Turkse koffie met mensenrechten

Verandering begint aan de basis, vindt een aantal mensenrechtenactivisten in Turkije. En dus bezoeken ze koffiehuizen om les te geven.

Geeft Yener Tekcan wel eens steekpenningen aan de politie?

Eerst wil de bezoeker aan het koffiehuis in de Istanbulse wijk Arnavutköy niet echt antwoord geven op de vraag, bang om het imago van Turkije te bezoedelen. Maar tussen alle aarzelende zinnen door wordt wel duidelijk dat de man van middelbare leeftijd, zoals zoveel Turken, steekpenningen als een groot probleem ervaart.

Zou hij een agent die geld eist, in elkaar willen slaan? Zijn ogen suggereren dat het antwoord honderd procent `ja' is. ,,Helaas heb ik daar de macht niet voor'', zegt hij echter wat treurig.

In het moderne Turkije, dat graag lid wil worden van de Europese Unie en mede daarom hard aan democratisering en mensenrechten werkt, zou Tekcan wel een andere mogelijkheid tot genoegdoening hebben: hij zou een officiële klacht kunnen indienen. Maar een van de problemen in Turkije is dat er nog steeds een grote kloof gaapt tussen theorie en praktijk. ,,Veel mensen weten niet wat voor mogelijkheden de wet hun biedt om hun recht te halen'', zegt advocate Nur Gerçel Özeren, algemeen secretaris van de Vereniging voor de Steun aan Eigentijds Leven (ÇYDD). En dus begint de vereniging, met financiële steun van de Europese Unie, aan een uniek project – in heel Istanbul geven medewerkers in koffiehuizen zoals dat in Arnavutköy les over democratie en mensenrechten.

Als weinig anderen weet de advocate hoezeer de wetskennis van de gemiddelde Turk tekort schiet. Zo bezoekt zij vaak arrestanten op politiebureaus. Volgens de Turkse wet heeft iedereen die is opgepakt, recht op de bijstand van een advocaat. Maar nog steeds worden op Turkse politiebureaus formulieren gebruikt waarbij de vraag `Wil de arrestant juridische bijstand?' standaard al met `nee' is ingevuld. ,,En ook mensen die wel weten dat ze rechtshulp kunnen krijgen, dringen niet aan omdat ze denken dat het te duur is'', aldus de advocate. ,,Ze weten niet dat voor arme mensen zulke hulp gratis is.''

Het kopje koffie met mensenrechten in de koffiehuizen zal zulke kwesties aan de orde stellen, vertelt coördinatrice Saziye Kurtoglu. Om te voorkomen dat de medewerkers van het project over de hoofden van de mensen heenpraten, is de ÇYDD al langsgeweest met een vragenlijst, waarop de mensen kunnen invullen wat ze van het project verwachten. En daaruit komen, aldus Kurtoglu, hele verschillende resultaten naar voren. In sommige koffiehuizen wil men bijvoorbeeld meer informatie over de rechten van etnische groepen (zoals de Koerden), maar op andere plekken zijn mensen meer veel meer geïnteresseerd in eigendomskwesties of arbeidsrecht. Dat laatste bewijst dat het in een land als Turkije, waar de werkloosheid hoog is, niet per definitie de overheid is die het leven van de mensen moeilijk maakt: voor veel mensen is simpelweg de eindjes aan elkaar knopen en de baas tevreden houden de grootste marteling.

Dat neemt niet weg dat de ÇYDD in haar lessen veel aandacht aan de overheid zal schenken. In december zal de Europese Unie immers besluiten of zij onderhandelingen wil openen met Ankara over lidmaatschap. Een van de vereisten van een voor Ankara positief besluit is dat Turkije voldoet aan de zogeheten criteria van Kopenhagen op het gebied van democratie en mensenrechten. Met het oog op `Kopenhagen' heeft het Turkse parlement de laatste jaren het ene wetgevingspakket na het andere aangenomen. Maar implementatie van al die hervormingen wordt pas een succes als ook het grote publiek daaraan meewerkt: een kwaadwillende politieagent blijft steekpenningen vragen totdat hij beseft dat iedereen weet dat hij dat niet mag.

En dus wil de ÇYDD meten in hoeverre het project Istanbul heeft veranderd. Honderden koffiehuizen zullen worden aangedaan en met de mond-op-mond reclame die zo'n bezoek met zich meebrengt, worden tienduizenden inwoners van Istanbul bereikt. Een van de graadmeters die de vereniging voor het succes heeft aangelegd, zijn de stappen die de bezoekers van de koffiehuizen na hun `les' ondernemen. Neemt bijvoorbeeld het aantal verzoeken tot (gratis) rechtsbijstand bij de orde van advocaten toe? Stappen meer mensen naar consumentenorganisaties met klachten over leveranciers? Pas als dat gebeurt, verandert de gemiddelde Turk van onderdaan tot burger die niet aarzelt om zijn recht te halen.

Natuurlijk is het koffiehuisproject een druppel op de gloeiende plaat, beseft ook advocate Nur Gerçel Özeren. Jarenlang immers hadden veel Turken het gevoel dat zij er waren voor de staat. Dat het in feite andersom is en de staat er is voor de burger, dringt niet van de ene dag op de andere dag door in de hoofden van de mensen. ,,Maar Turkije is op de goede weg'', aldus de advocate. ,,Ik zie steeds meer dingen waar ik hoop uit put.'' Zo merkt zij dat jongere politieagenten, die in hun opleiding les krijgen in bijvoorbeeld mensenrechten, vaak al gevoeliger zijn voor de wensen van het grote publiek dan oudere. En kwam mishandeling vroeger op politiebureaus algemeen voor, dat is tegenwoordig toch echt stukken minder geworden, zegt ze.