`Zelf beslissen is eng'

Rabbijn David Lilienthal leidt in Amsterdam liberale rabbijnen op, die een tegenwicht moeten vormen voor het groeiende fundamentalisme in joodse kring. De van oorsprong Zweedse Lilienthal leerde de trauma's van de shoah pas laat kennen. Hij verzet zich nu tegen het beeld van de antisemitische moslim. `De meeste incidenten hebben een autochtone dader.'

Aan het Levisson Instituut in Amsterdam studeren zeven mensen voor rabbijn. Onder hen een musicus, een journaliste, een natuurkundige en een hoofd employee benefits van een verzekeringsmaatschappij. Allen zijn tussen de 40 en 60 jaar oud. De opleiding, die deze maand een jaar bestaat, is de eerste liberale rabbijnenopleiding in Nederland. Vijf jaar krijgen de studenten in deeltijd les in Hebreeuws en Aramees, Halacha (joodse wet), joodse en Israëlische geschiedenis, liturgie en filosofie, maar ook in `pastorale werkzaamheden' en zelfs administratie. Volgens rabbijn David Lilienthal, decaan van het Levisson Instituut en een van de oprichters, is een rabbijn `een soort huisarts' die over zeer uiteenlopende vaardigheden moet beschikken.

Lilienthal (60), een geboren Zweed die in 1971 tijdens zijn Engelse rabbijn-opleiding naar Nederland kwam, leidde tot eind vorig jaar 32 jaar de Liberaal Joodse Gemeente in Amsterdam. Hij liet een florerende gemeente achter waar een uiteenlopende groep joden zich thuis voelt: gezinnen, alleenstaanden, samenwonenden, lesbo's en homo's en geassimileerde joden die nooit eerder een sjoel van binnen hadden gezien. De oprichting van het Levisson Instituut ziet hij als een kroon op zijn werk. Na hun opleiding komen de nieuwe rabbijnen in dienst bij een van de negen liberale gemeenten in Nederland, die het nu vaak nog zonder vaste rabbijn moeten stellen.

De nieuwe voorgangers zijn volgens Lilienthal hard nodig. Hij merkt op dat de orthodoxe gemeenten in joods Nederland onder invloed van een kleine, maar fanatieke minderheid steeds fundamentalistischer worden. Dat blijkt volgens hem onder andere uit het beleid van de orhodox-joodse gemeenten om fundamentalistische rabbijnen aan te stellen, die veel orthodoxer zijn dan de gemeenteleden. Met als gevolg dat veel gematigd orthodoxe joden zich niet meer thuisvoelen en wegdrijven van het jodendom.

Hoe komt het dat het religieuze fundamentalisme zoveel macht heeft gekregen?

,,Dat komt doordat liberale stromingen te weinig structuur en duidelijkheid bieden. In onzekere tijden bieden een fundamentalistische houding en een simplistisch wereldbeeld meer zekerheid. Het is best eng om je in een kritische omgeving te bevinden, jezelf te moeten informeren, en zelf te moeten beslissen over alles. Het biedt meer houvast als een gevestigde gezagsdrager vertelt hoe de wereld in elkaar zit en beslissingen voor je neemt.''

Kent u gemeenteleden die orthodox of fundamentalistisch zijn geworden?

,,Ja. Die mensen functioneren uitstekend in orthodoxe gemeenten, maar hun liberale herkomst geeft wel eens problemen. Sommigen weigeren bij hun ouders thuis te eten, omdat zij de keuken niet kosjer vinden. Toen een van onze leden bij ons in de sjoel trouwde, moest zijn broer eerst toestemming vragen aan zijn orthodoxe rabbijn of hij daar wel bij mocht zijn.''

Hoe moeten de rabbijnen in spe met dit probleem omgaan?

,,De orthodoxe gemeenten moeten zelf bepalen hoe ze hiermee omgaan. Wij bieden een goed alternatief, maar we zien de orthodoxie niet als concurrentie. Er is ruimte voor alle stromingen binnen het jodendom.''

Het in de negentiende eeuw ontstane liberale jodendom interpreteert de joodse religieuze traditie op een moderne manier. Zo zijn in de gebeden alle verwijzingen naar de joodse Tempel in Jeruzalem geschrapt, omdat deze geen functie meer heeft in de religie zoals die zich in de diaspora heeft ontwikkeld. In Nederland trekt het liberale jodendom veel geassimileerde joden die op zoek zijn naar hun wortels. In totaal telt de gemeente zo'n 3.500 leden. Gemengd gehuwden, die in de orthodoxe gemeente met de nek werden aangekeken en kinderen van joodse vaders en niet-joodse moeders, die volgens de Halacha (joodse wet) niet joods zijn. Maar ook onderduikkinderen die christelijk waren opgevoed en er vaak pas op latere leeftijd achterkwamen dat zij joods waren en kinderen van overlevenden van de holocaust die hun joodse identiteit niet benadrukten of zelfs verzwegen.

In Amsterdam botste deze groep nogal eens met de oudere generatie liberale joden, die vooral bestond uit `Jekkes': in de jaren dertig van de vorige eeuw uit Duitsland gevluchte joden. Zij hadden vaak een afkeer van joodse tradities die zij als `orthodox' beschouwden, zoals het naleven van de spijswetten, het dragen van een gebedsmantel of het bedekken van het hoofd in de synagoge. De nieuwelingen vonden in rabbijn Lilienthal een medestander. Hij was opgegroeid in een `eenheidsgemeente', zonder onderscheid tussen orthodox en liberaal, en voelde geen behoefte zich af te zetten tegen de orthodoxie. Sterker, hij bleek zeer gehecht aan rituelen en voerde een aantal in onbruik geraakte gebruiken opnieuw in: onderdompeling in het mikwe (rituele bad) als bevestiging van een procedure van joods worden en een meer traditionele dienst in de synagoge met bijvoorbeeld gesproken Hebreeuws. Ook kwam onder zijn redactie een nieuw gebedenboek tot stand, dat een traditionele vorm van de eredienst bevat, maar tegelijk vrouwen een gelijkwaardige rol toekent, alternatieve relaties tot op zekere hoogte erkent en veel ruimte geeft aan de verwerking van de sjoa.

Lilienthal zelf kwam pas op latere leeftijd met de shoah in aanraking. Hoewel zijn vader een Duits-joodse vluchteling was en zijn moeder een dochter van Russisch-Pools joodse immigranten, werd thuis noch op school over de oorlog gesproken – op de Zweedse lagere en middelbare scholen hield de geschiedenis bij de Tweede Wereldoorlog op. Vragen over het ontbreken van in Sobibor vermoorde opa's, oma's en andere familieleden werden ontwijkend beantwoord. De jonge David was een rebels jongetje dat op sabbat door zijn vader van straat moest worden gesleept om naar de synagoge te gaan. Hij wilde economie gaan studeren, voornamelijk omdat zijn omgeving dat als een goede keuze zag. Maar door `stevige discussies' in de zomerkampen van een joodse jeugdgroep en gesprekken met zijn toekomstige echtgenote besefte hij dat hij zich in de joodse traditie wilde gaan verdiepen. Als achttienjarige meldde hij zich aan bij het liberale rabbijnenseminarie in Londen, het Leo Baeck College, waar hij na zijn militaire dienstplicht in Zweden ging studeren.

Toen pas hoorde hij wat er in de Tweede Wereldoorlog was gebeurd. Het trof hem zo dat de emotie hem nog altijd bijna verstikt als hij erover praat. ,,Ik was totaal verbijsterd: waarom wist ik dit niet?'' Toen hij naar Amsterdam kwam om stage te lopen volgde opnieuw een harde confrontatie. Onverwachts nam hij in 1971 als 28-jarige de geestelijke leiding van de Liberaal Joodse Gemeente in Amsterdam over van rabbijn Jacob Soetendorp – die om gezondheidsredenen zijn post moest opgeven. Een half jaar later liet minister van Justitie Van Agt weten dat hij de Drie van Breda (Duitse oorlogsmisdadigers) wilde vrijlaten. Dat besluit kwam als mokerslag aan in de joodse gemeenschap, maar de jonge rabbijn was zich daar niet van bewust. In de vrijdagavondpredikatie na het Haagse besluit pleitte hij ervoor de ,,oude mannen te laten gaan''. De week daarop kende een uitzonderlijk groot aantal begrafenissen. Weet u, zei de dokter tegen Lilienthal, de enige reden dat die gemeenteleden zijn overleden, is dat Van Agt de vrijlating van de Drie nu aan de orde heeft gesteld.

Lilienthal: ,,Dat was een enorme les. Pas toen is echt tot me doorgedrongen wat de shoah had aangericht.'' Vanaf 1975, na de vrijlating van de Drie van Breda, na de vertoning van de film Weet u nu waarom ik huil? van professor Bastiaans over oorlogstrauma's en de discussies in de Tweede Kamer over de Wet Uitkeringen Vervolgingsslachtoffers, werden de rabbijnen overspoeld met vragen om hulp. Zijn collega rabbijn Awraham Soetendorp – zelf onderduikkind – hielp Lilienthal de problemen begrijpen. ,,Wij spraken een keer over een gedicht van de historicus Jacques Presser, die de ondergang van de Nederlandse joden beschreven heeft en die zelf zijn vrouw verloor in de oorlog. Het gaat over een man die zijn rozen verzorgt en zijn handen trillen. Soetendorp legde me uit dat de tekens dat er iets aan de hand was, vaak zeer subtiel waren, omdat men zijn leed verborgen hield.''

Er wordt nu veel gesproken over herlevend antisemitisme. Hebben uw gemeenteleden in Amsterdam daar mee te maken?

,,We hebben wat incidenten gehad rond onze synagoge, met schoolkinderen die scholden en vervelend waren. Ik hoor wel eens over onprettige ervaringen, maar niets waarvan ik in paniek raak. Het is geen Frankrijk of België. Als je kijkt naar het antisemitisme in Frankrijk, dan zie je overigens dat er tegelijkertijd sterke anti-moslimgevoelens zijn. Maar de Zeitgeist op dit moment is geen prettige. Er is reden om bezorgd te zijn. Via de schotelantennes komt de propaganda uit de Arabische wereld. Wat daar uitgespuwd wordt, werkt door, via de moslims ook bij de rest van de Nederlandse bevolking. Daar maak ik me meer zorgen over dan over de moslims. Op de Dappermarkt staat een echtpaar met de grootste collectie joodse en Israëlische wenskaarten in Europa, een grote Israëlische vlag op hun stalletje,midden tussen de Marokkanen en nooit een probleem. Ook niemand van hun vele joodse klanten heeft daar ooit een probleem gehad. Onderzoek van de Europese Unie en van de Anne Frankstichting laten zien dat het antisemitisme een autochtone beweging is: de meeste antisemitische incidenten hebben een autochtone dader.''

Wat doet dit opkomend antisemitisme met een getraumatiseerde gemeenschap als de joodse?

,,We krijgen verzoeken om post van onze gemeente in niet-herkenbare enveloppen te versturen. Er zijn mensen die serieus praten over emigreren, die zeggen: `dit keer willen we bijtijds wegwezen'.''

Wat vindt u ervan als joden meedoen aan het stemming maken tegen moslims, bijvoorbeeld door te roepen dat je in Amsterdam niet meer met een keppeltje op in buurten kunt lopen waar veel moslims wonen?

,,Mensen wanen zich veilig zolang een andere groep de volle laag krijgt. Dat is een natuurlijke reactie, maar wel een totale misvatting. Er zijn problemen met moslims, maar die komen van een kleine minderheid, voornamelijk pubers. En die moet je als pubers aanpakken, niet als anti-semieten.''

U bent voorstander van een aparte joodse lagere school. Sterker, op uw initiatief werd in 1982 in Amstelveen de Leo Baeckschool opgericht. Werkt zo'n aparte school de segregatie niet in de hand?

,,Het is mijn grootste teleurstelling dat we de liberaal-joodse Leo Baeckschool na zeven jaar moesten sluiten door conflicten tussen leerkrachten. Het belang van een aparte joodse lagere school ligt in de vorming van een sterke joodse identiteit, ingepast in de Nederlandse samenleving. De dominantie van de Nederlandse cultuur is alleen te compenseren door een joodse dagschool, waar kinderen `in de joodse kalender' leven.

,,Je moet zo'n school niet isoleren van de omgeving. Wat er verbeterd moet worden in het bijzonder onderwijs, is de uitwisseling met andere bijzondere scholen. De Leo Baeckschool had een goede samenwerking met de christelijke school om de hoek. Daar gingen ze kijken hoe men kerst viert en die kinderen kwamen met Soekot (Loofhuttenfeest) bij ons op school in de soeka (loofhut) zitten. Zo leer je omgaan met tradities. Je leert over jezelf te praten met mensen in de niet-joodse wereld. De samenleving moet leren omgaan met verschillen, in plaats van ze te willen wegnemen. Nederlanders willen toch ook hun eigen identiteit behouden en niet opgaan in een Europese identiteit? Nederland is een tolerant land en dat zegt het eigenlijk al: verschillen worden getolereerd, maar niet als gewoon gezien.''

Wat vindt u van het pleidooi van VVD-Kamerlid Hirsi Ali voor een verbod op nieuwe moslimscholen?

,,Ik ben in principe voorstander van bijzonder onderwijs. Ik denk dat Hirsi Ali inspeelt op de xenofobie in Nederland, in het bijzonder de angst voor de islam. Je moet natuurlijk uitkijken wat op die scholen wordt onderwezen, maar bijzondere scholen zijn heel belangrijk voor de overdracht van cultuur. Als je mensen die mogelijkheid ontneemt, wordt de situatie er niet beter op. Nu heb je via de inspectie zicht op wat er gebeurt. Dat weet je niet als kinderen na schooltijd koranles krijgen.''

Is men in Nederland ontevreden over de integratie van immigranten omdat men eigenlijk assimilatie verwacht?

,,Ja, `iedereen moet worden zoals ik'. Dat kan dus niet. Ik verbaas me over de verwachtingen die mensen hebben van integratie. Het duurt gewoon lang. Voor alle minderheden gaat het erom een balans te vinden tussen de eigen cultuur en traditie en het meedraaien in de open samenleving. In een stad als Istanbul zie je ook grote aanpassingsproblemen bij mensen die van het platteland naar de grote stad komen. Die problemen heb je in Nederland ook. Daar komen dan cultuur- en taalverschillen bij, maar het is vooral een probleem van plattelandsbevolking in de grote stad.

,,Er is veel onbegrip en onwil om mensen tegemoet te komen. Nederland heeft vrijheid van godsdienst, maar je moet soms de vakbond erbij halen om vrij te krijgen voor joodse feestdagen. Het `gevoel van onbehagen' dat de laatste jaren de sfeer heeft bepaald, roept angstige associaties bij mij op. Ik weet niet of je kunt zeggen dat de overheid die sfeer versterkt, maar zo'n Hirsi Ali vind ik een heel kwalijk mens.''