CBS: de 40-urige werkweek bestaat nog

Werknemers in Nederland zijn minder gaan werken na het Akkoord van Wassenaar van 1982, maar de 40-urige werkweek is nog niet verdwenen. Eén op de tien werknemers werkte 40 uur per week in 2002: 717.000 van de ruim zeven miljoen werknemers. Als overwerkuren worden meegerekend, stijgt dat aantal naar één op de zeven. Deze veelwerkers zijn voornamelijk mannen: vier van de vijf. Dat blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vandaag publiceerde.

In Nederland en de rest van Europa is volop discussie over de noodzaak om langer te werken om de economische teruggang en de gevolgen van de vergrijzing tegen te gaan. Minister Brinkhorst (Economische Zaken) riep in zijn `groeibrief' van begin deze zomer op tot verlenging van de werkweek tot 40 uur en kondigde aan dat de overheid als werkgever het goede voorbeeld zou geven. Ondernemingsvereniging VNO-NCW pleit eveneens voor een langere werkweek, en bedrijven als Siemens, DaimlerChrysler en Bosch hebben met werknemers recent verlenging van de werkweek afgesproken, zelfs zonder dat daar extra loon tegenover staat.

De discussie lijkt het spiegelbeeld van de redenering van begin jaren tachtig. Toen besloten de sociale partners de werkloosheid te bestrijden en zo de economie te stimuleren door kortere werkweken in te voeren. Vóór 1982 werkte nog driekwart van de werknemers veertig uur of meer. Sindsdien is de arbeidsduur fors teruggelopen. In de marktsector is de gemiddelde contractuele arbeidsduur 6 procent teruggelopen, bij de overheid is dat 10 procent.

Ook is het werken in deeltijd fors toegenomen. Nog maar 55 procent van alle werknemers in Nederland had eind 2002 een voltijdbaan. Gemiddeld werkten zij ruim 38 uur per week en hadden daarnaast 4 adv-dagen per jaar.

Het grootste deel van de ruim 700.000 mensen die 40 uur of langer werken – 35.000 werknemers werkten in 2002 meer dan 40 uur per week – werkt in het midden- en kleinbedrijf: twee derde. Hier geldt `hoe kleiner het bedrijf, hoe langer de werktijden'. Bij bedrijven met minder dan negen werknemers werkt bijna een vijfde van hen 40 uur. Als het bedrijf tussen de 10 en 100 werknemers heeft werkt bijna 15 procent 40 uur, tegen maar 6 procent bij bedrijven met meer dan 100 werknemers. Er zijn ook grote verschillen tussen de sectoren. Bij de overheid, in het onderwijs en in de gezondheidszorg worden nauwelijks werkweken van 40 uur gemaakt. Dat is anders in de zakelijke dienstverlening, vervoer en communicatie, waar circa 20 procent van de werknemers 40 uur werkt. In de delfstoffenwinning is dat zelfs één op de drie.