Shanghai zet de airco uit

China verbruikt een steeds groter deel van de wereldvoorraden aan olie, kolen en gas. Het afgelopen halfjaar steeg de vraag naar stroom met 16 procent.

Het is met zo'n 38 graden bloedheet in Shanghai, en in het warenhuis Gold Plaza is het al niet veel koeler. Vroeger vroor je de Chinese warenhuizen bijna uit, zo koud stond de airco in de zomer. Maar in het Gold Plaza gaat de airco ook bij deze hitte niet meer aan. De klanten blijven weg, en het talrijke personeel zoekt loom verkoeling bij de elektrische ventilatoren die her en der achter de toonbanken staan opgesteld.

,,We sparen energie, we hebben een van de twee roltrappen stilgezet en ook van de tl-buizen is maar de helft aan'', zegt een verkoper, die in arren moede zelf maar met een nat lapje over zijn hoofd dut in de gemakkelijke stoel die eigenlijk voor de verkoop bedoeld is.

Gold Plaza ligt in een wijk met veel zware industrie. Zijn er ook problemen met de energievoorziening aan de bedrijven? De portiers van de Sanguan-metaalfabriek schrikken van die vraag. ,,We worden van tevoren op de hoogte gesteld als de stroom gaat uitvallen, maar dat is dit jaar nog niet gebeurd'', zeggen de mannen.

Op straat is een enkele fabrieksarbeider iets spraakzamer. ,,Wij hebben een goede overheid hier in Shanghai. Die koopt energie van andere provincies. Ze willen vooral zorgen dat de burgers geen last hebben van stroomuitval'', zegt meneer Zhang, die als elektricien werkt in een textielfabriek. ,,Ook alle fabrieken die van nationaal belang zijn, zijn verzekerd van elektriciteit. Maar een fabriekje zoals het onze, dat eigenlijk al op de rand van het faillissement staat en dat toch al een veel te hoge hoeveelheid onverkoopbare spullen heeft liggen, krijgt als laatste stroom. Wij mogen nog wel wat produceren, maar niet op de momenten van de dag dat het elektriciteitsgebruik op zijn hoogtepunt is'', aldus Zhang.

Vooral China's welvarende oostkust, waar verreweg de meeste fabrieken staan die voor de wereldmarkt produceren en waar zowel de economische groei als de welvaart het hoogste liggen, kampt met grote energietekorten.

Niet alleen vraagt steeds meer `maakindustrie' steeds meer energie, het land is ook rijk aan zware, energieverslindende industrieën zoals de staal- en cementproductie. En die is ook heel vervuilend. China produceert zo'n 30 procent van 's werelds ijzer en is inmiddels uitgegroeid tot de grootste staalproducent ter wereld.

De consumptie door burgers neemt met zo'n 13 procent nog een bescheiden plaats in op het totale energieverbruik van China, maar er komen wel steeds meer mensen die rijk genoeg zijn om energieverslindende producten als airconditioners en auto's aan te schaffen.

Shanghai's energietekort valt relatief nog mee. De problemen in de naburige provincies Zhejiang en Jiangsu zijn ernstiger. Veel industrie heeft zich naar die provincies verplaatst, en een aantal fabrieken werkt er inmiddels met eigen aggregaten. Dat kan niet eindeloos zo doorgaan, want de prijs van dieselolie stijgt en de voorraden slinken.

Volgens gegevens van de Chinese overheid is in 24 van China's 31 provincies al sprake van een energietekort, en de hitte maakt het probleem er alleen maar ernstiger op. Het tekort aan energie in China dreigt de komende jaren de grootste rem op China's economische expansie te worden. [Vervolg CHINA: pagina 17]

CHINA

Westers pak is verboden: veel te warm

[Vervolg van pagina 1] Ook in Peking is de energieschaarste te merken. Airconditioning slurpt er in de zomermaanden naar schatting zo'n 40 procent van de elektriciteit op, en daarom heeft de overheid vorige maand het dragen van Westerse pakken verboden: daar krijg je het veel te warm in, en dat jaagt het gebruik van airco's alleen maar omhoog. Ook geeft de overheid de staatsfabrieken om de beurt een week vrij. De arbeiders zijn verder niet meer automatisch vrij in het weekeinde, maar soms juist twee dagen door de week om het energieverbruik beter over de fabrieken te spreiden.

De overheid heeft de ernst van de situatie te laat onderkend, en China is nu bezig om tegen de klippen op nieuwe, vooral kolengestookte, energiecentrales te bouwen. Toch zal de vraag naar elektriciteit het aanbod naar verwachting de komende jaren nog wel blijven overtreffen, al was het alleen maar omdat de bouw van nieuwe centrales tijd kost. De overheid wil de elektriciteitsproductie in 2020 verdrievoudigd zien ten opzichte van 1999, en dat betekent dat er elk jaar net zo veel centrales moeten worden bijgebouwd als nodig is om in de energiebehoefte van een land als Zweden te voorzien.

China is rijk aan kolen, maar het heeft momenteel moeite om de steeds grotere hoeveelheden kolen via het overbelaste (spoor)wegennet en via het water snel genoeg van de mijnen naar de elektriciteitscentrales rond de steden te krijgen. De kolen zijn bovendien van slechte kwaliteit en ze worden verstookt in veelal zeer milieuonvriendelijke elektriciteitscentrales. Dat leidt tot protesten bij buurlanden als Japan en Korea, die steeds meer Chinese zure regen over hun landen zien neerdalen.

China's energiehonger uit zich internationaal vooral in een sterke toename van de import van olie. China, dat nog tot 1994 zelfvoorzienend was, importeert inmiddels de helft van zijn dagelijkse behoefte aan olie. Daarmee is China Japan vorig jaar voorbijgestreefd als tweede olie-importeur op de wereldmarkt, na de VS. China heeft niet alleen olie nodig als grondstof voor vooral de chemische industrie, maar ook diesel, benzine en kerosine voor een sterk groeiend wagenpark en voor een bevolking die steeds meer vliegt voor werk of plezier. Naarmate China meer olie importeert, stijgen ook de olie- en andere energieprijzen op de wereldmarkt.

De Chinese overheid probeert China's groei op het moment af te remmen om oververhitting van de economie te voorkomen. Daarmee zal ook het energieverbruik minder hard stijgen, maar de speelruimte van de overheid is beperkt. De communistische partij ontleent haar legitimiteit vooral aan de belofte van steeds meer welvaart voor een zo groot mogelijk deel van haar 1,3 miljard inwoners, dus een echte, stevige rem op de energieconsumptie valt alleen te verwachten als de energie voor China op een gegeven moment echt niet meer aan te slepen is.