Meisjes van tien jaar met anorexia

Het aantal jonge kinderen met een eetstoornis stijgt. Kinderen zijn steeds jonger met hun gewicht bezig en ouders vragen eerder hulp.

De jongste anorexiapatiëntjes die worden opgenomen op de afdeling jeugdpsychiatrie van het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMC) zijn tien jaar oud. Het aandeel kinderen tot veertien jaar dat moet worden opgenomen voor anorexia nervosa, de eetstoornis waarbij de patiënt zich opzettelijk uithongert, of boulimia nervosa, waarbij de patiënt lijdt aan eetaanvallen, neemt ieder jaar toe. Sinds 1999 ziet UMC-jeugdpsychiater Annemarie van Elburg het aandeel patiënten tot veertien jaar stijgen van acht procent in 1999 tot ruim 30 procent in dit jaar, op basis van de maanden tot nu toe. De gemiddelde leeftijd daalde daarbij van ruim zestien in 1999 tot krap vijftien dit jaar.

Huisartsen constateren steeds vaker de psychiatrische ziekte anorexia. Dat concludeert Gabriëlle van Son, onderzoeker bij de instelling voor geestelijke gezondheidszorg Robert-Fleurystichting in Leidschendam. Van Son en haar onderzoekspartners vergeleken de gegevens van huisartsen over de periodes 1985-1989 en 1995-1999. De grootste groei vond plaats in de categorie vijftien tot en met negentien jaar, maar ook onder jongere kinderen constateerden de onderzoekers een sterke stijging. In de laatste periode vonden zij zelfs een meisje van negen jaar. Wetenschappelijke gegevens over de afgelopen jaren zijn nog niet voorhanden, maar de stijging die het UMC ondervindt, wordt ook waargenomen bij de andere gespecialiseerde instelling voor eetstoornissen bij kinderen, Accare in Smilde.

Daaruit kan niet rechtstreeks de conclusie worden getrokken dat anorexia en boulimia toenemen in deze leeftijdsgroep. Van Elburg ziet een belangrijk deel van de oorzaak liggen in verhoogde alertheid van ouders en huisartsen, waardoor een eetstoornis eerder wordt herkend. Er is meer informatie, meer media-aandacht en de zorg is steeds beter georganiseerd.

Maar de onderzoekers zijn er niet gerust op, omdat er toch veel aanwijzingen zijn dat het aandeel jonge patiënten de laatste jaren is gegroeid. Kinderen krijgen op steeds jongere leeftijd aandacht voor hun gewicht. Meisjes van acht zijn soms al met hun gewicht bezig. Tegelijkertijd neemt overmatig overgewicht (obesitas) onder kinderen toe. In oktober vorig jaar sprak de Utrechtse hoogleraar gezondheidspsychologie Denise de Ridder haar bezorgdheid uit over de toenemende berusting van kinderen in hun overgewicht. ,,Kinderen moeten weer leren dat het niet leuk is om dik te zijn'', zei zij in haar oratie. Tegelijk zijn er dus ook steeds meer kinderen, vooral meisjes, die hun eten te vaak laten staan. ,,Er ontstaat een kloof tussen het nog altijd sterk aanwezige slankheidsideaal en de werkelijkheid, die laat zien dat Nederland wat overgewicht betreft hard bezig is de Angelsaksische landen in te halen'', zegt Eric van Furth, klinisch psycholoog bij de Robert-Fleurystichting.

Goedbedoelende ouders kunnen met hun waarschuwingen voor overgewicht een negatieve invloed hebben op onzekere kinderen. Van Elburg: ,,Ouders zeggen vaak: pas op, daar word je dik van. Maar ze kunnen beter zeggen: pas op, dat is niet gezond. Dat haalt de nadruk van het uiterlijk af.'' Jonge kinderen zijn erg gevoelig voor negatieve prikkels. ,,Stel, een meisje dat genetische aanleg heeft voor anorexia is in het begin van de puberteit en gaat daardoor meer eten'', zegt Van Furth. ,, Als zij na de zomervakantie weer op ballet komt en haar lerares zegt: ,,Wat heb jij een dikke kont gekregen'', kan dat aanleiding zijn voor een eetstoornis.''

Van Son constateert dat boulimia in gemeenten met meer dan 100.000 inwoners 5,5 keer vaker voorkomt dan op het platteland. Zij denkt dat kinderen in de stad eerder worden aangesproken op hun gewicht dan in kleine gemeenten. Bij anorexia is dat onderscheid niet gevonden. Beide ziekten zijn deels genetisch bepaald, maar bij anorexia is de invloed van omgevingsfactoren waarschijnlijk kleiner dan bij boulimia.

Maar er zijn ook biologische verklaringen voor de toename van eetstoornissen onder tien- tot veertienjarigen. Kinderen komen steeds sneller in de puberteit. Een van de oorzaken daarvan is overgewicht; het lichaam heeft daardoor sneller voldoende capaciteit om de benodigde hormonen aan te maken. Tijdens de puberteit neemt het vetweefsel juist weer sterk toe, vooral bij meisjes. Ondertussen zijn ze in een emotioneel gevoelige fase van hun leven.

Juist bij de jongste groep is snel ingrijpen essentieel. Kinderen die voor de puberteit een eetstoornis ontwikkelen, raken ook niet in de puberteit. Bovendien is hun lichaam kwetsbaarder, omdat het minder vetweefsel bevat en daardoor bij ondervoeding sneller overgaat tot het afbreken van spieren en organen. Ook bouwen zij te weinig botmassa op, wat de kinderen voor het leven kwetsbaarder maakt voor botbreuken.

Behalve deze lichamelijke problemen ontstaat er een psychosociale achterstand. Het is nog onduidelijk of jonge kinderen daardoor ook sneller vatbaar zijn om op latere leeftijd weer een eetstoornis te krijgen.

Bij kleine kinderen is het wel een stuk moeilijker om een eetstoornis op te merken. Ze vermageren niet zo sterk als oudere mensen, maar blijven kleiner. Vaak wordt de stoornis pas opgemerkt als bij GGD-onderzoek blijkt dat zij afwijken van hun eigen groeicurve. In de eetstoornissenkliniek van de Robert-Fleurystichting, waar alleen volwassenen worden behandeld, komen soms patiënten binnen die slechts 1.50 meter lang zijn. Ook zullen jonge kinderen eerder ontkennen dat ze te weinig eten.

Ouders zoeken sneller hulp. Het aantal doorverwijzingen bij de huisarts naar de geestelijke gezondheidszorg steeg van 63 procent in de periode 1985-1989 tot 70 procent in de periode 1995-1999, aldus het onderzoek van Van Son. Doorverwijzingen voor boulimia stegen van 53 naar 81 procent. Vaak komen ouders met hun kind bij de huisarts omdat ze een lichamelijke aandoening vermoeden. In veel gevallen worden ze dan doorverwezen naar een kinderarts. Van Elburg: ,,Het zou kunnen dat op die manier een eetstoornis langer onopgemerkt blijft.''