Affaires blijven het IOC achtervolgen

Het IOC raakt maar niet verlost van leden met dubieuze praktijken. Na het omkoopschandaal rond de Winterspelen van Salt Lake City, zijn momenteel vier IOC-leden bij een affaire betrokken.

De reputatie van een besmette organisatie blijft het Internationaal Olympisch Comité (IOC) achtervolgen. Met het royement van de tien leden in 1999, die betrokken waren bij het omkoopschandaal rond de Olympische Winterspelen van 2002 in Salt Lake City, blijkt het kwaad niet te zijn uitgeroeid, want inmiddels zijn er vier nieuwe gevallen van onbehoorlijk gedrag.

Na een langdurig onderzoek wordt de IOC-leden, die deze week hun jaarlijkse vergadering in Athene houden, voorgesteld de Indonesiër Mohammed Hasan weg te sturen, nadat hij in eigen land was veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar wegens betrokkenheid bij de illegale kap van tropisch hout. Hij heeft daarmee niet in strijd met het olympisch handvest gehandeld, maar geldt niet langer als een IOC-lid van onbesproken gedrag.

Vergelijkbaar is de zaak rond Kim Un-Young, de Zuid-Koreaanse vice-president van het IOC die voorlopig uit zijn functie is ontheven. Hem hangt eveneens royement boven het hoofd, omdat hij in eigen land is veroordeeld tot een gevangenisstraf van tweeënhalf jaar wegens verduistering van geld in zijn voormalige positie als voorzitter van de internationale taekwondofederatie.

Rubén Acosta, de Mexicaanse voorzitter van de internationale volleybalbond (FIVB), heeft zich inmiddels zelf teruggetrokken als IOC-lid. Hij nam die beslissing op het moment dat de ethische commissie van het IOC een onderzoek naar financiële malversaties was begonnen. Acosta heeft een courtage van enkele miljoenen dollars ontvangen van gelden die de FIVB van het IOC en voor televisierechten heeft ontvangen. Een handeling die voor het uitvoerend comité van het IOC onacceptabel is. Voor sport bestemde gelden dienen ook als zodanig besteed te worden, vindt het IOC.

En afgelopen weekeinde gaf het uitvoerend comité de ethische commissie opdracht onderzoek in te stellen naar de Bulgaar Ivan Slavkov, die in een reportage van de Britse omroep BBC ontvankelijk bleek voor beïnvloeding van zijn stemgedrag bij de aanwijzing van een stad voor de Olympische Spelen van 2012. Intussen zijn hem zijn bevoegdheden als IOC-lid ontnomen en is hij zijn accreditatie voor de Olympische Spelen van Athene kwijt.

De kwestie-Slavkov treft het IOC recht in het hart, omdat zijn integriteit als IOC-lid direct is aangetast. Met een verborgen camera legden journalisten van de BBC vast dat Slavkov onder voorwaarden bereid was de kandidatuur van Londen voor de Spelen van 2012 te steunen. De verslaggevers deden zich voor als vertegenwoordigers van een Britse zakenman. Slavkov nam weliswaar geen geld aan, maar hij distantieerde zich evenmin van hun immorele voorstellen.

Slavkov heeft overigens geen ongeschonden blazoen, want in 1996 werd hij aangeklaagd wegens verduistering van geld in zijn hoedanigheid als voorzitter van het Bulgaars Olympisch Comité. Bewijzen konden evenwel niet worden geleverd. In 2000 werd hij vrijgesproken door de ethische commissie van het IOC, nadat de Bulgaar, die ook voorzitter is van de nationale voetbalbond, door kandidaat-stad Kaapstad was genoemd als een van de IOC-leden wier stem zou zijn gekocht bij aanwijzing van Athene als olympische stad in 2004. Maar nu lijkt de val van Slavkov als IOC-lid onafwendbaar, omdat zijn integriteit als gevolg van de televisiebeelden niet langer is gewaarborgd.

In hetzelfde programma van de BBC werd het IOC eveneens in verlegenheid gebracht door vier lobbyisten, die zich laten inhuren door kandidaat-steden om IOC-leden te beïnvloeden. Het betrof de Serviër Goran Takatch, de Hongaar Gabor Komyathy, de Egyptenaar Mahmood El Farnawana en Muttaleb Ahmed uit Koeweit. Deze agents verklaarden een stad die de Spelen wil organiseren gezamenlijk 54 stemmen te kunnen garanderen.

Alle vier bleken door het IOC niet tot persona non grata te zijn verklaard en voor de Spelen van Athene zelfs over een accreditatie te beschikken. Het uitvoerend comité besloot afgelopen weekeinde hun accreditatie met onmiddellijke ingang in te trekken en drong er bij de vijf kandidaat-steden voor de Spelen van 2012 Londen, Parijs, Moskou, Madrid en New York op aan geen zaken met lobbyisten te doen.

Gevraagd naar een nadere toelichting op de affaire Slavkov onthield IOC-voorzitter Jacques Rogge zich gisteren tijdens zijn eerste persconferentie in Athene van commentaar. Hij verwierp desgevraagd het verwijt met twee maten te meten, omdat het IOC wel eigen leden zonder een veroordeling buitenspel zet, maar sporters tegen wie een onderzoek naar doping loopt toelaat tot de Spelen. Rogge redde zich met de formele uitleg, dat er geen causaal verband bestaat, omdat sporters door hun eigen federatie worden gestraft en door hun nationaal olympisch comité worden uitgezonden. Op die procedures heeft het IOC geen invloed. Maar hij zegde wel een straf met terugwerkende kracht toe bij gebleken overtredingen van de dopingreglementen tijdens de Zomerspelen.