BaBar-asymmetrie

Kosmologen gaan ervan uit dat tijdens de Big Bang, zo'n 14 miljard jaar geleden, materie en antimaterie in gelijke hoeveelheden gevormd zijn. Sindsdien is het zo dat wanneer een materiedeeltje tegen een overeenkomstig antimateriedeeltje botst, beide deeltjes verdwijnen en er alleen straling overblijft. Beide materies vervallen, maar niet in gelijk tempo. Er is meer materie dan anti-materie. Daaraan danken wij ons materieel bestaan. De BaBar-detector (zie foto) van het Stanford Linear Accelerator Center (SLAC) heeft dit onlangs bevestigd door de schending van symmetrie bij botsingen tussen zogeheten B-mesonen en anti-B-mesonen (deeltjes bestaande uit twee quarks) langs directe weg overtuigender dan ooit aan te tonen.