Ongenode gasten 2

In zijn overigens aardige artikel lijkt Jelle Reumer de Japanse oester Crassostrea gigas ook tot de ongenode gasten te rekenen (W&O, 10 juli). Het tegendeel is waar. Deze oester is met open armen ontvangen! Met opzet is hij door oesterkwekers ingevoerd als vervanger voor de inheemse oester Ostrea edulis, waar het in de zestiger jaren zeer slecht mee ging, onder andere door de strenge winter van 1963. De invoer begon in 1964 in de Oosterschelde; later is de Japanse oester ook uitgezet in de Waddenzee bij Texel (1976) en in de Duitse Waddenzee bij Sylt (1986). Aanvankelijk dacht men dat dit ongestraft kon omdat deze oester toch niet tot voortplanting zou komen; de daarvoor benodigde temperatuur van boven de 18 à 20 graden kwam in ons kustwater niet lang genoeg voor. De jonge oesters werden alleen buiten uitgezet om tot marktgrootte uit te groeien. Inmiddels is het water warmer geworden en heeft de Japanse oester zich misschien ook wat aangepast aan lagere temperaturen. Hoe het ook zij, dichte oesterbanken, zoals in de Oosterschelde al enige jaren aanwezig zijn, beginnen nu ook te verschijnen in de Waddenzee. De mosselbanken, die na wegvissen rond 1990 in de westelijke Waddenzee niet terugkeerden, worden nu vervangen door oesterbanken. Het volgen van zo'n grote verandering in het ecosysteem van de Waddenzee is op zich natuurlijk interessant. Voor de schelpdieretende vogels als eidereend en scholekster is het echter desastreus. Zij kunnen geen Japanse oesters eten en hun lievelingsvoedsel de mossel is in de westelijke Waddenzee sterk achteruitgegaan.

Een foto van een oesterbank was een betere illustratie geweest bij Reumers artikel dan die paar lege schelpen op het zand. Ook lijken de oesters op de foto dwergen vergeleken bij de wel tienmaal zo groot afgebeelde driehoeksmossel. In werkelijkheid is die veel kleiner dan de Japanse oester.