Dubbel slim

Ouderen die al heel hun leven tweetalig zijn kunnen zich beter concentreren. Ook zijn ze beter in staat relevante van onbelangrijke informatie te onderscheiden.

TWEETALIGHEID heeft een positief effect op bepaalde cognitieve vaardigheden. Ellen Bialystok, hoogleraar cognitieve psychologie aan de York University in Toronto, komt in het juni-nummer van Psychology and Aging tot deze conclusie.

Bialystok deed cognitieve testjes met een- en tweetaligen van middelbare en hogere leeftijd. Bij de tweetaligen ging het om mensen die al vanaf jonge leeftijd dagelijks twee talen hanteerden. Ze deden de `Simon test' waarbij de proefpersoon moet reageren op rode en blauwe blokjes die op een beeldscherm verschijnen. Bij een blauw blokje moeten ze een toets aan de linkerkant van het toetsenbord indrukken, bij rood een toets rechts. Als het blauwe blokje rechts verschijnt en de linkerknop moet worden ingedrukt, is de reactietijd meestal langer. Uit eerdere experimenten is gebleken: hoe hoger de leeftijd, hoe trager de reactie. Het vermogen om snel te reageren op `niet-congruente' informatie neemt bij het ouder worden af. In de cognitieve psychologie wordt dit het Simon effect genoemd.

Bialystok ontdekte dat het Simon-effect bij tweetaligen veel kleiner is dan bij eentaligen. Werd de test ingewikkelder gemaakt, door vier kleuren te gebruiken, dan nam het verschil in prestaties tussen de tweetaligen en de eentaligen nog verder toe.

Bialystok concludeert hieruit dat de cognitieve vaardigheid die in dit experiment wordt gemeten – namelijk het vermogen om de aandacht te concentreren op relevante informatie en andere, storende informatie te negeren – bij tweetaligen veel sterker is ontwikkeld. Deze vaardigheid stelt ons bijvoorbeeld in staat om een kamer binnen te lopen en meteen de persoon of het voorwerp waar we naar op zoek zijn te localiseren, zonder dat we ons laten afleiden door allerlei andere prikkels, zoals geluiden en dingen die we zien. Bij oudere mensen neemt deze vaardigheid af. Maar bij tweetalige ouderen is de afname blijkbaar veel geringer.

Het is bekend dat mensen die van jongs af twee talen spreken, hiervoor gebruik maken van een en hetzelfde deel van de hersenen. Volgens Bialystok blijven beide talen continu actief, ook als er maar in één taal wordt gesproken. Er moet dus een mechanisme zijn dat de niet-relevante taal tijdelijk blokkeert. Bialystok vermoedt nu dat dit mechanisme samenhangt (of misschien zelfs samenvalt) met het cognitieve vermogen om niet-relevante informatie te negeren.

Uit eerder onderzoek dat Bialystok deed, bleek dat dit mechanisme ook bij tweetalige kleuters al sterker is ontwikkeld. De kleuters werden onderworpen aan een kleuter-variant van de Simon-test: ze kregen kaarten met rode cirkels en blauwe vierkanten, en twee doosjes met daarop een blauwe cirkel of een rood vierkant. Ze moesten eerst selecteren op kleur, daarna op vorm. Vervolgens moesten ze de kaarten in het tegenovergestelde doosje doen. Eentalige kleuters bleven de regels van de eerste ronde hanteren, terwijl tweetalige kleuters er meestal wel in slaagden over te schakelen op de nieuwe regels en de niet-relevante informatie, die in de eerdere ronde wel relevant was geweest, te negeren.

hond

Al deze kleuters kwamen uit geletterde milieu's: meestal kenden ze het alfabet en konden ze hun naam schrijven. Bialystok onderwierp ze daarom nog aan een ander testje, om te zien of ze de symbolische functie van letters al begrepen. De kleuters kregen opnieuw kaarten te zien, nu met afbeeldingen en woorden erop. De onderzoekster liet een kaartje met een hond zien, daarna legde ze er een kaartje onder met het woord `dog' en legde uit wat dat woord betekende. Ze deed hetzelfde met een afbeelding van een koning en het woord `king'. Vervolgens haalde ze een teddybeer tevoorschijn, die over tafel rende en alles in de war gooide: de kaart met `dog' kwam zo onder de koning terecht. Van de tweetalige kleuters gaf 80 procent ondanks al deze verwarring te kennen dat `dog' hond betekende, tegen slechts 35 procent van de eentaligen. Volgens Bialystok blijkt ook hieruit dat tweetaligen meer dan eentaligen gewend zijn om storende of misleidende informatie te negeren. Ook is het volgens haar aannemelijk dat tweetalige kinderen sneller leren lezen en schrijven.