de vrijetijdscultuur van hun werknemers terugdraaien en aldus de arbeidskosten per eenheid product verminderen. Bij de huidige lage inflatie in Europa is het lastig om de arbeidskosten te beperken door de bevriezing van de salarissen, daarom wordt naar het middel van langer werken gegrepen. Verbetering van de concurrentiepositie en de winstgevendheid van bedrijven moet uit de lengte of de breedte komen.

Alle mogelijke argumenten worden gehanteerd om de onontkoombaarheid van deze herziening van verworvenheden te rechtvaardigen. Het komende tekort aan werknemers door de vergrijzing, de concurrentie van lagelonenlanden, de opkomst van China, de betaalbaarheid van pensioenen en het behoud van de verzorgingsstaat. Maar langer werken biedt geen panacee voor al deze bedreigingen. Werknemers in West-Europa gaan in hun salaris niet concurreren op het niveau van India en een standaard van meer dan veertig uur zit er niet in. Bedrijven die hun concurrentiepositie willen verbeteren en kostenbesparingen willen doorvoeren, zullen dat ook door productiviteitsverhoging en andere aanpassingen moeten bereiken.

Dit alles neemt niet weg dat bedrijven grotere flexibiliteit moeten hebben om tijdelijk, onder specifieke omstandigheden, en in overleg met het personeel, werktijden te kunnen verruimen. Doordat CAO's bindend zijn voor een bedrijfstak, moeten ze dan niet als juridisch obstakel fungeren. Ongewild heeft de overwinning van de vakbeweging bij de rechter in het geval van Smead de onhoudbaarheid van het AVV-systeem aangetoond.