Doodgelukkig

Balkenende en Barroso hebben de benoeming van Neelie Kroes beklonken tijdens de wedstrijd Nederland-Duitsland, lees ik in deze krant. Het is significant, want wat een belediging voor het voetbal. Voor de sport. Voor Van der Sar, Stam en Cocu. Dealen op de tribune in het heetst van de strijd, ga dan naar een bordeel. Waar strijd en hitte per definitie illusoir zijn.

Jan Peter Balkenende heeft zich ingeschreven voor Athene. Met wie zou hij daar een handeltje kunnen opzetten tijdens de bloedstollende finale van Pieter van den Hoogenband en Ian Thorpe? Het zal wel een of andere gezant van Bush zijn. Misschien wel de interim-premier van Irak. Om vervolgens, in het Holland Heineken Huis, het zwembrevet van de laureaat te bejubelen als erfgoed van de polder, annex de natie.

De leugen regeert, Majesteit.

Na de maatschappij is de sport aan een tweedeling toe. En nu niet meer in de bezwerende retoriek van Joop den Uyl, maar in de vanzelfsprekendheid van een door media en politiek aangevuurde nestbevuiling. Dat Balkenende niets begrijpt van de positionele ongerijmdheid van Van Nistelrooy en Van der Meyde als aanvalsduo van Oranje is hem niet aan te rekenen. Dat hij over de rug van Ruud en Andy de betonnen sculptuur van Neelie Europees probeert te positioneren is van een feodaal miserabelisme.

Het bevestigt wat we al wisten: alles in de sport is randverschijnsel geworden. De bobo's, de coaches, de sponsors, de genodigden, ja zelfs de sporters zijn hun eigen periferie. Tot in het absurde toe. Ik begrijp heel goed dat Dick Advocaat na het EK in Portugal via een gelikt interview zijn gram wilde halen. Dick heeft doorstaan wat niet te doorstaan is. Maar zijn weerwoord was al even periferisch als de aanvallen onder de gordel die hem tot ontslag dwongen.

Een hotelrekening van Ronald Koeman.

Waar hebben we het over? Zou Benk Korthals, die nog nooit een bal van dichtbij gezien heeft, dan wel zijn hotelrekening hebben betaald? Ik ken Advocaat als een authentieke man in drift en verontwaardiging. Alleen, over geld mag hij nooit spreken. Dick heeft in zijn lucratieve carrière niet één Spa betaald aan vrienden en medestanders. Bloemen, diners, kaarsen, boeken voor geliefden en intimi, hij heeft er niet aan gedacht. Sigaren en whisky komen in zijn verbeelding überhaupt niet voor. Wat dat betreft, is Dick perfect inwisselbaar voor Balkenende.

Op een dag is hij opgestaan met de kwellende vraag: hoe tref je de vijand? Koeman dus. Nu weten we allemaal dat het familiale leven van de Ajax-coach geen idylle is, maar juist daarom gun je hem een strandvakantie in Albufeira met vrouw en kinderen. Wie het betaalt? Die vraag heeft Dick zich nog nooit gesteld. Overigens, Van Gaal, Hiddink, Gullit en Van Basten ook niet. Coaches leven à la carte van hun broodheren. Een wijntje Haut Marbuzet beschouwen ze als een soort secundaire arbeidsvoorwaarde. Het is even kinderlijk als ontroerend.

Zoveel is duidelijk: het Nederlandse voetbal is vergleden in een Privé-achtige ambiance. Na politiek en rancune komt seks. De Engelse bondscoach Sven-Göran Eriksson is gisteren in Londen vrijgepleit van misleidend overspel, in Zeist zou hem dat niet gelukt zijn. Waarom niet? Omdat in Nederland seks inherent is aan tribunevertoon. Riemer van der Velde heeft daar nooit moeilijk over gedaan. En hij is een paus in voetbalzeden. Marco van Basten kan zich niet verheugen op een vrijbrief: de eerste de beste del die hem wegrooft uit de mythe van het volk zal hem fataal zijn.

Het volk heeft altijd een eigen snit. In Eindhoven circuleren dezer dagen veel roddelverhalen over Stan Valckx die als manager van PSV te nauwe banden zou hebben met makelaar Ploegsma. De achterban van PSV spreekt van een connectie. Het vertrouwen is zoek, de clubliefde wordt bedreigd door vermeende een-tweetjes tussen makelaar en markt.

PSV: het Palermo aan de Maas? Ach, verdachtmaking is een ultieme vorm van liefde. Maar de geruchtenmolen geeft wel aan dat voetbal meer buiten dan op het veld wordt gespeeld. Zoals Advocaat en Koeman hebben ervaren.

Edoch.

Mijn intiemste verlangen gaat uit naar een carambole-doelpunt van Rafael van der Vaart. Naar een schicht van Wesley Sneijder. Naar een tackle van Nigel de Jong. Als ik dat weer een seizoen lang te zien krijg, ben ik van een hemelse orde. Naïef, maar doodgelukkig.