De belofte van de overall

Hoe verbeeld je de sensualiteit van een vrouw zonder haar meteen naakt op de foto te zetten? Die vraag hebben ze zich gesteld bij het lingeriemerk Lejaby. En ze maakten een billboard met een man die snuffelt aan een rood, kanten slipje. Hoe nu laat je de erotische aantrekkingskracht van een man zien, zonder hem als lustobject af te beelden? Helder: laat een vrouw haar neus steken in een achtergelaten overall.

Het is mijn guilty pleasure: Nevama bedrijfskleding in de Ferdinand Bolstraat in Amsterdam. Sinds 1930 is er ogenschijnlijk niets veranderd aan de winkel. Achter in de zaak, achter een glas-in-loodwand, is een kantoortje met een grote leren draaistoel. Achter de toonbank hangt een gordijn dat als paskamer dient. In de schappen langs de muur overalls, witte onderhemden, schipperstruien en herenpyjama's. Nooit kan ik daar voorbijfietsen, zonder even af te stappen. En weg te dromen. Schipperstrui: Rutger Hauer in Turks Fruit. Overall: de automonteur in Madonna's clip Papa don't preach. Gebloemde schortjurk: Sophia Loren in Una giornata particolare.

Het is alsof meneer Moolhuizen - al 27 jaar staat hij in de zaak - mijn verhitte gedachten raadt. Ik had graag met hem de erotiserende werking van werkmanskleding willen analyseren. 'Aan wie verkoopt u die gebloemde schortjurken nou?', vroeg ik hem. Maar voor die smeerlapperij leent hij zich niet. 'Dat vraag je toch niet', zegt hij. En dan, als om de discretie van zijn klanten te verzekeren: 'Kleine winkeltjes als deze verdwijnen, hoor. Allemaal.'

Zilveren kandelaren

Frans Molenaar, wellicht dat hij een verklaring heeft. Hij ontwierp onder veel meer een strak gesneden overall voor KLM. Maar zodra ik tussen de zilveren kandelaren in zijn salon heb plaatsgenomen, weet ik dat ik verkeerd zit. Als Molenaar over bedrijfskleding praat, spreekt hij in termen van 'herkenbaarheid' en 'raglanmouwen'. De couturier heeft werkelijk geen idee waar ik het over heb. 'Je bedoelt, dat als ik een garage binnenkom, dat ik dan met zo'n monteur...?'

Blue collar chic

Voor een goed begrip: het gaat mij niet om de blue collar chic van mannen die in merkkleding workpants lopen (Carrhart, Dickies). En ook ben ik wars van de linkse intellectuelen die dwepen met de arbeidersklasse en daarom in een corduroy manchesterjasje lopen. En ik weet niet wat erger is: een man in schipperstrui op kantoor of een kunstenaar in overall in de kroeg. Het gaat om eenheid van tijd, plaats en handeling.

De Japanse mode-ontwerper Yohji Yamamoto, die heeft het begrepen. In de documentaire Notebook on Cities and Clothes van Wim Wenders vertelt hij van zijn fascinatie voor versleten en gedragen werkkleding: elke plooi, elke slijtplek is uniek. Een overall is een uniform, maar als er twintig naast elkaar aan de kapstok hangen, zal een eigenaar nooit misgrijpen. Zo is het. Een nieuwe, nog stijve overall kan alleen begeerte opwekken als hij de belofte draagt dat hij zich over een paar jaar zal laten lezen als een dagboek.

Het zit 'm in die belofte, denk ik. De belofte van een man die wat klaarmaken kan. Een man in schipperstrui die zijn boot verft, belooft een hete zomerdag op het water met wijn en worst. Een man die op klompen het gras maait, belooft de geur van vers gras en gezellig in en uit lopen voor de koffie. En de man die in overall onder je auto ligt, brengt vrijheid en verre landen.

Misschien dat ik die gebloemde schortjurk nog even in de kast laat liggen. Als belofte. Voor een bijzondere dag.