Tunnelangst

Dagelijks persen zich tientallen miljoenen mensen door het ondergrondse maag- en darmkanaal van de metropolen van de wereld. Als buizenpost suizen we door de metrotunnels, als mollen kruipen we door de ingewanden der aarde. Iedereen kent wel dat gevoel van vage angst als de trein de tunnel inraast. Als de deuren sluiten, zitten we als ratten in de val, overgeleverd aan de techniek die kan falen, aan medepassagiers met agressieve bedoelingen of, erger nog, aan terroristen die een plan hebben met de wereld.

Het is ook zo'n makkelijk en voor de hand liggend doelwit dat je je erover verbaast dat het nog zo weinig gebeurt. Een kleine inventarisatie van de afgelopen tien jaar. In 1994 vonden twee aanslagen plaats in de metro van Bakoe met respectievelijk 12 en 7 doden. In 1995 eiste een aanslag van de secte Aum Shinrikyo met het gifgas sarin in de metro van Tokyo 6 doden en vielen 5 doden bij een aanslag in de Parijse metro, waarschijnlijk door de Algerijnse terreurgroep GIA. In 1996 stierven in Moskou 4 en in Parijs 2 passagiers bij een aanslag in de metro. Begin dit jaar eiste een bomaanslag door een Kaukasische terreurgroep in de metro van Moskou 39 slachtoffers en 100 gewonden. Een overlevende uit de mudvolle trein sprak van 'een soort taart van geblakerd vlees'.

Toch stapt iedereen zonder vrees of blaam die metro in. Je hebt geen keus. En statistisch gezien is de kans op een aanslag natuurlijk heel erg klein. Nederlanders associëren de metro eerder met kleine ongemakken als viezigheid, onbeschoft gedrag van medepassagiers en basende junks op de Bijlmerlijn.

M vergeleek de metro van Londen, Berlijn, Parijs en Amsterdam. Het viel niet mee om medewerking te krijgen van de verschillende vervoersbedrijven. Vooral in Londen en Parijs is de beveiliging sinds 11 september en de oorlog in Irak drastisch opgevoerd. Ondanks toenemende klachten van het personeel zijn het lege Berlijn en het kleine Amsterdam daarbij vergeleken oases van rust. Normen en waarden onder de grond.