Niets zal hem in de weg zitten

Pieter van den Hoogenband (26) nam gisteren zijn intrek in het olympisch dorp van Athene. ,,Ik laat me dit sportfestijn niet afnemen door een stel mafkezen'', zegt de titelverdediger (100 en 200 meter vrije slag) aan de vooravond van zijn derde Olympische Spelen.

Eerst maar even dit: het spotje waarmee sportkoepel NOC*NSF het tv-publiek dezer dagen opwarmt voor de aanstaande Olympische Spelen in bakermat Griekenland. ,,In Athene vreet ik ze allemaal op'', grimast het trotse boegbeeld van de Nederlandse olympische ploeg. Gespierde taal, verpakt in een voor wie daar van houdt flitsende commercial. Maar wie Pieter van den Hoogenband ook maar een beetje kent, weet dat hij onmogelijk de geestelijk vader kan zijn van deze fantasieloze en weinig subtiele oneliner.

Dat blijkt te kloppen. Zoals het ook blijkt te kloppen dat coach Jacco Verhaeren en hij sowieso niet zo gelukkig zijn met het resultaat: te veel bombast, te weinig Pieter. Maar goed, VdH was zelf lijfelijk aanwezig bij de opnamen, en ,,dus moet ik nu niet klagen''. Zeker hij niet, de topzwemmer die het overboord zetten van overtollige geestelijke ballast tot kunst heeft verheven. Irritaties, groot of klein de tweevoudig olympisch kampioen schudt ze als waterdruppels van zijn gebeeldhouwde lichaam.

Niets mag hem in de weg zitten in de aanloop naar zijn derde Olympische Spelen, en dus zal niets hem in de weg zitten in zijn voorbereiding op `Athene'. Oud-schaatsster Colette Zee beheert formeel zijn agenda, hij voert zelf de regie. Zoals vandaag, op de laatste zaterdag van juni in Loano. Vier interviews staan op het programma aan de Italiaanse Bloemenrivièra, voordat hij, gestoken in een oranje T-shirt, aanschuift voor het kwartfinaleduel Nederland-Zweden bij het Europees kampioenschap voetbal.

Het is, zeven weken voor de start van het zwemtoernooi, de laatste kans om hem onder vier ogen te spreken, want: ,,Ik wil rust aan mijn kop. Uit testen blijkt keer op keer dat al die interviews energie vreten. Ik ben van nature een redelijk makkelijke prater, alleen: ik wil goed over bepaalde vragen nadenken en het ook juist onder woorden brengen. Ik lees wel eens iets van mezelf terug en denk dan: dat had je tactischer onder woorden kunnen brengen, vriend. Dat neem je dan weer mee het water in. Als zo'n interview gepubliceerd wordt, werkt het vaak ook nog even door, omdat er een bepaalde zin wordt uitgelicht.''

Hij is niet bang om voor zijn mening uit te komen. ,,En ik heb er ook wel degelijk een. Maar ik weet dondersgoed wat ik wel en wat ik niet wil zeggen, en dus wanneer ik de handrem moet aantrekken. Als ik nu iets roep, dan is de kans groot dat die woorden `een enorme staart' krijgen. En daar zit deze jongen dus niet op te wachten, zo vlak voor de Spelen. Het is leuk en aardig, hoor, om voor Barend & Van Dorp naar Portugal te gaan, maar zo'n uitstapje verstoort mijn trainingsritme. Het gaat om mijn zwemprestaties, niet om mijn (lacht, red.) fenomenale voetbalinzichten. Vorig jaar hebben we bewust veel gereisd, en daar hebben we van geleerd. Dit jaar, het olympisch seizoen dus, hebben we ons heilig voorgenomen strak vast te houden aan onze planning. Ik moet mijn oogkleppen opzetten, en trek me nu bewust langzaam terug in mijn eigen wereldje, om in Athene weer uit mijn schulp te kruipen.''

Maar heeft hij niet de morele (want commerciële) plicht af en toe op de beeldbuis te verschijnen? Hoofdschuddend: ,,Mijn twee hoofdsponsors, Nike en Philips, zijn niet zozeer geïnteresseerd in Nederland. Die denken veel groter en kijken dus ook veel verder. Die pushen mij ook niet. Natuurlijk is het goed af en toe je gezicht te laten zien, maar ik wil niet als een Popie Jopie op tv verschijnen. Ik ben een serieuze sportman. Wie ben ik bovendien om spelers van het Nederlands elftal een cijfer te geven?''

Het contract tussen Philips en Van den Hoogenbands profploeg loopt af op 1 januari. Valt of staat een voortzetting van de overeenkomst met zijn prestaties in Athene? Maakt hij zich (dus) zorgen? Met een wegwerpgebaar: ,,Welnee, alle plannen en scenario's liggen klaar, zowel bij ons als bij het management. Maar op dit moment ben ik, geloof me, echt alleen met Athene bezig. Het zou mooi zijn als we met Philips zouden doorgaan, maar d'r zijn ook andere gegadigden. Het was vooral van belang dat we wisten wat wíj wilden. Het gaat niet om geld, het gaat om de sportieve ambities. Het buitenland is en blijft een optie: Australië of China. Ik wil niet opscheppen, maar langzamerhand heb ik een aardige erelijst opgebouwd. Het worst case-scenario is dat ik in Athene helemaal geen medaille win. Maar dan nog ben ik de tweevoudig olympisch kampioen van Sydney. Dat blijf je voor de rest van je leven. Alleen ben je dan even niet meer zo hot. Maar je kan nog een heleboel andere dingen met me doen. Vier jaar geleden liepen ook tal van contracten af. Dacht je dat ik me daardoor heb laten afleiden? Ik wil wat laten zien, elke zomer opnieuw. Dat is mijn streven.''

Toch was het zwart-wit gesteld `slechts' in Berlijn, twee jaar geleden bij de Europese kampioenschappen langebaan (50 meter), dat `de ware Pieter van den Hoogenband' zichzelf liet zien. Bij de WK's, in Fukuoka (2001) en Barcelona (2003), stelde het zondagskind uit Geldrop teleur. Hij haat het woord, maar in beide gevallen had hij een `excuus': eerst de naweeën van de euforie na Sydney, vorig jaar een vlak van tevoren opgelopen virusinfectie. ,,Maar heb ik gefaald in Barcelona met een tweede plaats? Hebben Thorpe en Popov (twee van zijn concurrenten, red.) gefaald in Sydney? Nee, máár: ik kan beter, dat is waar. Popov zei het me laatst nog: hij had in zijn beginjaren te maken met slechts één Amerikaan, nu is het veld vele malen breder. Ik weet wat ik doe, ik weet wat ik kan, ik weet voor wie ik het doe, en dat is voor mezelf. Ik kan hoofd- van bijzaken scheiden. Veel topsporters of wat daar voor doorgaat kunnen dat niet, ik wel.''

Blijft de vraag: waarom gaat hij in Athene opnieuw de 100 en de 200 meter winnen? Stellig: ,,De vraag moet zijn: waarom ga ik mezelf verbeteren, waarom ga ik harder zwemmen dan ik ooit heb gedaan? Omdat ik vorig jaar in de aanloop naar Barcelona al merkte dat ik op veel punten beter en sterker ben geworden. Daar kwam het er niet uit, en dat had zijn reden. Jacco en ik zijn op die ingeslagen weg doorgegaan. Ik heb nu meer spiermassa, zwem in trainingen setjes en tijden die ik nog nooit eerder heb laten zien, en druk in het krachthonk nu vier keer zoveel weg als vóór Sydney. Uit lactaattesten blijkt ook dat mijn lichaam aanzienlijk meer kan verstouwen dan voorheen. Dat is een leuke bevestiging. Al heb ik die niet nodig, want ik heb voldoende kennis van mijn eigen lichaam om te weten dat het goed gaat. Jacco en ik zijn bovendien zo goed op elkaar ingespeeld dat we exact weten wat we moeten doen om in Athene in topvorm te zijn.''

Hij zegt het bijna achteloos: ,,Op de honderd moet ik in staat zijn mijn eigen wereldrecord (47,84, red.) te verbeteren. Daar train ik voor. Maar als Ian Crocker (Amerikaanse sprinter, red.) zijn kortebaantijden doortrekt naar de langebaan, en 47,2 zwemt, ja, dan zal ik genoegen moeten nemen met zilver.'' Op de 200 meter is het ,,een ander verhaal'', beseft Van den Hoogenband. ,,Sinds Sydney heeft Thorpe bij elk groot toernooi de 200 gewonnen, en telkens voerde hij de wereldranglijst aan. Alleen in 2002 ben ik hem op een tiende genaderd. Hij is de wereldrecordhouder, hij is de favoriet, ik een kanshebber. Maar: ik ben wél de defending champion.''

En nog altijd een ijskonijn. Grijnzend: ,,Nadat Filippo Magnini mij op de 100 had verslagen bij de EK in Madrid, waren die Italianen in ons hotel door het dolle heen. Hij had de wereldrecordhouder verslagen! Prima, dacht ik, ik pak jou wel op de 200. Dat gebeurde dan ook. Die gretigheid heb ik nog steeds.'' Olympische Spelen brengen bovendien het beste in hem naar boven, weet hij. Kijk naar Atlanta (1996), kijk naar Sydney (2000). ,,Noem het de magie van dit evenement. Ik ben daar gevoelig voor. Het feit bijvoorbeeld dat de 100 meter al sinds 1896 op het olympisch programma staat. Dat vind ik machtig mooi.''

Maar hoe leuk zijn de Spelen nog, nu Athene is veranderd in een militaire vesting en de angst voor terreuraanslagen groot is? Bang zegt Van den Hoogenband niet te zijn, maar: ,,Ik besef verdomde goed in wat voor wereld we leven. Ik ben niet meer de jonge dolle hond die overal blind invliegt, en denkt: mij overkomt toch niets. Die tijd ligt achter me. Maar ik ben ook topsporter, ik zit in de bloei van mijn loopbaan, en de Spelen zijn simpelweg het hoogste podium. Ik laat me dit sportfestijn niet afnemen door een stel mafkezen. Je moet niet naïef zijn. Maar het zal niet gebeuren dat we over x aantal jaar met z'n allen nog weten dat Pieter van den Hoogenband zijn titels in Athene niet verdedigde omdat hij bang was. Kortom: ik sluit me niet af voor hetgeen er op deze wereld gebeurt, maar ik laat me d'r ook niet al te zeer door leiden. Als ik op dat startblok sta, dan kan het stadion bij wijze van spreken in elkaar sodemieteren, maar dan zal en dan moet ik die race winnen. Zo ben ik ook wel weer. Als ik dan terugkom op mijn hotelkamer en ik zie de beelden op CNN, dan denk ik: waar ben jij mee bezig? Maar ja, als ik m'n eigen droomkasteel kapot maak door eindeloos te relativeren, weet ik één ding zeker: dan ga ik niet harder zwemmen. Dus ja, het is een dubbel gevoel.''

Ambivalente gevoelens heeft Van den Hoogenband niet als het gaat om het plotselinge vertrek van bondscoach André Cats, nu ruim anderhalve maand geleden. Het leek verdacht veel op een wanhoopsdaad van het Eindhovense kamp, om zo kort voor het sluiten van de markt de hoofdcoach tot aftreden te `dwingen'. Maar dat, benadrukt de kopman, is een misvatting. ,,Hij was gewoon niet de juiste man op de juiste plaats, punt uit. Waar gehakt wordt, vallen spaanders, dus we moeten er niet moeilijk over doen. André heeft goede dingen gedaan, dat zeker, maar het liep niet. Hij is uitermate geschikt als jeugdbondscoach, niet als bondscoach. Je hebt in de Nederlandse situatie ook geen bondscoach nodig, maar een `aangeklede manager', zoals nu met [Cats' tijdelijke opvolger] René Dekker, waarbij de samenwerking gebaseerd moet zijn op het elkaar aanvullen en ondersteunen. Nu merkte je: het wordt alsmaar spannender, en het werkt niet. Inmiddels is zowel de rust als het respect wedergekeerd binnen de ploeg, en daar gaat het om. Mensen die aanvankelijk hun bedenkingen hadden bij onze stap erkennen nu: dit is een verademing, het loopt weer veel beter.''