ONVERKLAARBAAR BEWOOND

Fotograaf Hilbert Krane fietst vaak door Rotterdam. Zijn oog valt op huizen die nauwelijks nog bewoonbaar lijken. Toch wonen er mensen, tot grote tevredenheid. Hij fotografeerde de huizen en sprak met de bewoners over lekkages en verloedering, maar ook over ruimte en vrijheid. 'Al krijg ik geld toe, ik blijf hier zitten, want het bevalt me prima.'

Borselaarstraat

Lies en Jan van Huizen

Vierentwintig jaar wonen Jan (46) en Lies (47) van Huizen in dit huis, eerst op de derde etage, later kochten ze de rest erbij. De Borselaarstraat is een van de zeven straten van de Millinxbuurt, bekend als het getto van Rotterdam. Tientallen buren vertrokken, maar Jan en Lies bleven. Lies is huisvrouw, Jan werkt als teamleider bij Nufarm, producent van onkruidbestrijders.

Sinds de jaren '70 zijn veel huizen eigendom van huisjesmelkers. Aan onderhoud deden ze niets. 'De grote ellende begon toen Perron Nul in 1994 door burgemeester Peper werd gesloten', zegt Lies. Dagelijks kwamen zo'n 80 junks hun drugs in de wijk kopen, jaarlijks werden er vier mensen doodgeschoten. De politie durfde de wijk amper nog in.

Twee jaar lang hadden Jan en Lies zo'n 80 mensen naast zich wonen die het lood van de dakken trokken om het te verkopen. Toch hebben ze nooit overwogen om weg te gaan. In 1990 slaagden ze erin hun zwaar drinkende benedenbuurman eruit te krijgen, waarna ze voor een prikje zijn verdieping erbij konden kopen.

In 1998 besloot de gemeente de zaak te saneren. Er kwam een politiebureau in de wijk, zwerfvuil werd weer opgehaald en de huizen werden gerenoveerd. Met subsidies stimuleerde de gemeente de woningcorporatie De Nieuwe Unie om huizen van huisjesmelkers te kopen. Jan en Lies konden de benedenverdieping erbij kopen, op voorwaarde dat ze het hele pand zouden laten renoveren. Na 15 jaar krijgen ze dat geld terug. In de gerenoveerde huizen moeten weer werkende gezinnen trekken.

Café Costa del Sol

Putselaan

Maria Dries

Op de hoek van de Putselaan en de Slaghekstraat ligt een ruïne. Middenin die ruïne bevindt zich een café met twee woningen erboven. Maria Dries (62) is mede-eigenaar van café Costa del Sol en woont er boven. Het café is haar huiskamer. Het is open van 7.00 tot 1.00 uur, op zondag begint ze later. Maria heeft vanaf haar 27ste steeds cafés gehad, de vorige in een container. Costa del Sol bestaat sinds 1927 en heeft vijf eigenaars gehad, onder wie de schoonouders van de zangeres Anita Meijer.

Toen Maria erin trok, moest ze 6 maanden verbouwen, omdat de schoonzoon van de vorige eigenares uit wraak de hele boel kort en klein had geslagen. Costa del Sol loopt inmiddels goed, het publiek kent vele nationaliteiten.

's Zomers is er altijd een groot terras. 'Iedereen is welkom', zegt Maria, 'als ze zich maar gedragen.' De huisregels hangen boven de bar. Als ik vraag of er wel eens iets gebeurt, kijkt ze verschrikt en zegt: 'Ja, het is geen reclame voor het café, maar verleden jaar is er iemand voor de deur doodgeschopt.' Ze was danig van de kaart. Ze kende het slachtoffer niet. Verder is hier weinig aan de hand.

De buurt maakt onderdeel uit van Parkstad, een nieuwbouwproject dat aansluit op De Kop van Zuid. De gemeente wil haar uitkopen, en woningbouwvereniging Vestia gaat op deze plek naar alle waarschijnlijkheid een bejaardentehuis bouwen. Maria hoopt nog wel een jaar te kunnen blijven zitten. Ze is in gesprek met de gemeente over een ander onderkomen. Ze hebben haar wel wat aangeboden, maar daar zat geen woning bij. Dat ziet ze niet zitten.

Slaghekstraat

Trevor en Irna

In de Slaghekstraat staat een huis dat herinneringen oproept aan Oost-Berlijn. Het huis van de buren is verdwenen, daarvoor in de plaats staat nu een mooie boom met een groot stuk grond vol onkruid. Op de vierde etage van dit 'hoekhuis' wonen Irna (29) en Trevor (46) met zeven schildpadden en een kat. Ze kennen elkaar van het Oerolfestival, waar Trevor zeven jaar geleden zijn geld verdiende met straattheater, buikspreken en muziek maken. Toen ze vijf jaar geleden het huis aan de Slaghekstraat betrokken, was het pand van de buren al gesloopt.

'Een ideale situatie voor mijn muziekstudio Dead Wood Records, waar ik wekelijks live muziek opneem', zegt Trevor. Hij heeft ook geen beneden- en bovenburen, alleen de derde etage naast hen is bewoond, maar die mensen klagen niet. Sterker nog: ze zijn afgelopen zomer nog een middagje in de studio komen zingen.

Trevor is heel erg blij met het huis en had het maar al te graag gekocht om het een beetje op te knappen. Maar onlangs liep er opeens iemand rond in zijn huis en dat bleek de nieuwe huisbaas te zijn, die vroeg of hij geen plannen had om te vertrekken. 'Al krijg ik geld toe: ik blijf hier zitten, want het bevalt me prima hier', had Trevor geantwoord.

De Slaghekstraat is een van de negen 'hotspots' in de onveilige wijken uit het collegeprogramma 2002-2006. Dat zijn straten waar criminaliteit, vervuiling en verloedering het beeld bepalen. Er gaat gecontroleerd worden op overbewoning, fraude, dealpanden, illegale kamerverhuur, wiettplantages, illegale seksinrichtingen en andere overlast. De straat wordt ingrijpend gerenoveerd en huiseigenaars worden gesommeerd achterstallig onderhoud weg te werken, aldus het collegeprogramma. Dit alles moet in 2005 afgerond zijn.

Pimpernelstraat

Ismail Camsoj

De Pimpernelstraat in Bloemhof is een rustige, smalle straat met aan weerskanten veel schotelantennes, wat wijst op allochtone bewoners. De bewoners voeren al acht jaar actie tegen de woningbouwcorporatie vanwege de slechte staat van hun huizen. Vocht en schimmel. Sommigen willen ingrijpende renovatie, anderen volledige sloop. Woningbouwcorporatie Vestia gaat niet verder dan grootschalig onderhoud. Veertien bewoners stapten uit protest naar de huurcommisie, die na onderzoek besloot tot een bindende huurverlaging van 40 procent.

Dertig jaar woonde de 64-jarige Ismail met vrouw en zes kinderen in een andere straat in Rotterdam-Zuid. Hij heeft verschillende banen gehad, maar het langst werkte hij als lader en losser in de Waalhaven. In 1988 belandde hij in de WAO om zijn longen. Zijn kinderen zijn inmiddels het huis uit en dus ging hij zeven jaar geleden met zijn vrouw in een kleiner huis in de Pimpernelstraat wonen. De buurt en het huis bevallen hem prima.

Vijf keer per dag fietst hij naar de naburige moskee om te bidden, daarnaast vindt hij nog tijd om elke dag thuis de koran te lezen.

Vijf van zijn zes kinderen wonen ook nog in Rotterdam, een van zijn dochters is teruggegaan naar Turkije toen ze achttien werd. Als ik hem vraag naar het grootschalig onderhoud, kijkt hij me verschrikt aan. Hij heeft verhalen gehoord van buurtbewoners dat de straat misschien gesloopt gaat worden. Hij weet daar zelf niets van. Wat ze allemaal zeggen in de buurt, daar bemoeit hij zich niet mee. Als hij er uit moet, dan zal hij het wel op tijd horen, denkt hij.

Als ik hem vraag of hij wel blij zou zijn met 40 procent huurverlaging, haalt hij zijn schouders op, kijkt me bedenkelijk aan en zegt: '40 procent, ik weet het niet.'

Nassaukade

Mavis Denswil

In Rotterdam ligt nog een klein stukje van de spoorwegbrug waar vroeger de treinen de Maas overstaken: de Hef. Naast de Hef staat een huis met een pizzeria op de begane grond dat wordt bewoond door twee gezinnen.

Op de eerste etage woont Mavis Denswil (54) met haar twee zoons van 17 en 23 jaar. Mavis is veertien jaar geleden uit Suriname naar Nederland gekomen. Nadat ze een jaar bij haar zus in Rotterdam had gewoond, kreeg ze dit huis, het enige huis op de Nassaukade. Het hoekpand van de buren staat op het Stieltjesplein. Veel huizen op dit plein zijn dichtgemetseld en zullen worden afgebroken om plaats te maken voor nieuwe woningen. Mavis weet niet wat er met haar woning gaat gebeuren.

De ligging van het huis vindt Mavis prachtig: aan de voorkant de schepen op de Maas en aan de achterkant de vele bomen en bramenstruiken die tegen de Hef aangroeien. Toch is ze al op zoek naar een andere woning, omdat het huis in zeer slechte staat verkeert.

Eigenlijk is het met maar twee slaapkamers ook te klein voor drie mensen. Het ergst vindt ze de kou in de winter, vooral in de slaapkamers. Het tocht aan alle kanten en alleen in de woonkamer staat een kleine gaskachel. Als het huis gerenoveerd zou worden, zou ze er maar al te graag blijven, maar daar zijn geen plannen voor.

Mavis is lid van de Pinkstergemeente en ze gaat elke vrijdag en zondag naar de kerk. Zaterdag heeft ze koorrepetitie. Elke twee weken maakt ze de kerk schoon, ze kookt voor de leden van de Pinkstergemeente. Eigenlijk staat ze 24 uur per dag voor ze klaar. Het geloof speelt een zeer belangrijke rol in haar leven.

Mijnsherenplein

Gerda en Pancras Stout

Het Mijnsherenplein in de Millinxbuurt bestaat uit een voetbalveldje en een goed onderhouden speeltuin, omsloten door een groot hek. De speeltuin wordt geheel vrijwillig beheerd door Gerda en Pancras, in de buurt ook wel oma en opa Panc genoemd. Ze zijn 64 jaar. Hij werkte zijn hele leven bij de post, zij was huisvrouw. Gerda heeft negen kinderen, uit een vorig huwelijk. In de speeltuin kunnen de kinderen zes dagen in de week van 11.00 tot 18.00 uur tegen een kleine vergoeding terecht. Maar ook ouderen vinden hun weg naar de speeltuin om even te praten of een kop koffie te drinken met oma of opa Panc.

Hun huis staat recht tegenover de ingang van de speeltuin. Ze bewonen de benedenverdieping van een groot pand dat voor de rest helemaal leeg staat. Het pand moet gerenoveerd worden. Alle buren zijn al maanden geleden vertrokken, terwijl Gerda en Pancras wachten tot hun nieuwe bestemming gereed is. Ze hebben geen zin om te wachten tot ze er na de renovatie weer in kunnen. Ze gaan verhuizen naar een huis even verderop, dat eigenlijk al af had moeten zijn.

Vier jaar geleden zijn ze hier komen wonen. Daarvoor woonden ze iets verderop aan het Mijnsherenplein. Ze hadden toen een groep junks boven zich wonen met wie ze goed overweg konden. Alleen hadden de junks de dakgoot en de afvoerpijp van het huis gesloopt, zodat er na een enorme storm een halve meter water in huis stond.

Opa en oma zijn gehecht aan het plein, de buurt en de mensen. De solidariteit is groot, misschien juist door de criminaliteit en de junks. Mensen zochten samen naar oplossingen voor de problemen. Zo startte Gerda een cursus voor vrouwen die in het donker de straat niet meer opdurfden.

Ze speelt ook in de Millinxsoap, een toneelgezelschap bestaande uit buurtbewoners die hun eigen belevenissen ten tonele voeren.

Er is de laatste tijd veel veranderd in de buurt. De politie is bijvoorbeeld altijd snel ter plekke en treedt hard op waar dat nodig is. Gerda vindt dat een goede zaak, alleen voor het preventief fouilleren houdt ze haar hart vast. Het baart haar zorgen dat de politie alleen de donkere mensen fouilleert. Dat pikken die jongens niet. Ze ziet de frustratie groeien en vandaag of morgen gaat het een keer goed fout. En dat is nu precies waar ze in de buurt geen behoefte aan hebben.

Hilbert Krane is fotograaf te Rotterdam.