Politie-informatie ligt op straat

Zeer vertrouwelijke politiedossier circuleren in het criminele milieu. Hoe justitiële informatie op straat beland, of in de puinschuit.

Vertrouwelijke, justitiële informatie kan op vele manieren op straat belanden. Dit jaar stond een politietolk terecht die een Egyptische familie op de hoogte hield van het onderzoek van de Amsterdamse politie naar hen. Hij vertelde onder meer waarom de politie de familie afluisterde, welke familieleden loslippig waren geweest en waar surveillance camera's van de politie stonden opgesteld. Het onderzoek naar deze familie liep door toedoen van de tolk stuk.

Volgens de Amsterdamse advocaat J.Pen komt het ,,heel veel voor'' dat politiemensen buiten functie worden gesteld wegens het verstrekken van politie-informatie aan derden. Hij staat met enige regelmaat politiemensen bij die voor de rechter moeten verschijnen. Het aantal cliënten dat wegens schending van het ambtsgeheim wordt vervolgd, schat hij op jaarlijks ,,tientallen''.

Lekken bij de politie komt volgens misdaadverslaggever Peter R. de Vries met name in Amsterdam vaak voor. Hij verwijst naar vertrouwelijke informatie die bij de media is gekomen en die niet afkomstig kan zijn uit dossiers van advocaten. De informatie betreft uitgelekte processen verbaal van de centrale inlichtingen eenheid (CIE) van de politie die onder meer op internet hebben gestaan en al geruime tijd blijken te circuleren in het criminele milieu. In de dossiers staan namen van criminelen die met de dood worden bedreigd en analyses over reeds gepleegde liquidaties in Amsterdam.

Soms komt politie-informatie die afkomstig is van diefstal bij de media terecht. In het midden van de jaren negentig, ten tijde van de zaak-Z. circuleerden verslagen van afgeluisterde gesprekken van politiemensen in de media. Volgens het openbaar ministerie waren die illegale tapverslagen bedoeld om het politie-onderzoek in een kwaad daglicht te stellen.

In die zelfde tijd deponeerden onbekenden onder andere bij NRC Handelsblad floppy's waarop requisitoiren en namen en adressen van verdachten stonden. Ze bevatten ook interne memo's, vertrouwelijke nieuwsbrieven en gegevens over strafzaken.

Aanvankelijk was de gedachte dat die informatie afkomstig was van floppy's die augustus 1994 waren gestolen bij de Amsterdamse officier van justitie J.Valente. De journalisten Peter R. de Vries en Feike Salverda die uit het gestolen materiaal publiceerden, werden in staat van beschuldiging gesteld ter zake van heling en verspreiding van gestolen justitiële gegevens. In januari 1996 werden de journalisten door de rechtbank in Amsterdam ontslagen van rechtsvervolging

Later bleek dat de gegevens niet afkomstig waren van de inbraak in het huis van Valente. Volgens de toenmalige persofficier van justitie N. Schaar in Amsterdam betrof het na intern onderzoek informatie die of van politiecomputers afkomstig was, of van het openbaar ministerie (OM). Volgens Schaar kon de Amsterdamse justitie niet uitsluiten dat een van de eigen medewerkers vertrouwelijke informatie had doorgesluisd. Schaar, inmiddels raadsheer bij het hof in Den Haag: ,,Er staat me niet bij dat er toen bij ons een lek is gevonden.''

Diefstal van gevoelige informatie zorgde ook in 1996 voor reuring in de media. Toen werd ingebroken in het hoofdkwartier van het Landelijk Rechercheteam (LRT) in Zeist. Daarbij werden naast drie politiewapens ook twee computers met geheime onderzoeksgegevens gestolen. De diskettes kwamen via derden in handen van misdaadverslaggever Peter R. de Vries, die ze gebruikte in zijn televisieprogramma. Voor deze uitzending werd hij niet strafrechtelijk vervolgd.

Voor de diefstal van de LRT-diskettes werd in 1999 een 28-jarige inbreker in hoger beroep tot 140 uur dienstverlening en twee maanden voorwaardelijke gevangenisstraf veroordeeld. Volgens justitie hadden de inbreker en zijn drie maten het niet speciaal op de diskettes gemunt.

Niet altijd komt die informatie uit kwade wil in handen van derden. Soms gebeurt dat uit slordigheid. Zo berichtte Het parool in 1995 over `vertrouwelijke materiaal' afkomstig uit het hoofdbureau van politie aan de Elandsgracht, dat ,,door een vergissing is terechtgekomen op een puinschuit in plaats van bij het te vernietigen materiaal.''