Wolven zijn vrije geesten

Meesterpianiste Hélène Grimaud laat zich inspireren door de wolven die ze hoedt op haar farm in de buurt van New York. ,,Alles is verbonden.''

Wanneer ze als negenjarige de piano niet had ontdekt, was Hélène Grimaud (Aix en Provence, 1969) vermoedelijk `een misdadigster van het ergste soort' geworden. Althans, dat vermoedde een vriendin van haar moeder, psychoanalitica van beroep. ,,Men vond mij als kind onnatuurlijk intens'', vertelt Grimaud. ,,Ik hield niet van poppen, sorteerde boeken op kleur, ruimde keukenkastjes in en uit en stelde ongepaste vragen. Mijn ouders hebben geprobeerd me met vechtsporten en dansles te temmen, maar dat werkte niet. De piano werkte wel. Zelf denk ik dat ik ook zonder muziek wel op het rechte pad zou zijn gebleven, maar je weet het nooit. Ik ben lang een verschrikkelijke misantroop geweest. De mensheid als geheel boezemt me nu nog steeds weinig vertrouwen in, maar individueel zijn mensen tot veel goeds in staat.''

Wie Hélène Grimaud ontmoet, begrijpt meteen iets meer van de bijna mystieke toon waarop veel journalisten over haar schrijven en waarop liefhebbers over haar spreken. Al spreekt de Duitse pers soms van ,,eine Frau wie aus dem OTTO-Katalog'', Hélène Grimaud is wel degelijk een belle. Fysiek een soort jonge Catherine Deneuve, maar met een fellere uitstraling door haar staalgrijze ogen – waarmee ze kleuren ziet bij alle toonaarden die ze op de piano tot leven wekt.

In de serie Robeco Zomerconcerten soleert Grimaud volgende week bij het Australian Youth Orchestra in Rachmaninovs Tweede pianoconcert. Dat concert legde ze in 1992 ook al vast op cd. Grimauds visie klinkt anders dan anders. Ze besteedt veel aandacht aan de vorm, aan de opbouw. De hyperromantische Rachmaninov-stijl die doorgaans domineert blijft aan de structuur ten dienste staan.

,,Zelfs als ik over straat loop, word ik diep geraakt door de harmonie der vormen'', vertelt Grimaud. ,,Met vorm en structuur begint alles, ook in de muziek. Rachmaninovs muziek heeft veel te lijden van over-romantische interpretaties. Natuurlijk is zijn muziek romantisch, maar in essentie is zij eerder verfijnd en aristocratisch dan zwelgend. Luister maar naar de opnamen van Vladimir Aschkenazy, Michaïl Pletnev of Vladimir Horowitz. Die snappen dat.''

Hélène Grimaud maakte in juni een succesvol, relatief laat debuut als Meesterpianiste in het Amsterdamse Concertgebouw. In leeftijd behoort ze tot de jonge garde van die concertserie, maar in ervaring is Grimaud een oudgediende. Ze studeerde als dertienjarige aan het conservatorium in Parijs, werd als vijftienjarige ontdekt door een platenmaatschappij en soleerde rond haar twintigste bij alle grote orkesten.

Schuw dier

In die periode besloot Grimaud te verhuizen naar de Verenigde Staten. ,,Ik voelde me in Europa altijd een beetje ontheemd'', zegt ze. In Florida beleefde ze na de kennismaking met de piano haar `tweede blikseminslag'. ,,Het was net als met de muziek – een liefde waarvan je meteen het belang voelt.'' In dit geval richtte haar liefde zich op een kruising tussen een wolf en een hond. ,,Een ontzettend schuw dier'', vertelt ze. ,,Ik was de enige die haar mocht naderen. Daardoor raakte ik gefascineerd door haar gedrag, dat heel anders was dan dat van een gewone hond.''

Met fotograaf J. Henry Fair, inmiddels ook haar partner, richtte Grimaud in 1999 het Wolf Conservation Center op. Het centrum ligt op een uur rijden van New York City, waardoor er jaarlijks zo'n twintigduizend stadskinderen kennis maken met Grimauds wilde wolven. Op dit moment zijn dat er zeven: vier gesocialiseerde dieren voor educatieve doeleinden, en drie die worden klaargestoomd voor terugkeer naar de natuur. ,,Het is me niet duidelijk wat het doel is van het menselijk ras, maar ik heb sterk het gevoel dat we de oorspronkelijke balans kwijt zijn'', zegt Grimaud. ,,We gedragen ons ten opzichte van de ons omringende wereld als een soort allesverslindende reuzentumor. Dat is één van de redenen dat ik me inzet voor de wolven. Honden zijn er om mensen te dienen, wolven zijn vrije geesten. Wanneer je zo'n wilde diersoort beschermt, herstel je iets in de oorspronkelijke orde. En door kinderen te confronteren met dat besef, creëer je hoop voor de toekomst.''

Omdat op haar betrokkenheid bij de wolven vaak zo'n nadruk wordt gelegd, probeert ze het onderwerp soms uit de weg te gaan, waarschuwt Grimaud. ,,Het wordt zo'n etiket: de pianiste die zich voor wolven en het milieu inzet.'' Maar het is vergeefse moeite die reputatie af te schudden. De wolven beheersen wel degelijk ook haar leven als pianiste, en bovendien praat ze te graag over ze. ,,Ik kan er niet omheen'', erkent ze. En dat heeft ook leuke kanten. Zo deed Hella Haasse haar onlangs haar roman Fenrir cadeau, die gaat over een pianiste die wolven houdt en in die zin op Grimaud is geïnspireerd.

Grimauds muzikale leven laat zich niet steeds even makkelijk combineren met het leven als wolvenvrouw op een ranch. Zo zag ze zich onlangs genoodzaakt een jong `in de socialisatiefase' mee te nemen naar het huis van dirigent David Zinman, alwaar het panisch de vloer benatte.

Ook het aantal concerten dat Grimaud geeft, is in verband met de wolven verkleind. Zestig concerten per seizoen zijn nu het maximum, en ze streeft ernaar nooit langer dan tien dagen achtereen van huis zijn. Dat lukt niet altijd. Ook na haar concert in de serie Meesterpianisten heeft Grimaud maar een paar uur om te slapen, en vliegt dan door naar het volgende concert. ,,Vaak denk ik: blijf in hemelsnaam thuis'', zegt ze in de auto onderweg naar Schiphol. ,,Maar dat doe ik niet, en dat is volledig mijn eigen schuld. Ik ben slecht in nee-zeggen. Als me concerten worden aangeboden door musici met wie ik al eerder plezierig heb samengewerkt, vind ik het bot die af te slaan. En ik wil ook nieuwe mensen ontmoeten. Voor je het weet leid je een hels leven. Ik haat reizen.''

Grimaud staat bekend om haar ongezouten opmerkingen. Ze weigert zich diplomatieker voor te doen dan ze is, beaamt ze. ,,Ik zie geen reden mijn persoonlijkheid geweld aan te doen.'' Naar verluidt moet zij haar concertkleding onder milde dwang aanschaffen, omdat ze anders voor een comfortabele vrije-tijdsoutfit zou opteren. Ook een platenmaatschappij werd vijf jaar geleden door die karaktertrek verrast, toen Grimaud haar representatieve blonde lokken in een opwelling millimeterde tot een crewcut.

Achter de piano blijft die eigenzinnigheid overeind. Grimaud heeft kleine handen, maar zo klinkt haar spel allerminst. Haar uitvoeringen zijn vaak veeleer compromisloos, robuust, virtuoos op een woeste manier. Daarbij lijkt zij interpretatief vooral op te gaan in het moment. ,,Al zou ik willen, ik kán niet anders spelen'', reageert ze. ,,Ik benijd andere pianisten vaak genoeg om hun koele onbewogenheid en volmaakte beheersing tijdens concerten. Als ik speel, bestaat voor mij alleen het moment; wat voor me of achter me ligt vergeet ik. Dat is opwindend en angstaanjagend, maar het is de enige integere manier. Interpretaties van pianisten die niet volledig in de muziek opgaan, klinken als plastic. Alles klopt, maar niets maakt de indruk persoonlijk doorvoeld te zijn. Daar val ik over. Maar wie ben ik?''

Debuut-cd

Tot voor kort was de discografie van Grimaud tamelijk inwisselbaar. Beethoven, Rachmaninov, Brahms, Ravel. In 2002 stapte ze over naar Deutsche Grammo-phon, en realiseerde daar een opmerkelijke debuut-cd. Credo is het soort cd waar eigentijdse componisten van dromen. Beethovens Pianosonate op 31 nr. 2 ('The Tempest') en Koorfantasie zijn gepaard aan de Fantasia on an ostinato (1985) van John Corigliano en een Credo (1968) voor piano, koor en orkest van Arvo Pärt.

,,Dit is het soort cd dat ik altijd al wilde maken'', zegt Grimaud. ,,Voordat ik geïnteresseerd raakte in muziek, was ik al dol op boeken. Mijn voorkeur lag en ligt bij de Duitse romantiek, met een nadruk op het universalisme van de dichter en denker Novalis. Hij bepleitte dat alle disciplines – wetenschap, religie, kunst, recht – wortelen in één universeel menselijke intuïtie, en dat daardoor alles is verbonden. Dat vind ik een zeer wezenlijk inzicht.''

Op de Credo-cd heeft Grimaud het universalistische principe muzikaal willen illustreren, zegt ze. ,,Aan het einde van Shakespeares The Tempest maakt Prospero zich los van alle negatieve ervaringen en neemt afscheid om opnieuw geboren te worden. Hij vraagt het publiek hem te vergeven door te applaudisseren. Prospero belichaamt de hoop op een betere toekomst, de hoop op liefde. Dat is precies waar muziek volgens mij over gaat.''

Beethovens pianosonate (`The Tempest') verduidelijkt dat exemplarisch, maar zijn Koorfantasie illustreert het óók, zegt Grimaud. ,,Aan de oppervlakte is de Koorfantasie soms een wat onhandig studiewerk, maar in essentie gaat ook dat werk over de vrijheid van de menselijke geest die de materie overwint. De inhoud ontstijgt de vorm.''

Voor Pärts Credo en Corigliano's Fantasia koos Grimaud omdat het mystieke werken zijn, die elk teruggrijpen op een ouder werk; Pärt op Bach en Corigliano op Beethoven. ,,Het genius van de ene componist helpt degene die na hem komt. In een stad als Los Angeles, vol met glazen gebouwen, zie je op een heldere dag niet wat echt is, en wat reflectie. Zo is het met alles. Alles is verbonden.'' Dat geldt ook voor Grimauds wolvencentrum en de klassieke muziek, benadrukt ze. ,,Voor de toekomst van de kunsten en het milieu is het noodzakelijk mensen op te voeden, maar dat lukt alleen wanneer je ze persoonlijk raakt. Met de wolven slagen wij daarin. Ik heb nog nooit iemand ontmoet die ons wolvencentrum verliet en niét onder de indruk was. En met muziek is het ook mogelijk. Muziek ontstijgt woorden en communiceert emotie. Zij toont wat liefde en schoonheid kunnen betekenen. En met liefde begint toch alles?''

Hélène Grimaud soleert op 17/8 bij het Australian Youth Orchestra o.l.v. Lawrence Foster in de serie Robeco Zomerconcerten in het Concertgebouw, Amsterdam. Res.: (020) 6718345. De cd `Credo' verscheen bij Deutsche Grammophon (471 769-2)