Alles beter dan sluikjacht

De jacht op walvissen zou onder strikte voorwaarden weer moeten worden toegestaan. Dat vindt dierecoloog Peter Reijnders.

`ALS HET MORATORIUM op de walvisjacht nu zou worden opgeheven, dan zou onder de strenge voorwaarden die de Internationale Walvisvaart Commissie heeft opgesteld feitelijk alleen gejaagd mogen worden op de populatie dwergvinvissen in de Noordoostelijke Atlantische Oceaan'', zegt dierecoloog prof.dr.ir. Peter Reijnders van het onderzoeksinstituut Alterra op Texel. Reijnders zit namens Nederland in het wetenschappelijk comité van de Internationale Walvisvaart Commissie (IWC). ``Het toestaan van jacht onder strenge en controleerbare voorwaarden lijkt mij daarom een betere situatie dan nu waarbij het geldende moratorium is ondergraven door sluikjacht.''

Reijnders was vorige maand in het Italiaanse Sorrento voor de jaarlijkse vergadering van het IWC. Zoals gebruikelijk leidde de bijeenkomst tot felle discussies in de media over de jacht op walvissen. Sinds 1986 geldt een wereldwijd moratorium op de commerciële walvisvaart. Noorwegen sloot zich daar niet bij aan en ging vanaf 1993 door met de commerciële vangst. IJsland wil de commerciële walvisjacht vanaf 2006 hervatten. Japan behoudt zich het recht voor om op beperkte schaal walvissen te blijven vangen, officieel ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek.

De situatie dreigt echter uit de hand te lopen, zegt Reijnders: ``De Japanners zijn nu van plan 50 extra Noordse vinvissen te vangen. Ook willen zij 3000 dwergvinvissen vangen. En de Noren willen in plaats van ruim 600 exemplaren dit jaar, volgend jaar ongeveer 1000 dwergvinvissen gaan vangen. En als het aan het Noorse parlement ligt dan worden dat er bijna 2000 over een of twee jaar. Waar ben je dan eigenlijk mee bezig?''

De landen die traditioneel tegen de walvisvaart zijn, lijken zich het dilemma steeds meer te realiseren. Liever beperkte jacht onder scherp internationaal toezicht dan een uitgehold moratorium of, erger, een uit elkaar geklapt IWC. Voorafgaand aan de bijeenkomst in Sorrento schreef de Deense voorzitter Henrik Fischer een compromisvoorstel dat op dat uitgangspunt gebaseerd was. Nederland steunde het initiatief. Reijnders: ``Toen die brief uitlekte en bleek dat Nederland voor een nieuw beheersplan was, gaf dat ontzettend veel tumult. We hebben veel moeite moeten doen om uit te leggen dat Nederland principieel tegen walvisvaart is, maar dat ons huidige standpunt per saldo gunstiger is voor de walvissen'' Het schrappen van het vangstverbod is echter nog niet goedgekeurd. De ontwikkelingen binnen het IWC gaan tergend traag, mede door de noodzaak van spijkerharde waarborgen.

Wat zijn die garanties waaronder jacht kan worden toegestaan?

Reijnders: ``De inspectie moet heel erg goed zijn, door internationale waarnemers. Er moet een heel goed DNA-register komen zodat producten die eenmaal op de markt verschijnen zijn te traceren. Zo kun je nagaan of het vlees afkomstig is van clandestiene walvisvaart. Als landen zich niet aan de afspraken houden, dan moeten er sancties komen. De quota moeten slechts voor 3 of 5 jaar gelden, telkens opnieuw moet naar de effecten worden gekeken.

Bent u ooit wel eens aan boord van een walvisvaarder geweest?

Reijnders: ``Ik heb in Spanje wel eens zo'n schip bezocht maar ik ben nooit op walvisjacht meegeweest. Eerlijk gezegd lijkt me dat ook geen gezicht.''

Verbieden van de walvisvangst wordt ook wel aangemerkt als cultureel imperialisme. Hoe denkt u daarover?

``Er is nog nooit een land geweest binnen het IWC die een bezwaar heeft gemaakt tegen de zogeheten autochtone walvisvaart, bijvoorbeeld de Eskimo's uit Alaska en Rusland die met traditionele middelen jagen op met name de Groenlandse walvis. Die mensen zijn erop aangewezen. Ze leven ervan, gebruiken alles van het dier en als er een dier gevangen is viert het hele dorp feest. Dat verbieden zou denk ik wel neerkomen op een soort neo-imperialisme.

``Bij Japan ligt het moeilijker. Daar gaat het onder meer om een aantal kustgemeenschappen die nu niet meer op walvissen jagen, maar die dat in de toekomst wel weer willen. Maar daar ontbreekt de economische noodzaak. Dat hun voorstel telkens weer wordt afgewezen zet bij de Japanners kwaad bloed.

``En de Noren? Ja, die hebben destijds een voorbehoud gemaakt en hebben sinds '93 een puur commerciële walvisvaart. Ze verdienen er simpelweg geld mee. IJsland wil datzelfde nu ook weer gaan doen. De Noren hebben een andere ethiek. Hun houding is: waarom zou je wel op tonijn mogen vissen en de walvis met rust moeten laten? Die instelling is niet de mijne.''

Walvissen en andere zeezoogdieren krijgen ook vaak de schuld van het instorten van de visserij. Zit daar wat in?

``Natuurlijk eten zeezoogdieren vis, maar het is zeker niet zo dat daardoor de visserij instort. De vissers hebben dat in een aantal gevallen zelf veroorzaakt, het is puur een kwestie van overbevissing. Toch bedienen met name de Japanners zich telkens weer van dat argument om de walvisjacht te verdedigen. Tijdens de IWC-jaarvergadering twee jaar geleden in Shimonoseki presenteerden zij levensgrote posters met daarop een enorme walvis met honderden kleine visjes in zijn bek. Maar het is in de natuur nog nooit aangetoond dat predatoren hun prooi hebben uitgeroeid. Dat zou ook heel onverstandig van ze zijn.

De walviskwestie is sterk gepolitiseerd. Hoe gaat het er aan toe in vergaderingen van het wetenschappelijk comité?

``Het zou puur wetenschappelijk moeten zijn, maar dat is het niet voor de volle honderd procent. Elke jaar beoordelen we nieuwe wetenschappelijke publicaties die ingebracht worden. Dit jaar waren het er meer dan 200. Met name de artikelen van Japanners worden extra kritisch bekeken door de anderen. Maar andersom geldt hetzelfde. Zo is er discussie of de populatie Groenlandse walvissen bij Alaska uit één of twee bestanden bestaat. De Noren en Japanners zitten dan gniffelend tegenover de Amerikanen die overwegend tegen de commerciële jacht zijn maar beperkte autochtone jacht van hun eigen indianen wel toestaan. De Noren en Japanners gaan dan in de oppositie en voeren bewijzen aan dat er twee bestanden zijn, waardoor er minder jacht mogelijk is. Helaas werkt dit soort polarisatie toch door in het wetenschappelijke comité.

``Aan de andere kant doen de Japanners er soms weinig aan om serieus genomen te worden. Ze schieten tien potvissen per jaar voor wetenschappelijk onderzoek. Dat is je reinste aanfluiting. Als ze echt wetenschappelijk onderzoek naar die potvissen zouden willen doen dan zouden ze er minstens 200 moeten schieten. Niet dat ik daar op aandring overigens, maar ik wil er maar mee zeggen dat zij hier duidelijk door de mand vallen. En ik vind het heel schrijnend om te zien dat de Japanse wetenschappers toch blijven proberen dat recht te praten.''

Hoe nuttig zijn die zogenoemde wetenschappelijke vangsten eigenlijk voor de kennis over walvissen?

``De Japanners doen veel maagonderzoek, ze kijken naar de verontreiniging in het walvisvlees, bestuderen de groei en de leeftijdssamenstelling van de populaties en kijken naar eventuele ziektes. Maar dat alles heeft nog niet geleid tot echt nieuwe inzichten in de ecologie of het beheer van walvissen.

``Bovendien zijn er steeds meer niet-lethale onderzoeksmethoden, waarmee dezelfde gegevens verzameld kunnen worden. Met een kruisboog kun je bijvoorbeeld een biopt uit de walvishuid nemen. Dat levert niet alleen DNA op, waaraan afstamming en geslacht zijn af te lezen, maar kan ook informatie leveren over de verontreiniging en hormoonhuishouding. Er zijn zelfs onderzoekers die met een net achter walvissen aan gaan om de uitwerpselen van een dier te verzamelen. Uit de prooiresten daarin kunnen zij dan afleiden wat het dier gegeten heeft.

``Zelf zijn wij betrokken in een project over toepassing van een nieuwe techniek voor voedselonderzoek bij zeehonden, waarbij we het vetzuurprofiel van de speklaag bepalen. Het blijkt dat iedere vissoort een karakteristiek vetzuurprofiel heeft en dat de speklaag van een zeehond die bepaalde vissen gegeten heeft die vetzuurprofielen nog weerspiegelt. Wij kunnen bij een analyse van het vetweefsel precies zien wat een zeehond gegeten heeft: bijvoorbeeld tachtig procent makreel, tien procent haring en voor de rest wat schol en bot.''

U doet ook veel onderzoek aan de zeehonden in de Waddenzee. Hoe staat het daar mee?

``Het gaat redelijk goed met de gewone en grijze zeehond. In 2003 telden wij ruim 1100 grijze zeehonden, terwijl er begin jaren tachtig nauwelijks nog een grijze zeehond in de Waddenzee rondzwom. Tijdens een uitbraak van het morbillivirus onder gewone zeehonden in de Waddenzee eind jaren tachtig is in korte tijd ruim zestig procent van de dieren gestorven. De populatie herstelde zich echter razendsnel en groeide met wel 15 tot 17 procent per jaar. Dat kwam mede door de immigratie van zeehonden uit Duitsland en Denemarken. Over de hele internationale Waddenzee bleek de aanwas echter ook heel groot: rond 12 procent. Dat is tegen het biologisch maximaal haalbare aan.''

U bent geen voorstander van zeehondenopvang. Waarom?

``Nederland heeft twee opvangcentra, Ecomare op Texel en het Zeehondencentrum Pieterburen. Kortgeleden heeft het ministerie van LNV nieuwe richtlijnen voor de zeehondenopvang uitgevaardigd. Uitgangspunt is om de opvang tot een zo laag mogelijk niveau terug te brengen. Vanuit het natuurbeheer zou ik zeggen: het is beter dat we helemaal niets doen. Maar in Nederland heeft zeehondenopvang toch een maatschappelijk draagvlak en daar moet het beleid ook rekening mee houden.

Als je alle zieke dieren opneemt, loop je een enorm risico de natuurlijke selectie te ondermijnen. Bovendien is er altijd gevaar dat teruggezette dieren ziektekiemen vanuit de opvang naar de wilde populatie brengen. Er is een geval bekend waarbij een virus dat alleen bij de mens voorkomt ook bij wilde zeehonden is geconstateerd. Dat kan alleen via de opvang zijn gebeurd, waarbij mensen in nauw contact met de zeehonden komen. Dat is een typisch risico wat je niet wilt.''

Hoe komt het toch dat zeezoogdieren zo populair zijn bij mensen?

``Tja, ze doen het nog niet zo goed als de panda, maar toch. Met name de walvis is een lieveling van het grote publiek. Ik denk dat het komt door de majestueuze verschijning en toch soepele bewegingen die zo'n geweldige kolos van dertig meter kan maken. En bij zeehonden spelen zijn grote ogen en ronde vormen een belangrijke rol. Een psycholoog heeft wel eens gezegd dat het komt omdat ze zo op baby's lijken en daardoor vertederend zijn. Dolfijnen hebben een enorme populariteit gekregen door de televisieserie Flipper in de jaren zeventig. Dat handjes geven en kunstjes uithalen, maar vooral het praten tegen het dier en het antwoord geven brengt de dolfijn kennelijk `dichtbij' en heeft een enorme geestdrift bij de mensen opgewekt.''