Kir

In de zomer zoekt Marjoleine de Vos verkoeling. In de drank.

Natuurlijk is wijn heel lekker. Althans, kan wijn heel lekker zijn. Er zijn ook heel vieze, heel zure, heel dunne wijnen. Vaak vind ik witte wijn na twee glazen niet meer zo plezierig drinken wegens te dun en te zuur en te veel vermoedens van aanstaande hoofdpijn. Soms is ook het idee van wijn, of de bewoording, het aantrekkelijke: `een koel glas witte wijn' of `een glas koele rosé' of `een lichtgekoelde jonge rode wijn.' Dat koele is, nu het werkelijk warm is geworden, wel een must en de woordcombinaties doen de rest. Het klinkt onweerstaanbaar, vooral als er bij een aantrekkelijk gerecht staat dat je daar zo'n glas koele bij moet drinken.

(Al zijn ze bemoeizuchtig die zinnetjes: `drink er een glas koele bij'; `geef er een groene salade bij', dat zal je toch zeker zelf wel uitmaken).

Gevulde sardientjes en een beslagen fles, buiten genoten. Iemand die zegt: ,,ik heb wijn koud staan'' en die je dan inschenkt en je een plakje harde worst serveert en de deuren naar tuin of balkon staan open. In de schaduw zitten en dan komt er iemand van binnen met een parelende karaf en een tomatensla met veel fijngesneden verse kruiden. Waarom zou je iets anders willen dan wijn?

Toch hebben mensen de neiging om iets met die wijn te doen. Water erbij, van oudsher. In Venetië dronken veel mensen de wijn met een scheut campari en een scheut spuitwater, als tussendoortje. En in Frankrijk drinkt men kir.

Nu zijn we waar we wezen willen.

Ooit schijnt men in Parijs `un blanc-cass' te hebben besteld als men kir wilde: een witte wijn met cassis, waarbij cassis `crème de cassis' was, de bosbessenlikeur uit Dijon van de firma Lejay Lagoute en niet het prikdrankje dat hier onder die naam bekend is geworden. Dat de `blanc-cass' un kir is geworden, komt door een Dijonse burgemeester die Kir heette en die van de blanc-cass zijn huisaperitief maakte en daarna Lejay Lagoute toestond zijn naam te gebruiken bij reclame voor hun product, et notamment pour désigner un vin blanc cassis, lees ik op de site saveurs.sympatico. Weer een raadsel opgelost.

De kir is het zomeraperitief bij uitstek. Door de wijn die niet zoet is, en door het rinse van de bosbessensmaak is het drankje niet tè zoet, vooral niet als er maar weinig cassis in het glas wordt gedaan en veel wijn. Kir moet er wat mij betreft uitzien als blozende wijn, niet als een rode drankneus. Je wilt nooit meer dan één glas want voor meer is het weer wel net te zoet, na een glas lust je wat graag een gewoon glas koele. Omdat er maar één glas van gedronken kan worden, is de kir ideaal als voorafje bij een mooi Frans dineetje, met een salade, een visje, les fromages, le dessert. Zo'n steeds-is-er-weer-iets-lekkers-etentje. Zo'n etentje dat al zo goed begon. Met een kir.