Toenemende vervlakking

Ik vraag me af waarom uw krant zo meeloopt in de trend van de trivialisering. Steeds vaker staan er zelfs op de voorpagina artikelen die slechts sensatie en emotie brengen, in plaats van hard nieuws. Met als absolute dieptepunt de van bloed en tranen doordrenkte `verslagen' van Oscar Garschagen vanuit Israël. Laatst bracht u op de voorpagina zelfs een filmrecensie. Uw krant is het spoor ernstig bijster.

Vroeger gold NRC Handelsblad als een van de beste landelijke kranten van Nederland. Echter, de laatste jaren gaat het rap bergafwaarts, met bijvoorbeeld een onnozele en totaal overbodige bijlage als Leven & Cetera op zaterdag.

Thea Derks, Amsterdam

Antwoord

Gelukkig is een krant ook een dankbaar voorwerp om je aan te ergeren, met `vroeger' als ijkpunt en de omgeving als medestander. Alles wat de redactie of hoofdredacteur daar tegenin brengt, klinkt dan al snel halfzacht.

Dat kranten meeveranderen met hun tijd, dat columnisten ook wel eens bedankt worden, dat we in de krant af en toe wat nieuws uitproberen, dat we daar dan ook wel weer eens mee ophouden, dat we juist het midden proberen te houden tussen vernieuwing en behoud, dat voor jonge, hoger opgeleide mensen een krant veel minder vanzelfsprekend is geworden, dat `Leven & cetera' ongetwijfeld (en doelbewust) afwijkt maar `Opinie & Debat' even doelbewust juist niet, dat `M' weliswaar op glanspapier wordt gedrukt maar allesbehalve oppervlakkig is, dat we een website hebben die juist tot diep graven uitnodigt, etc. etc. Veel lezers hebben daar totaal geen boodschap aan. Dat kan ik niet alleen begrijpen, maar ook waarderen. De krant is van hén wie eraan gaat zitten veranderen, pleegt bijna huisvredebreuk.

De band met de krant is, voor trouwe lezers, zelfs een kwestie van identiteit. En daar gaat emotie mee gepaard en dus ook overdrijving. De hoofdredacteur dient deemoedig te incasseren.

Maar af en toe waag ik het wel eens een lezer te vragen of het misschien mogelijk is dat de krant in de afgelopen jaren juist bij de tijd is gebleven? Of dat er juist alle reden is om over de almaar groeiende menselijke ellende in het Israelisch-Palestijnse conflict te schrijven? Dat is natuurlijk een levensgevaarlijke vraag, want dan draai ik de spiegel om en dan krijg ik meestal een nog bozere brief.

Wie mag de koers van de krant bepalen? Is dat de lezer en zijn achterban of is dat de redactie, die wel dienstbaar wil zijn maar toch op eigen condities?

Ik kies uiteraard voor het laatste. `Vroeger' kwam er inderdaad nooit een filmrecensie op de voorpagina. Maar film (en beeld) worden belangrijker, niet alleen cultureel maar ook maatschappelijk. Wat een regisseur te zeggen heeft kan wereldwijd invloed hebben. Dat signaal geeft de redactie met een andere voorpagina waarop iets verandert. Als populaire cultuur aan belang wint en een relevante invloed blijkt te hebben op ten minste een deel van onze lezers, maakt de krant ook andere keuzes. Recensies van videoclips, stukken over `mode op straat': we maken een bijlage die daar serieus, speels en met veel lef mee omgaat. Dat is inderdaad niet NRC Handelsblad-van-toen, maar NRC Handelsblad-van-nu. Uiteindelijk denkt de redactie de lezer beter te dienen met een serieuze krant die ook aandacht heeft voor onserieuze zaken, maar deze op een interessante manier aanpakt. Of we dat goed genoeg doen, of we onderscheidend genoeg zijn, of we de generatiekloof en de bijbehorende stereotiepe opvattingen over hoge en lage cultuur overbruggen – het is een discussie waard. Maar dat een krant anno 2004 met die onderwerpen (en voor die lezers) iets moet doen, dat geloof ik wel. Zo overzichtelijk als ooit zit de samenleving niet meer in elkaar. Kranten merken dat als eerste en reflecteren dat ook.

lezerschrijft@nrc.nl