Alle duimen gaan in triomf de lucht in

Over vier dagen beginnen in Athene de 25ste moderne Olympische Spelen. Een eerste impressie vanuit de Griekse hoofdstad die een uiterst moeizame aanloop beleefde.

Welcome home. Vrijwel overal waar je kijkt of loopt in Athene, schreeuwen die twee woorden je tegemoet. Welkom thuis, welkom op gewijde grond, welkom in de wieg van de Olympische Spelen. Welkom ook in de stad die zich tot voor kort als een onmondige kleuter behandeld voelde door die grote en boze, ja, bijna vijandige buitenwereld.

Want dát zijn de trotse Grieken (nog) niet vergeten: hoe het aanzwellende leger der zwartkijkers hen de voorbije maanden en jaren heeft beschimpt en bespot. Leuk idee, de Spelen terug in het land van herkomst, maar hoe verstandig was dat, gelet op de trage voortgang van het monsterproject? Het was een bende, het bleef een bende. Chaos (Xáos) is niet toevallig een Grieks woord, voegden de cynici daar aan toe. Drie jaar vrijwel niets doen, en dan ineens besluiten tot een inhaalrace? Het was de goden verzoeken.

Niet voor niets kregen de Grieken van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) de gele kaart voorgehouden, en niet voor niets volgden daarna nog een hoop hele en halve waarschuwingen vanuit het hoofdkantoor in het Zwitserse Lausanne. En niet voor niets ook besloot het IOC zich dit voorjaar te verzekeren tegen het eventueel niet doorgaan van de Olympische Spelen. Als dat geen teken aan de wand was.

Maar toen was het nog geen augustus 2004.

Wie nu over het olympisch sportcomplex Maroussi wandelt, kan zo op het eerste gezicht niets anders dan constateren dat de Grieken het al die tijd bij het rechte eind hebben gehad. Het zou allemaal goed komen, niemand die zich zorgen behoefde te maken. `Kom in augustus maar terug, dan is alles dik in orde.' Het wat naïef klinkende standaardantwoord groeide uit tot het motto van Athene, de stad die nog niet zo lang geleden werd uitgeroepen tot de smerigste stad van West-Europa.

En vandaag, vier dagen voor het begin van de 25ste editie van de Olympische Spelen? Links en rechts rollen de vrachtwagens nog over `het hart van de 28ste Olympiade', liggen her en der bouwmaterialen opgestapeld en zijn bouwvakkers nog in de weer, en dat in de verzengende middaghitte. Maar het zijn slechts de details die bijgeschaafd moeten worden, meer is het niet. Of alles goed gaat komen? De duimen gaan triomfantelijk de lucht in. ,,Welcome in Greece, sir!''

Het Olympisch Stadion, met de futuristische boogconstructie van de vermaarde Spaanse architect Santiago Calatrava, oogt als een tempel. Ook op het ongeveer tweehonderd meter verderop gelegen olympisch zwembad, vooraf ook al zo'n zorgenkindje, valt weinig of niets aan te merken. Het dak ontbreekt, akkoord, maar verder? ,,Het ziet er tip-top uit, ik kan niet anders zeggen'', bekent voormalig olympisch zwemkampioene Ada Kok, die kort daarvoor de training van de Nederlandse ploeg heeft bijgewoond.

Zelf hebben de zwemmers ook weinig reden tot klagen. Het bad deugt en ook aan de voor topsporters vaak heilig verklaarde `randvoorwaarden' is ruim voldaan, constateert teammanager René Dekker tevreden. ,,Geen brandende zon op onze hoofden, maar een plaatsje in de schaduw héél goed. In het aangrenzende zwembad staat bovendien de airco aan, en wel op zo'n temperatuur dat de overgang van binnen naar buiten niet te groot is. Het enige waar men nu nog mee bezig is, is het aanleggen van stroken gras. Omdat het oog ook wat wil. Bespaar je de moeite, zou ik zeggen. Het gras hier is in deze tijd van het jaar niet groen, maar bruin, dus laat het dan maar lekker zo.''

En wat te denken van het olympisch dorp, dat plaats biedt aan in totaal 16.000 atleten en hun begeleiders? Ook dat voldoet aan de eisen van de moderne topsporter. Geen sfeerloze en kou doorlatende containerboxen zoals in Sydney (Olympische Spelen van 2000), maar comfortabele en ruim opgezette onderkomens met twee badkamers, twee wc's, een balkon én airconditioning. ,,Het is hier alleen nog een beetje rustig, maar dat is natuurlijk niet zo gek'', zegt zwemtrainer Jacco Verhaeren. ,,Slechts een kwart van het complex is nog maar bezet.''

Wat Verhaeren daarentegen wel bevreemdt, en hij is niet de enige, zijn de althans op het oog geringe veiligheidsmaatregelen. Athene is (nog?) geen militaire vesting. ,,Het zal wel aan mij liggen en ik ben uiteraard geen beveiligingsexpert, maar als je een godsvermogen (1,5 miljard euro, red.) aan veiligheidsmaatregelen hebt uitgegeven en je ziet daar vervolgens weinig tot niets van terug, dan vraag ik me af: waar is al dat geld in hemelsnaam in gestoken?''

Of is het de schijn die hier bedriegt? Niets zou Griekenland aan het toeval overlaten in de strijd tegen het terrorisme. Maar, zo benadrukte het organisatiecomité, de sporters, de officials en de bezoekers moesten niet het gevoel krijgen getuige te zijn van een openbare oefening van de NAVO. Met andere woorden: ze zijn er wel, de camera's, agenten en militairen, maar je ziet ze niet. Big Brother is watching you, en zo voelt het ook. Zowel op straat als in de metro.

Zaterdag nog ging premier Kostas Karamanlis hoogstpersoonlijk op inspectie. Geflankeerd door de vice-minister van Cultuur, Fani Palli-Petralia, en de IJzeren Dame, die alle vragen over de stroperige voortgang van het monsterproject de voorbije jaren steevast wegwuifde: Gianna Angelopoulos-Daskalaki. Na de rondleiding sprak Karamanlis de woorden, die zijn onderdanen dezer dagen met eenzelfde bevlogenheid uitdragen: ,,Wij zijn klaar voor buitengewone en veilige Olympische Spelen.''

Want wie je vandaag, vier dagen voor de officiële opening, ook hoort of spreekt, van de beminnelijke koffiejuffrouw tot de onvermijdelijke taxichauffeur, over één ding zijn ze het eens: het klinkt misschien voorbarig, maar Griekenland heeft een klein wonder verricht. ,,Jullie hadden gedacht dat wij het nooit zouden redden, dat het een zooitje zou worden, zo is het toch? Zoals jullie ook nooit gedacht hadden dat wij Europees kampioen zouden worden.'' En dan, met een knipoog: ,,Wij ook niet, hoor, dus dat geeft niet.''

Nee, met het zelfbewustzijn van de Grieken zit het inmiddels wel goed. Het is al weer ruim een maand geleden, maar de Hellenen verkeren nog immer in de zevende hemel na de stunt van bondscoach Otto Rehhagel en zijn geslepen voetballers. Het was een meer dan welkome mentale opsteker, een die bovendien op het juiste moment kwam, en een die het vertrouwen schraagt.

Zeker nu de voortekenen goed zijn, en zelfs het gerenoveerde wegennet lijkt te functioneren. Hoe ze het geflikt hebben? Met de Griekse slag en een flinke dosis improvisatievermogen, zoveel is zeker. Het was een verbeten race tegen de klok, en het ging niet vanzelf. Het budget is fors overschreden (7,2 in plaats van 5,5 miljard euro) en er vielen negentien overwegend Albanese doden onder de bouwvakkers te betreuren. Een gevolg van de inhaalrace is ook dat nog niet alle accommodaties aan een testwedstrijd zijn blootgesteld.

Maar, en dat telt voor de Grieken: Athene leeft en bruist. Wat drie maanden geleden nog een openbare bouwput was, zoals het Syntagmaplein pal tegenover het bruingele parlementsgebouw, is nu veranderd in een prachtig agora. En de minder vitale delen van de stad? Dat is heel simpel: onaangename, grijze stadsgezichten zijn aan het oog onttrokken en weggemoffeld achter fleurige banieren van groen, rood en blauw, die je opnieuw van harte welkom heten. In de stad die, met Barcelona (olympisch gastheer in 1992) in het achterhoofd, nog jaren plezier hoopt en denkt te kunnen beleven aan de Olympische Spelen van 2004.

Of wordt het alsnog een Griekse tragedie, en ligt de bevolking nog decennia krom voor de miljareninvesteringen?