`Wij zijn Fransen, wat denkt Sharon wel'

De Parijse voorstad Sarcelles gold altijd als schoolvoorbeeld van vreedzame co-existentie van moslims en joden. Maar anti-semitische incidenten nemen toe. Premier Sharon heeft de joodse bewoners al opgeroepen tot emigratie naar Israël.

Is er moed voor nodig om een keppeltje te dragen in een bus in de Parijse voorstad Sarcelles? ,,Er is een geloofsovertuiging voor nodig'', zegt Aaron Laskar (24), die zojuist, met een keppeltje op, uit een voor het overige met bebaarde mannen in djelabba gevulde bus is gestapt. ,,En respect. Ik ga ervanuit dat als ik respect toon voor de religieuze tekens van anderen, zij dat voor de mijne hebben.'' Goed, maar is er ook nog moed voor nodig? ,,Mij is nooit iets overkomen'', zegt Laskar nu. ,,Maar een vriend van mij wel. Als ik 's avonds uitga, zet ik hem niet op.''

Sarcelles, een in de jaren zestig aangelegde, voornamelijk uit flatgebouwen bestaande voorstad ten noorden van Parijs, gold jarenlang als een schoolvoorbeeld van vreedzame co-existentie van moslims en joden. Het stadje, waarvan oud-minister Dominique Strauss-Kahn burgemeester is, telt 58.000 inwoners. Het overgrote deel van de bevolking is afkomstig uit Marokko, Tunesië en Algerije. Sarcelles herbergt met 15.000 zielen één van de grootste joodse gemeenschappen van Frankrijk, dat volgens schattingen in totaal 600.000 joodse en zes miljoen islamitische burgers telt.

Vrijwel de hele joodse gemeenschap van Sarcelles is `sefardisch': afkomstig uit Noord-Afrika. De joden vestigden zich enkele jaren eerder in Sarcelles dan de moslims. De eigenaar van een met oriëntkitsch volgepropte meubelzaak, pal tegenover het station, vertelt: ,,In het begin voelden alle immigranten, joden en moslims, zich in de eerste plaats Frans. We waren Fransen van Tunesische, Marokkaanse of Algerijnse herkomst. We kenden elkaar nog van daarginds en vonden het leuk elkaar hier weer te treffen. We hielpen elkaar.''

Dat er iets veranderd is, blijkt wel uit zijn weigering zijn naam te noemen: `David', daar wil hij het bij houden. Het is niet het enige teken aan de wand. Eén van de vijf joodse scholen van Sarcelles werd twee jaar geleden in brand gestoken. Er worden wekelijks incidenten van antisemitische aard gemeld.

Om die reden, maar ook met het oog op de grote joodse gemeenschap, waarvan een belangrijk deel bovendien orthodox is, is het plaatsje doelwit nummer één van de Israëlische semi-overheidsinstantie Agence Juive, die joden in de `diaspora' aanzet tot emigratie naar Israël. Het agentschap heeft zelfs een plan ontwikkeld met de codenaam `Eerst Sarcelles', dat voorziet in voorlichtingsavonden en deur-aan-deur-acties.

Het bestaan ervan werd in bredere kring bekend, nadat de Israëlische premier Ariël Sharon vorige maand de joden van Frankrijk opriep ,,zo snel mogelijk'' naar zijn land te emigreren, gezien het `losgeslagen' antisemitisme in Frankrijk.

De oproep wekte grote verontwaardiging in Frankrijk, niet in de laatste plaats onder de joodse gemeenschap. Sharon werd ten gevolge van zijn `onacceptabele' beschuldigingen door de Franse overheid tot `persona non grata' verklaard. Velen wezen erop dat niet antisemitisme de joodse immigratie uit Frankrijk wenselijk maakt, maar de demografische ontwikkeling in Israël zelf. Vooralsnog zijn joden er met 5,4 miljoen zielen tegenover 4,9 inwoners van Arabische afkomst in de meerderheid, maar het geboortecijfer onder de laatste groep is veel hoger.

Als reactie op de opwinding in Frankrijk sprak Israël van een `misverstand'. Daarna prees Sharon de voortdurende veroordelingen van president Chirac van antisemitische incidenten. Die zijn sinds het begin van de `tweede intifadah' in Israël, in 2000, sterk toegenomen.

In zijn meubelzaak zegt `David' dat er inderdaad ,,incidenten'' zijn, maar Sharons oproep desondanks ,,niet verstandig'' te vinden. Zijn broer Rafaël bezigt fermere taal. ,,Het is olie op het vuur! Uiteraard ligt ons hart bij Israël, maar die Sharon is een gevaarlijke man. Zijn oproep zet de zaken onnodig op scherp. Mijn dochtertje van elf werd onlangs gevraagd of ze nu in Israël gaat wonen. Dat arme kind begreep er niets van. Wij zijn Fransen, wat denkt die Sharon wel! Dank zij dit land verdienen we ons brood en hebben we een goed leven, samen met onze Arabische stadgenoten. Ja, natuurlijk ga ik met ze om! We komen allemaal uit dezelfde landen. Ik ga hier nooit meer weg.''

Toch stijgt sinds 2001 de emigratie van Franse joden naar Israël, al blijven de cijfers – rond de 2300 per jaar – bescheiden. Een medewerkster van een makelaarskantoor aan de centraal gelegen Avenue du 8 mai 1945, dat in de etalage adverteert met appartementen `in de synagoge-buurt', bevestigt ,,een zekere tendens''. Zestig procent van de klanten is ,,nog steeds'' joods, maar 'inderdaad, die verkopen tegenwoordig meer dan dat ze kopen'. De zaken lijden daar niet onder: vooral Pakistani zijn de nieuwe kopers.

Uitbater `Steve' van het koshere theehuis tegenover de synagoge, middelpunt van wat geldt als een `betere buurt', praat ,,liever niet over de problemen''. ,,Erover praten kan averechts uitpakken. Met de oudere generatie moslims, die zich met ons joden verbonden voelt, is er geen enkel probleem. Het is de in Frankrijk geboren, tweede generatie die geen wortels heeft, die problemen veroorzaakt.'' Steve – ,,in mijn hart optimistisch, in mijn hoofd pessimistisch'' – is in zijn vrije tijd buurtwerker. Hij heeft voorlichtingsavonden over Auschwitz gegeven. ,,Ook de Arabische jongeren toonden betrokkenheid, maar hoeveel bereik ik er? De scholen moeten veel meer doen.''

Aaron Laskar loopt van de bushalte naar zijn huis, een flatgebouw met veel groen eromheen, waar hij zojuist met zijn gezin ingetrokken is. Hij kan het goed vinden met zijn Arabische buren, ,,al kijken we elkaar de dag na een aanslag in Israël raar aan''. Hij is vast van plan ooit op `alyah', Hebreeuws voor emigratie naar Israel, te gaan, maar niet wegens antisemitisme in Frankrijk. ,,Ik ben orthodox. In Israël zijn hele steden waar op sabbath geen enkele auto rijdt. Overal zijn koshere winkels. Dat vind ik prettig.''