'Slovenië is helaas nogal provinciaals geworden'

Met zijn 2 miljoen inwoners is Slovenië de welvarendste van de nieuwe lidstaten van de Europese Unie. Het nam in 1991 afscheid van de Balkan en blikt sindsdien hardnekkig naar het Westen. Maar de onafhankelijkheid heeft ook zo haar nadelen, erkent de Sloveense schrijver Drago Jancar. De politieke macht valt snel in handen van steeds dezelfde mensen.

Vier weken lang is in de universiteitsbibliotheek van Ljubljana, een van de bekendste gebouwen van de twintigste-eeuwse Sloveense architect Joze Plecnik, het oudste Sloveense handschrift te bewonderen. Het zogenaamde Brizinski spomeniki uit de tiende eeuw ligt in een half verduisterd zaaltje achter glas. Dit is een belangrijk nationaal symbool voor de 2 miljoen Slovenen die sinds 1991 voor het eerst in hun geschiedenis in een onafhankelijke republiek wonen. Twintigduizend vierkante kilometer, een paar fraaie bergen en dalen, 30 km Adriatische kust, een handjevol steden waarvan het barokke Ljubljana met 300.000 inwoners de grootste is. Van de nieuwe lidstaten van de Europese Unie is Slovenië het meest welvarend en succesvol. Een poppenland met een Oostenrijks uiterlijk en een Slavische ziel.

Drago Jancar komt me hoogstpersoonlijk van het vliegveld ophalen: we hebben onze afspraak moeten verzetten, omdat hij vergeten was dat hij een hele dag in verschillende boekhandels moet signeren. Al hoort hij al een beetje bij de oude garde, Jancars romans en essays worden in Slovenië nog steeds veel gelezen. In Nederland verschenen van hem De galeislaaf, een middeleeuws vluchtverhaal met veel pest en heksenvervolging, en Noorderlicht, een kafkaëske vertelling over een Oostenrijkse zakenman die aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog blijft hangen in het industriestadje Maribor.

In datzelfde Maribor, tegen de Oostenrijkse grens, werd Drago Jancar in 1948 geboren. Zijn vader werkte in een vrachtwagenfabriek, die tijdens de oorlog door de Duitsers werd gebruikt voor de fabricage van vliegtuigonderdelen. Slovenië was in 1945 opgegaan in de Volksrepubliek Joegoslavië, met Belgrado als hoofdstad. Het was de tijd van de snelle industrialisatie. In Drago's jeugd was iedereen socialist en werd er in ieder huisgezin aan tafel gesproken over de oorlog.

'In de oorlog belandde mijn vader in een concentratiekamp, omdat hij samengewerkt had met het Bevrijdingsfront van Tito. Hij hielp een aantal piloten die waren neergestort te ontsnappen naar de bossen. Hij was geen partizaan, maar dit was al genoeg voor het kz Königsberg. Hij vertelde hoe ze gedwongen werden de lijken en de rotzooi op te ruimen na de bombardementen op Dresden. Ook Maribor werd door de geallieerden gebombardeerd. Ze hadden de gewoonte op de terugweg van hun bomardementen op Duitse steden de rest van hun bommen op de kleine stadjes in de omgeving te laten vallen. Na de oorlog waarschuwde mijn vader altijd voor de terugkomst van de Duitsers. Hij was erg pro-Amerikaans.'

Na de oorlog kwamen Tito's partizanen aan de macht. Jancar herinnert zich de politieke meetings op de pleinen van Maribor, de journaals in de bioscopen waren vol van Tito. Toen Jancar 20 jaar was, werd hij hoofdredacteur van het studentenblad Katedra. 'We waren niet anticommunistisch, maar we wilden frisse lucht. We schreven kritische artikelen en werden onmiddellijk ontslagen.' In het magische jaar '68 sloot ook de Sloveense jeugd zich aan bij de studentenopstanden in heel Europa. 'Parijs, Duitsland, we wilden erbij horen. Maar opeens realiseerde ik me dat ik daar met een rode vlag liep te zwaaien, terwijl ons hele land altijd al met rode vlaggen liep. Hier klopte iets niet, dit was saai!'

Interessante criminelen

In 1974 werd Jancar gearresteerd wegens bezit van een verboden boek over de moordpartijen die de partizanen na de oorlog aanrichtten onder de anticommunistische domobrancy, het thuisleger, dat met de Duitsers collaboreerde en tegen de partizanen streed. 'Het was de ironie van de geschiedenis: ik belandde in dezelfde gevangenis waarin mijn vader in 1944 door de Gestapo gevangen was gehouden. Ik werd veroordeeld tot een jaar, maar na drie maanden kreeg ik amnestie. Ik nam die gevangenschap niet erg serieus, ik was 25, ik kon wel tegen een stootje. Ik deed oefeningen om me fit te houden. Er zaten criminelen, interessant volk voor een schrijver. Daar maakte ik mijn eerste aantekeningen voor mijn roman De galeislaaf. Maar toen ik uit de gevangenis kwam, mocht ik niet meer publiceren. De galeislaaf is een historische roman, maar sommigen zagen er een allegorie in op ons totalitaire systeem.'

In het Westen liepen linkse intellectuelen lang weg met het alternatieve communisme van het Joegoslavië van Tito, dat zich zo dapper losgemaakt had van Moskou. En Joegoslavië gold als een heerlijk vakantieland. 'Het was inderdaad een poging om een ander soort socialisme in te voeren. Onze grenzen waren open, we konden reizen. Maar toch was Joegoslavië een totalitair systeem. Er was zelfcensuur, het was een eenpartijsysteem, er werd op je gelet op je werk en op school. De Tsjechen en Hongaren waren dan wel jaloers op ons wegens onze hogere levensstandaard en grotere vrijheid, maar ook wij hadden een concentratiekamp op het eiland Goli Otok. Tito was misschien geen Stalin, maar hij was een echte dictator.'

Tot Jancars verbazing signaleert hij onder de Sloveense jeugd van nu een revival van de Tito-cultus. 'Jonge mensen vinden hem leuk, omdat hij succesvol was. Hij maakte deel uit van de internationale jetset, Richard Burton speelde hem (in de Joegoslavische oorlogsfilm Sutjeska - LS), Elizabeth Taylor kwam op bezoek. Vreemd genoeg zijn het niet alleen de werkloze arbeiders die naar hem terugverlangen, omdat ze toen werk hadden en sociale zekerheid. Ook de yuppies en kapitalisten van vandaag lopen met hem weg. Succes wordt niet meer afgemeten aan je intellectuele instelling of je vakbekwaamheid: voor jonge mensen in Oost-Europa betekent succesvol zijn vooral rijk zijn en Tito wás rijk en glamourous.'

Punkgroepen

De val van de Muur ging natuurlijk ook in Joegoslavië niet ongemerkt voorbij. 'Het was een dynamische tijd. Ljubljana was toen een van de interessantste steden van het land, er ontstonden punkgroepen, gaygroepen, politieke organisaties. Er waren toen al mensen die vonden dat we uit de federatie moesten stappen, omdat Slovenië als rijkste deel van het land al zijn geld zag verdwijnen in onrendabele investeringen in het arme zuiden van Joegoslavië. Wij intellectuelen wilden eerst nog vrijheid en democratie binnen het verband van een pluralistisch Joegoslavië. Maar langzamerhand kwamen we er achter dat het Joegoslavische leger zo doordrenkt was van de mythologie van Tito en de communistische partij dat democratisering irreëel was.'

In december 1990 stemde 89 procent van de Slovenen voor de onafhankelijkheid en een half jaar later stapte Slovenië uit de federatie. Op 27 juni 1991 rukte het Joegoslavische leger op om de afvallige deelrepubliek tot de orde te roepen. De strijd duurde maar tien dagen. 'De ernstigste schermutselingen vonden plaats aan de buitengrenzen met Italië en Oostenrijk, dat Slovenië meteen steunde. Ik zat toen in de redactie van het oppositieblad Nova Revija. Ik herinnerde me dat de Tsjechische schrijver Milan Kundera in 1968, toen de Russische tanks Praag bezetten, hulp vroeg aan Jean Paul Sartre. Nu stuurden wij een fax naar Kundera in Parijs: er staan tanks in de straten van Ljubljana! Twee dagen later publiceerde Le Monde op de voorpagina een artikel van Kundera: Europa moet Slovenië redden. Dat was voor ons erg belangrijk, want Frankrijk was fel tegen het uiteenvallen van Joegoslavië.'

Sloveense desertie

Veel mensen denken dat de afscheiding van Slovenië en de snelle buitenlandse erkenning van de onafhankelijkheid hebben geleid tot de Balkanoorlogen. Was het niet een vorm van desertie? 'Ik geloof niet dat de erkenning van Slovenië door het Westen de Balkanoorlogen heeft veroorzaakt. De spanningen tussen de Serviërs en de Kroaten en de Serviërs en de moslims waren al heel groot. De democratisering van Joegoslavië was mislukt, er heerste een enorme economische crisis. Als Slovenië niet erkend was, dan was het hier ook een bloedbad geworden, want wij waren bereid om terug te vechten.' Je krijgt sterk de indruk dat de Slovenen een hekel hebben aan de Balkan, terwijl ze zelf een Slavisch volk zijn. Hoe komt het toch dat jullie meer op Oostenrijk zijn georiënteerd?

'Dat heeft voornamelijk economische redenen. In het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk hadden wij dezelfde levensstandaard als de Oostenrijkers. Na het uiteenvallen van het imperium, na de Eerste Wereldoorlog, traden wij in 1918 vrijwillig toe tot het nieuwe Koninkrijk van Serviërs, Kroaten en Slovenen. Het was een groots idee: we zouden ons verenigen met onze Zuid-Slavische broeders. Maar het werd een desillusie: de levensstandaard daalde direct. En ook politiek viel het tegen. Een voorbeeld: in de Oostenrijks-Hongaarse zogenaamde 'gevangenis der volkeren' werden in 1906 bij rellen in Ljubljana twee nationalistische Slovenen doodgeschoten door het leger. Maar toen in het nieuwe koninkrijk Sloveense arbeiders in 1918 in staking gingen, schoot ons eigen leger 15 mensen dood. Dat was een enorme teleurstelling. In de naoorlogse socialistische republiek werd de economische situatie nog slechter. De Slovenen hadden het gevoel dat ze beter hadden verdiend. Dat is natuurlijk egoïstisch, maar het is wel legaal. De meeste Slovenen vinden zichzelf toch een tikje beschaafder dan de rest van Joegoslavië, maar er was geen sprake van een irrationele haat tegen de Balkan.'

Was u nooit bang dat de oorlog alsnog zou overslaan naar Slovenië? 'Gek genoeg was ik in 1991 niet bang, ik kon me niet voorstellen dat Milosevic het barokke Ljubljana zou bombarderen. We maakten er zelfs grappen over. Maar toen ik de ruïnes van Vukovar zag, begreep ik dat hij daar heel wel toe in staat was. Dat greep me toen met terugwerkende kracht wel bij de keel.'

Wat nu?

Uw romans gaan vaak over individuen die gevangen zitten in historische omstandigheden of te maken hebben met een macht van buiten die hun leven bepaalt. Begrijpelijk, als je leeft in een totalitaire samenleving. Maar die bestaat niet meer. Wat nu?

'Daar heb ik net een boek over geschreven. Misschien was de literatuur die we toen schreven wel veel dieper dan die van nu. De schrijver stond met de rug tegen de muur en moest verdraaid vindingrijk zijn om daaraan te ontsnappen. Zijn vrijheid zat in de taal. Na de verdwijning van het IJzeren Gordijn dachten we dat er een fantastische literatuur zou ontstaan, maar er gebeurde niets. Zelf werk ik nu weer aan een historische roman met drie helden: een vrouw die op zoek naar de schoonheid op pelgrimstocht gaat vanuit Slovenië om de reliekschrijn van de Drie Koningen in de Dom van Keulen te zien, een jezuïet die zonder succes op zoek is naar God en een officier die zoekt naar roem op het slagveld. Maar ze raken verstrikt in de Zevenjarige Oorlog. Dit boek gaat niet over repressie en terreur, maar over schoonheid, succes en liefde.'

Toch schrijft u in uw essays dat literatuur geëngageerd moet zijn. 'Nee, niet de literatuur zelf, de schrijver moet geëngageerd zijn, hij moet zich bezighouden met de wereld om hem heen.'

Wat betekent Slovenië voor u? Het bestaat pas zo kort, het is zo klein. Is het eigenlijk wel de moeite waard?

'Ik weet het niet. In de dagen van de onafhankelijkheid had ik een kleine polemiek met Peter Handke, die schreef dat Midden-Europa uitsluitend een meteorologisch begrip is, een kwestie van klimaat, van het weer. Ik riposteerde dat je ook naar de grond moet kijken. Als je alleen naar de wolken kijkt, zie je het prikkeldraad aan de Tsjechisch-Oostenrijkse grens niet waar ze mensen doodschieten. Ik schreef toen ook in een parafrase op de Zwitserse schrijver Friedrich Dürrenmatt: misschien is dit land over tien jaar voor mij niet meer dan een paspoort en belastingen. Maar toen betekende Slovenië veel meer voor me dan nu, het was een soort mythologisch idee dat zich niet kon realiseren. Kleine volkeren denken altijd dat ze een speciale rol te vervullen hebben in de geschiedenis. Nu vind ik het niet meer zo interessant.'

Provincialisme

Teleurgesteld? 'Alleen over de pragmatische politici. En dat de kloof tussen rijk en arm steeds groter wordt. Democratie gaat altijd over meerderheden en dat betekent automatisch middelmatigheid. Maar ja, zoals Churchill al zei, het is een slecht systeem, maar er is niks beters. Slovenië betekent vandaag de dag helaas ook provincialisme. Dat had ik niet meteen in de gaten. Het land is te klein, in Joegoslavië was letterlijk veel meer ruimte. Mijn toneelstukken werden op tien grote podia tegelijk opgevoerd, in Belgrado, Dubrovnik, Zagreb, Skopje. De mensen stonden in de rij. Nu is alleen Ljubljana over.'

Werkt het politieke systeem eigenlijk wel? Jancar slaakt een zucht. 'Het werkt wel, maar in kleine landen is het heel makkelijk de macht te controleren. Ik ben eigenlijk verbaasd dat het hier net zo gaat als in de rest van Oost-Europa. Wij dachten altijd dat we anders waren, opener, maar kennelijk lijken we toch meer op elkaar dan we dachten. De structuur van de maatschappij kan de uitdaging van het kapitalisme niet goed aan.'

En uw geliefde Midden-Europa bestaat eigenlijk ook niet meer. Jullie zitten gewoon in de Europese Unie, in de navo. 'Midden-Europa was meer dan een literair idee. Ik denk dat de eu ook van onze historische ervaring kan leren. Toen Frankrijk en Duitsland nog oorlog voerden, waren wij al verenigd in een groot Oostenrijks-Hongaars rijk, dat bestond uit vele naties met verschillende culturen die allemaal samenleefden. En overal zorgden de joden voor openheid en internationalisme. Tegelijkertijd produceerde dit rijk nationalisme en antisemitisme en viel het ten slotte uiteen in duizend stukjes. Maar met de kennis van de gruwelen van de twintigste eeuw weten we nu dat het begin van de vorige eeuw misschien zo slecht nog niet was.'

Heel Slovenië was voor toetreding tot Europa, maar bij de eerste verkiezingen voor het Europees Parlement gaat niemand stemmen. Hoe kan dat? 'Dat is voor mij ook een raadsel. Het is hier anders dan in Tsjechië, waar president Klaus openlijk eurosceptisch is. Heel het politieke establishment is hier pro-Europees. De pers speelt een negatieve rol: die schrijft dat we met onze zeven zetels toch geen invloed hebben. Men schrijft alleen over de Brusselse bureaucratie, over de hoge salarissen. Kijk, dat de straatarme Poolse boeren bang zijn voor Europa, dat snap ik wel, maar wij hebben geen straatarme boeren. De grootste angst is hier dat buitenlanders massaal grond gaan kopen. En men is bang voor de toekomst van de taal. Maar als onze taal onder de nieuwe omstandigheden niet kan overleven, dan is die dat kennelijk niet waard.'

Hoe komt het toch dat jullie regering zo stabiel is? Eerst was Drnovsek acht jaar premier, nu is hij president. 'Dat komt omdat er grote belangenverstrengelingen zijn tussen geld en politieke macht. De pers is deels geprivatiseerd, maar wordt ook gefinancierd met staatsfondsen en dus heeft de regering via de bestuursraden directe invloed. Ze kritiseert de regering niet, alles wat verkeerd gaat schuift ze op de oppositie of op individuen. Maar deze regering heeft de Europese verkiezingen verloren en ik denk dat ze ook in het najaar gaan verliezen. Mensen zijn moe van steeds diezelfde gezichten.'

In een van uw essays zegt u dat Europa moet kiezen tussen Plato en Schröder, tussen filosofie en economie. 'Ik ben voor Plato, maar vrees dat Schröder gaat winnen. Oorspronkelijk was het idee van Europa een economische ruimte creëren. De gemeenschappelijke politiek is pas iets van de laatste jaren. Onze erfenis is een andere dan die van jullie. Het idee van de Europese cultuur leeft sterker aan de buitengrenzen. De Polen wonen aan de grens met Rusland en zij weten wat het is om Europa te verdedigen. Wij hebben een diep gevoel voor vrijheid.'

Hebben jullie daarom meer op met de Duitsers, die de afgelopen halve eeuw met hun geschiedenis hebben geworsteld? 'De Duitsers hebben beide vormen van totalitarisme van de twintigste eeuw beleefd, het fascisme en het DDR-communisme. Daarover hebben ze een indrukwekkend debat gevoerd. Juist daarom ben ik zo verrast door de felheid van het huidige anti-Amerikanisme in Duitsland. Ik heb veel Duitse vrienden die over Amerika spreken met een haat die ik onprettig vind. Het lijkt op nationalisme.'

Later op de avond, op een terrasje in de stad, een jazzband op de achtergrond, komt Jancar daar nog een keer op terug. 'Europa mag niet gebouwd zijn op anti-Amerikanisme', zegt hij. 'Het moet uitgaan van een positief, constructief ideaal.' M

Laura Starink is redacteur van NRC Handelsblad.

Joze Suhadolnik is fotograaf in Ljubljana.

[streamers]

'Opeens realiseerde ik me dat ik daar met een rode vlag liep te zwaaien. Dat was saai.'

'Jonge mensen van nu vinden Tito leuk omdat hij succesvol was. Tito was rijk en glamourous.'

'Kleine volkeren denken altijd dat ze een speciale rol te vervullen hebben in de geschiedenis. Dat vind ik niet meer zo interessant.'