Dertig gulden voor drie keer trainen

Alkmaar en Sportclub Venlo speelden op 14 augustus 1954 de eerste wedstrijd in het betaalde voetbal. Enkele oudgedienden halen herinneringen op.

Twee gulden voor een tribuneplek, één gulden vijftig voor een plaats op de eerste rang en een gulden voor een stek op de tweede rang. Dertienduizend toeschouwers vergaapten zich in 1954 op het gemeentelijk sportpark in Alkmaar aan de spelers van de gelijknamige voetbalvereniging en Sportclub Venlo, voor de eerste wedstrijd in het Nederlandse betaalde voetbal. ,,Stewards, sfeerteams en schreeuwerds op de middenstip bestonden nog niet'', glimlacht Klaas Smit (73), destijds linksbinnen van Alkmaar. ,,Het was een ouderwets potje voetbal.''

Zo gewoon was het duel echter geenszins, want voor het eerst werd er in Nederland officieel om de centen gespeeld. Een logisch gegeven, want het tot dan toe heersende amateurisme deed steeds meer afbreuk aan de kwaliteit van het vaderlandse voetbal. Nadat begin jaren vijftig internationals als Faas Wilkes (Internazionale), Cor van der Hart (Lille) en Bram Appel (Stade de Reims) kozen voor lucratieve buitenlandse contracten, drong in Nederland het besef door dat betalingen aan spelers niet meer tegen te houden waren. De befaamde watersnoodwedstrijd van 1954 (de Nederlandse profs in het buitenland versloegen Frankrijk in Parijs met 2-1) vormde een keerpunt. De Limburgse bouwmagnaat Egidius Joosten greep de euforie die na dat duel ontstond aan om de Nederlandse Beroeps Voetbal Bond (NBVB) te starten. Deze zogeheten `wilde bond' was de professionele tegenhanger van de KNVB, die zo graag het amateuristische karakter van het Nederlandse voetbal in stand wilde houden. Joosten werd door de KNVB als een dilettant beschouwd, maar dat weerhield hem er niet van een klasse te starten met tien profclubs, waarvan drie uit Limburg.

En zo kon het gebeuren dat Alkmaar en Sportclub Venlo de competitie van de NBVB openden. ,,Alkmaar bestond uit een bijeengeraapt groepje spelers dat elkaar kende uit het Noord-Hollands elftal'', aldus de toenmalige linksbinnen Smit. ,,Geen enkele speler kwam uit Alkmaar zelf. Ik was een Volendamse jongen en had altijd voor niks gespeeld. Opeens stopte een rijke bouwondernemer vijftigduizend gulden in Alkmaar en konden spelers veertig gulden verdienen bij een zege en vijfentwintig piek bij een gelijkspel. Als bakker betekende dat voor mij een extra weekloon.''

Ook oud-doelman Gerard Snabilie van Alkmaar (77) herinnert zich die periode nog goed. Snabilie, voormalig zakenman in de textielbranche en nu woonachtig in Zandvoort: ,,De oprichting van Alkmaar moest geheim blijven, we trainden stiekem in een bos. Onze coaches wisselden met de week: de ene keer dook er een gymnastiekleraar op, om plots te worden vervangen door de eigenaar van een massagesalon.''

De waas van geheimzinnigheid die de oprichting van Alkmaar kenmerkte, was ook van toepassing op de start van profclub Venlo. Café-eigenaar Wiel Heuts en koopman Graadje Smeets waren de initiatiefnemers van de betaald-voetbalvereniging, die direct spelers trachtte weg te halen bij de sterke amateurclub VVV. Voetballers als Herman Teeuwen, Pierre van Rhee en doelman Frans Swinkels zwichtten voor het geld van Sportclub Venlo: dertig gulden voor drie wekelijkse trainingen, veertig gulden voor een zege en vijfentwintig gulden voor een gelijkspel. ,,We trainden in de volkswijk Genooi en speelden onze wedstrijden in het nabijgelegen Baarlo'', vertelt rechtsbinnen Heini Schreurs. Schreurs was de twaalfde man van Sportclub Venlo. ,,Ik werkte bij een bank en wilde graag een centje bijverdienen. Bovendien vond ik het wel spannend, zo'n profclub.''

Eindhovenaar Toon van den Hurk kwam van EVV uit zijn woonplaats direct naar Sportclub Venlo, en is samen met Heini Schreurs de enige nog in leven zijnde speler van die `wilde' club. ,,Ik was net getrouwd en kon het geld goed gebruiken, bovendien kreeg ik een baan als medewerker buitendienst van het ziekenfonds. Veel amateurspelers waren jaloers op de neo-profs, ondanks het feit dat de KNVB alle spelers van de NBVB had geroyeerd. Niemand mocht meer uitkomen voor het Nederlands elftal.'' Dat deerde de grote namen weinig, want in de NBVB speelden voetballers als Jan Notermans (Fortuna'54), Bertus de Harder (Den Haag) en Noud van Melis (Rapid'54).

Terug naar Alkmaar-Sportclub Venlo, de openingswedstrijd van de NBVB. Alkmaar-speler Smit: ,,De wilde bond was direct een succes, de mensen wilden goed voetbal zien. Ik besefte dat het duel tegen Venlo speciaal was, en ik deed dan ook mijn stinkende best. Achteraf was het snel bekeken, we wonnen vrij eenvoudig. En dat terwijl trainer Franz Fuchs van profclub Rotterdam meespeelde bij ons. We hadden namelijk maar tien man in onze selectie.'' Sportclub Venlo-verdediger Toon van den Hurk: ,,Ik ging door een muur, want ik voetbalde voor de centen. Klaas Smit was echter te goed voor ons, hij scoorde tweemaal.''

De 3-0 kwam op naam van Alkmaar-speler Henk van der Sluis. Heini Schreurs kwam voor de gasten als invaller in het veld, maar herinnert zich vooral het feest na afloop. ,,Tot zeven uur 's morgens gingen we door in ons hotel om de oprichting van de NBVB te vieren.'' Na enkele maanden ging de KNVB door de knieën en in november 1954 werd de strijd met de NBVB beëindigd. ,,Een wijs besluit, want profvoetbal was niet meer tegen te houden'', aldus Toon van den Hurk. Sportclub Venlo speelde voor twaalfduizend man, Feyenoord trok in de KNVB-competitie amper drieduizend toeschouwers.

,,Ik ben er trots op dat ik de wedstrijd Alkmaar-Sportclub Venlo heb meegemaakt'', zegt oud-doelman Gerard Snabilie. ,,De afgelopen vier jaar heb ik steevast een reunië van Alkmaar-spelers georganiseerd, maar dat wordt steeds moeilijker. Er zijn nog maar zeven man over, de rest is dood.''

Alkmaar ging later op in AZ'67 (het huidige AZ), Sportclub Venlo verdween toen VVV werd opgericht.

Dit is aflevering vier van een serie over vijftig jaar betaald voetbal in Nederland.