Japanners zijn vooral verbaasd

De Japanse aanvaller Keiji Tamada, maker van het derde doelpunt, was een van de weinige Japanners die plezier beleefde aan de vijandige sfeer in Peking tijdens de finale tussen Japan en China om de Azië Cup. ,,Het gaf ons de motivatie om te winnen'', zei hij na afloop voor een Japanse televisiecamera.

Over het geheel genomen is er in Japan echter met ontstemming en verbazing gereageerd op het vijandige gedrag van Chinese voetbalfans. Uitgebreid zijn de afgelopen dagen de beelden herhaald van het boegeroep tijdens het spelen van het Japanse volkslied en de agressie na afloop, van het verbranden van Japanse vlaggen en de confrontaties tussen Chinese fans en Chinese oproerpolitie. De regeringen van Japan en China hebben de Tweede Wereldoorlog niet als kwestie op de diplomatieke agenda staan. Dit is afgehandeld tijdens het aangaan van diplomatieke relaties in de jaren zeventig. Voor het grote publiek in China blijkt het echter anders te liggen.

Dit alles was een grote verrassing voor de Japanse voetbalfans, die gewend zijn aan vredelievende wedstrijden – zelfs als het gaat om confrontaties met de grote rivaal Zuid-Korea. Voetbalwedstrijden trekken in Japan veel families met kleine kinderen of jonge vrouwen. Zo ook dit weekeinde in Peking, waar een Japanse fan zelfs op een Japanse vlag had geschreven: `Japans-Chinese Vriendschap'.

Het mocht niet baten. Een tv-camera bevond zich tussen de Japanse fans die na afloop van de wedstrijd in het stadion moesten wachten tot de Chinese politie de situatie veilig vond. De Japanse supporters werden onder bewaking het stadion uitgeleid en in klaarstaande bussen gepropt. ,,Ze zouden ons naar het hotel brengen'', zei een vrouw nadat ze diep in de nacht de bus uitstapte. ,,Maar ons hotel is vlak bij het stadion en ik weet niet waar ik nu ben.''