Shakespeare tussen de beren

Eindelijk zijn de conclusies bekend van de opgraving van het oude Shakespearetheater The Rose. Er werden ook berengevechten gehouden. De stank was waarschijnlijk verschrikkelijk.

IN THE ROSE, het Londense theater waar de stukken van Marlowe en Henry VI en Titus Andronicus van Shakespeare in première zijn gegaan, is meer gedaan dan toneelspelen. Het theater, heilige grond voor liefhebbers van het Elizabethaanse toneel, was in de eerste jaren van zijn bestaan waarschijnlijk `multifunctioneel' en ook in gebruik als berenbijt, een arena voor berenspelen. Dat is één van de conclusies van architect Jon Greenfield en Shakespeare-deskundige Andrew Gurr (Antiquity, juni). Het tweetal baseert zich op de uitvoerige wetenschappelijke rapporten die de afgelopen twee jaar zijn gepubliceerd over de opgravingen van 1989.

Uit historische bronnen was al bekend dat `ondernemer' Philip Henslowe in 1587 opdracht had gegeven om het theater te bouwen – bij London Bridge in Southwark, in wat nu Park Street heet. In Dulwich College liggen de zogenaamde Henslowe papers. Hierin staat van dag tot dag vermeld welke stukken tussen 1592 en 1597 in The Rose zijn opgevoerd en wat ze hebben opgebracht. Verder bevatten ze een inventarisatie van de kostuums en de rekwisieten, die de acteurs, onder wie Shakespeare zelf, hebben gebruikt. Over de vroegste periode was niets bekend en ook niet hoe het theater eruit had gezien. Men moest het doen met een kleine afbeelding op een panoramatekening van John Norden uit 1600. Hij had het theater zeszijdig afgebeeld, maar op een andere tekening had hij het weer rond gemaakt.

In februari 1989 kwamen bij de bouw van een tien verdiepingen hoog kantoorgebouw de fundamenten van het theater tevoorschijn. Archeologen van twee instellingen kregen korte tijd voor een opgraving. Ze ontdekten dat het theater niet zes, maar veertien zijden gehad moet hebben. Na twee maanden onderzoek moesten de archeologen hun onderzoek stoppen, omdat de bouw weer verder moest.

Onlangs zijn de data van de twee archeologische instellingen bijeengebracht in één gezamenlijk digitaal bestand, wat verder onderzoek vergemakkelijkt. Greenfield en historicus Gurr (Universiteit van Reading) ontdekten een verrassend hoogteverschil tussen het grondniveau van het binnenterrein en de eerste galerij: ruim 1,30 meter. Met een balustrade moet er rond het binnenterrein een soort muur van meer dan 2,20 meter hoog zijn geweest.

stier

Voor Gurr en Greenfield is de hoge muur reden om aan te nemen dat het theater de eerste jaren, voor een verbouwing in 1592, ook als arena voor berenspelen is gebruikt. In die tijd was er dus ook nog geen vast podium. Het is bekend dat in de omgeving meer van dergelijke arena's zijn geweest waarin jachthonden werden losgelaten op een vastgeketende beer of, wat ook voorkwam, een wilde stier. Verder staat vast dat Henslowe, in 1604 benoemd tot Master of the King's Bears, later in een ander theater, The Hope, iedere donderdag berenspelen organiseerde. Op alle andere dagen was er toneel, maar na verloop van tijd liepen alle acteurs weg, omdat ze de stank van de dieren niet langer konden verdragen.

Greenfield komt met nog een andere interessante suggestie. Hij denkt dat de bouwer, John Griggs, bij de bouw van het veertienzijdige theater gebruik heeft gemaakt van een door Albrecht Dürer in 1520 gepubliceerde methode om een cirkel in zeven gelijke delen te verdelen (zie tekening). Mathematisch gezien was de methode niet perfect, maar voor praktisch gebruik door timmermannen en schilders wel zeer geschikt. John Griggs moet met gebruik van de rod (5,029 meter) als standaardmaat en met behulp van passer en rechthoek in staat zijn geweest om het theater zijn gewenste plattegrond te geven. De diameter van een dergelijk ontwerp zou 72 feet zijn geweest. `Eureka', dacht Greenfield, want dat was precies de diameter die de archeologen bij hun opgraving hadden vastgesteld.

Volgens Greenfield en Gurr blijven er nog genoeg vragen over. Had het theater twee of drie galerijen? Was er een buitentrap die toegang gaf naar de galerijen? Blokkeerde het later gebouwde podium een ingenieus drainagesysteem, met als gevolg een zeer modderig binnenterrein?

Er is maar één manier om die vragen te beantwoorden, zegt het tweetal. ``Opnieuw beginnen met opgraven.'' Het kan, want de geplande garage onder het kantoorgebouw is niet doorgegaan. Onder zand, water en cement liggen hier nog steeds de resten van The Rose. De eigenaren van het kantoorgebouw en de plaatselijke raad vinden het best. Er zijn nog twee obstakels: Geld – aan een inzameling wordt gewerkt – én English Heritage, dat de vindplaats tot monument heeft verklaard en dus toestemming moet geven.