Vorstelijk beleggen (5)

Lezers zoeken houvast voor de toekomst, liefst bij anderen. Een freelancer verwoordt dit zo: `U raadt lezers altijd aan om een financieel plan te maken, maar dat vind ik zo lastig. Ik heb geen idee of en hoe lang mijn relatie stand houdt, hoe lang mijn gezondheid en de economie mij in staat stellen een inkomen te verwerven en ik heb geen idee of ik eerder overlijd dan mijn partner of net andersom. Laat staan voor hoeveel jaren ik mijn toekomst moet plannen. Bovendien laat de gezondheid van mijn partner ernstig te wensen over en sinds een jaar tob ik daar ook mee, waardoor ik niet weet hoe lang ik nog kan werken.'

Deze lezer wil graag weten wat hij nu met zijn spaargeld en zijn beleggingen (geen succes) moet doen. Maar dat moet juist blijken uit het financiële plan voor hem en voor zijn partner. Je kan niet stellen dat je niet plannen kan omdat er veel onzekerheden zijn, een euvel waar we allemaal mee kampen. Je plant juist om je onzekerheden te benoemen, de omvang en ernst ervan te schatten en de financiële gevolgen af te dekken met passende verzekeringen, een testament of een noodreserve. De uitwerking van dat plan is de basis, je kompas, van iedere vorm van vorstelijk beleggen.

Natuurlijk is dit lastig, want de (persoonlijke) toekomst laat zich niet doorgronden. Iemand van rond de veertig die aan het strand mijmert over zijn pensioen op 65 jaar blikt een kwart eeuw vooruit, naar 2029. Om een indruk te krijgen van wat er nog allemaal op je af kan komen in de komende 25 jaar, kan je ter vergelijking eens terugkijken vanaf 1979.

In 1979 waren de wereldwijde economie en de effectenbeurzen er slecht aan toe, onder meer door de oliecrisis. De Amsterdamse Optiebeurs was toen een jaartje open en draaide een armzalige gemiddelde dagomzet van vierhonderd contracten, tegen nu een paar honderdduizend contracten op een warme, stille zomerdag. Schoot de omzet toen weleens omhoog naar vijfhonderd contracten, dan opende directeur Tjerk Westerterp eigenhandig de champagneflessen om dit te vieren.

Sinds 1982 gaat de wereld(bevolking) er qua welvaart op vooruit, behoudens uitzonderingen en tijdelijke dips. Dit kan niet zo doorgaan, hoewel de profeten van de internetrevolutie dat een paar jaar geleden wel voorspelden. Met een aansluiting op het wereldwijde internet kon je via je pc euro's tanken. Zelfs midden in de woestijn of op de Noordpool. Helaas: we moeten toch zweten om de kost te verdienen. Zelfs gewoon weer veertig uur per week, als het aan ABN Amro en andere bedrijven ligt. Dat is de trend voor de komende jaren.

Is er een aanleiding voor een economische omslag – amper groei of een terugslag? Ja, op twee fronten. Langzaam ontwikkelt zich een oliecrisis, met een ander karakter dan die in de jaren zeventig. De prijzen rijzen de pan uit en die kunnen om verschillende redenen (onrust in Rusland, Irak, Nigeria) lang op peil blijven, volgens de kenners van de oliewereld, die extra profiteren van die hogere prijzen. Daarbij ontwikkelt zich gestaag een wereldoorlogje tegen het terrorisme, met een geheel ander karakter dan de twee voorgaande wereldoorlogen. Deze tegenstander is bijna onzichtbaar, is uit op onrust en ontwrichting en niet direct op bezetting van landen.

Deze twee factoren kunnen de economische groei (en de beurs) jarenlang onder druk houden. Daarmee moet een vorstelijke belegger rekening houden in zijn financiële plan. Maar hoe? Door je bezittingen, beleggingen en spaargeld te spreiden in de breedte en in de tijd, je schulden te beperken of af te lossen, niet uit te gaan van een alsmaar groeiend inkomen en weinig rendabele en onnodige investeringen achterwege te laten.

Een voorbeeld van zo'n slechte investering is een tweede huis in Frankrijk, waar lezers van NRC Handelsblad vooral over mailen. Is dat verstandig, slim en voordelig, vragen zij. Nee, luidt mijn standaardantwoord, dat is stom. Waarom stop je geld in een vervallen boerderij waar geen Fransman in wil wonen, zelfs niet gratis? Terwijl je voor heel veel minder geld zorgeloos in het plaatselijk hotel kan overnachten. Wat doen koppige lezers met mijn afwijzende antwoord? Ze kopen dat huis toch. Een van hen maakte onlangs een genereus gebaar. De (nog werkende) waterput achter zijn ruïne doopte hij Adriaan Hiele. Columnist is een prachtig vak.

Het voorgaande betekent niet dat je angstig al je geld op een spaarrekening moet zetten, in afwachting van betere tijden. Dat gaat voorbij aan het punt dat de toekomst onvoorspelbaar is. Het kan best meevallen. Wie daar op wacht is altijd te laat, want er luidt nergens een bel die de ommekeer aankondigt. Daarom moet je mee blijven doen (in de economie) en blijven investeren in aandelen. En: wel af en toe winst nemen.

Een vorstelijke en multifunctionele strategie is middelen. Je geeft je bank opdracht om eens per maand (aan te bevelen) automatisch een vast bedrag van je rekening af te schrijven en daar aandelen in een (wereldwijd) beleggingsfonds voor te kopen, ongeacht de koers. Zo omzeil je drie problemen: je hoeft de koersen niet te volgen, niet te dubben over het voordeligste moment van aankoop en de bank zorgt ongemerkt voor een ijzeren discipline. Zo beleg je in de breedte (wereldwijd) en in de lengte, want iedere maand. Zie ook deze column van zaterdag 31 juli.

Vorige week ging het over een veertigjarige die belegt om eerder te kunnen stoppen met werken, maar je kan het (eind)resultaat van middelen overal voor gebruiken. Voor een huis (niet in Frankrijk, svp), auto, boot, wereldreis of je oude dag. Het voortdurend kweken van zo'n levensreserve moet je tweede natuur zijn. Liefst van jongs af aan.

Daar kunnen grootouders een stevige basis voor leggen. Lezers willen immers iets doen voor de kleinkinderen. Nou, ga voor ze middelen in aandelen. Een van hen belegt al zeven jaar circa 68 euro (150 gulden) per maand in het China-fonds van een bank. Dat levert tot nu toe een netto jaarrendement van gemiddeld 6,5 procent op. Op een Chinees dieptepunt in 1999 (valuta) wilde haar man de Chineesjes omruilen voor aandelen Philips. Zij hield voet bij stuk en is sindsdien de beleggingsexpert van de familie. De aan(deel)houder wint.