Brandweerheld van de oliewereld

Als iemand de titel `American hero' verdient, dan is het Paul `Red' Adair, de onvermoeibare blusser van brandhaarden in olievelden over de hele wereld. De Texaan, die gisteren op 89-jarige leeftijd overleed, werd door ten minste drie presidenten geroemd wegens zijn moed, doorzettingsvermogen en vindingrijkheid bij het repareren van vuurspuwende of exploderende oliebronnen, dikwijls onder helse omstandigheden. Met het tijdig `temmen' van `wilde bronnen', zoals het in vaktaal heet, wordt niet alleen olie bespaard, maar ook een mogelijke natuurramp voorkomen.

Adair maakte furore bij het blussen van de oliebranden in Koeweit, waar ten minste 700 oliebronnen door vluchtende Iraakse soldaten waren gesaboteerd in de nasleep van de Golfoorlog in 1991. Adair, die toen al 76 was, stond vrolijk met zijn team in de woestijn die zwart zag van de coke en de rook. Samen met een handvol internationale brandweerbrigades gespecialiseerd in het blussen van oliebranden, wist hij in negen maanden tijd drie Koeweitse olievelden tot bedaren te brengen – een klus die op drie jaar was geraamd.

Een van de ingenieuze oplossingen van Adair was om de oliepijpleidingen water uit de Perzische Golf te laten pompen naar de brandhaarden – in plaats van olie in omgekeerde richting. Zo'n vijf miljard liter water werd op deze manier verplaatst.

Adair, zoon van een smid, werd in Houston geboren. Hij kwam na een baantje bij het spoor in 1938 in de Texaanse oliesector te werken. Toen eens op het werk een oliekraan vlam vatte, rende iedereen weg, behalve Adair, die het lek probeerde te dichten. Dat lukte, en al snel ging zijn naam rond als de man die olievuren kon beheersen. Na de oorlog werkte hij bij Myron Kinley, de brandweerpionier van die tijd, en in 1959 begon hij zijn eigen bedrijf, Red Adair Co.

Niet alleen slaagde `Red' – zo genoemd om zijn haarkleur, later droeg hij alleen nog rode overalls en dito helm en laarzen – erin om met zijn bedrijf in totaal zo'n 2.000 branden op alle continenten en in de meeste zeeën te blussen, nog opmerkelijker was dat geen van zijn werknemers daarbij ernstige verwondingen opliep. In 1968 werd een speelfilm gemaakt over Red Adair en zijn werk, genaamd Hellfighters, met de Amerikaanse acteur John Wayne in de hoofdrol.

Voor Adair was geen brandhaard te groot of te ingewikkeld om aan te pakken. Hij was de eerste die een brandende pijplijn onder water in bedwang wist te krijgen, en de eerste die een brand op een varend schip bluste. In 1962 baarde hij opzien toen hij een vuurpilaar in de Sahara, bijnaam `Aansteker van de Duivel', die tientallen meters de lucht in stak, stopte. In 1970 bluste hij een grote brand in Louisiana, en in 1979 een in de Golf van Mexico. Een van zijn grootste heldendaden verrichtte hij tijdens de olieramp in 1988 met de Piper Alpha, een boortoren in de Noordzee, waarbij 167 mensen om het leven kwamen. Adair wist de olieplatformen weer tot rust te brengen te midden van twintig meter hoge golven.

Hoewel Adair tijdens de Golfoorlog nog volhield dat hij ,,niet wist wat pensioneren betekent'', hield hij het in 1994 voor gezien en verkocht zijn bedrijf aan oliedienstverlener Global Industries. Twee van Adairs voormalige pupillen, Boots Hansen en Coots Matthews, waren lang daarvoor al hun eigen bedrijf begonnen. Boots & Coots geldt nu, samen met Wild Well Control, beide gevestigd in Texas, tot de belangrijkste, in oliebranden gespecialiseerde brandbestrijdingsbedrijven van de VS.