Dingo is verwilderde importhond

De dingo, de Australische wilde hond, is een verwilderde gedomesticeerde hond uit Azië. Dat blijkt uit onderzoek aan het mitochondriaal DNA van de dieren en van 38 Euraziatische wolven en 676 honden van over de hele wereld. Het is zeker 5.000 jaar geleden dat er voor het laatst genetisch contact was tussen de Oost-Aziatische voorouders en de dingo. Omstreeks die tijd is een paar honden – waarschijnlijk is er maar één introductie geweest – met hun bazen in Australië terecht gekomen. Het gebeurde toen 6.000 jaar geleden de mensen van de Austronesische cultuur zich vanuit Zuid-China naar de eilanden van de Indische archipel verspreidden en uiteindelijk 4.000 jaar geleden op Timor aankwamen. (Proceedings of the National Academy of Sciences, online 2 aug)

De dingo-historici gingen er tot nu toe van uit dat de dingo tussen 3.500 en 12.000 jaar geleden in Australië is gearriveerd. De dingo heeft nooit op Tasmanië geleefd. Dat eiland raakte 12.000 jaar geleden door een zeespiegelstijging los van Australië. De oudste dingo-fossielen zijn 3.500 jaar oud. De historische beschrijvingen op websites van dingo-beschermingsorganisaties en dingo-opvangtehuizen houden de mogelijkheid open dat een wilde Aziatische hond in Australië arriveerde, maar meestal gaan de dingo-kenners er al van uit dat de dingo als huisdier, samen met mensen in Australië arriveerde en daarna verwilderde.

Van de aboriginals is bekend dat ze dingo's als zeer jonge dieren uit het nest van wilde dieren haalden om ze tot gezelschaps- en jachthond op te leiden. Bij een puppy ouder dan drie weken mislukt de overgang naar de mens, staat op de dingowebsites. Er bestaat een foto uit het eind van de negentiende eeuw waarop een aboriginalvrouw twee jonge hondjes de borst geeft. De dingo heeft minstens 5.000 jaar geïsoleerd van andere honden geleefd. Op het moment van de scheiding leefde de hond al zeker 7.000 jaar met de mens en wellicht laat de unieke, halfwilde staat van de dingo zien hoe alle honden 5.000 jaar geleden al behoorlijk aan de mens gewend waren, maar er voor hun voortbestaan nog niet afhankelijk van waren.

De onderzochte DNA-monsters van 582 basenparen lengte van 211 dingo's, verzameld in heel Australië, verschilden hooguit twee basenparen van elkaar. Onder de wereldhonden was de variatie veel groter: tot 16 basenparen verschil. Na analyse en vergelijking van het aantal mutaties en de plaats ervan concludeerden de Zweedse, Amerikaanse, Australische en Nieuw-Zeelandse onderzoekers dat de dingo van Oost-Aziatische gedomesticeerde honden afstamt. Niet direct van (wilde) wolven en ook niet van Indiase honden. Dat laatste is wel gedacht omdat de dingo iets weg heeft van de Indiase pariahond. Ook dook een bepaald type stenen gereedschap rond 5.000 jaar geleden ongeveer gelijktijdig op in India en Australië.