Waarom moet alles zo'n pijn doen?

NEW YORK. Bananenthee, dat schijnt te helpen. Dus word ik eropuit gestuurd onbespoten bananen te bemachtigen. Je laat de schil twintig minuten trekken, dan heb je thee die weeën opwekt.

Ik drink een kopje mee.

Tot mijn vreugde arriveert een vriendin van de zwangere, een psychiater, dus iemand met een medische achtergrond.

Omdat de schijn van normaliteit het halve leven is, begeven we ons naar mijn favoriete restaurant. De bananenthee klotst in onze buiken. Iedereen is misselijk.

We praten over narcisme, neuroses waaruit alleen de dood ons zal verlossen en we drinken wijn, want dat ook schijnt te helpen. Neuken helpt ook. Zegt men. Maar er is niemand om mee te neuken.

De avond valt. De nachten zijn zwaar. ,,Hij moet eruit'', hoor ik. ,,Ik wil hem niet meer. Ik word gek. Laat hem eruit gaan.''

Zou het zo zijn als je sterft zonder morfine?

De volgende dag: meer bananenthee.

De gynaecoloog, dokter Finkelstein, zegt: ,,We kunnen nog een week wachten. Of we kunnen er een crème op smeren.''

Er wordt nagedacht. Er wordt besloten om er een crème op te smeren. We zijn ons geloof in de bananenthee kwijtgeraakt.

Dinsdagavond vertrekken we naar het ziekenhuis. In een kleine, zwarte tas die ik ooit heb aangeschaft voor een reis naar Zwitserland en Italië, zijn wat babykleertjes gepakt, een pyjama, een rokje, slippers. De week ervoor had de zwangere vrouw haar teennagels laten doen bij mijn manicure. Opdat het verpleegkundig personeel en de arts tenminste zicht zouden hebben op roze nageltjes.

In de wachtkamer van de kraamafdeling bevinden zich drie stelletjes, twee kartonnen dozen met afhaalpizza's en een oude dame die de verkeerde afdeling heeft opgezocht om te sterven. De geur van de pizza's maakt me misselijk.

Men denkt dat de psychiater en ik een stel zijn, dat we een onschuldige vrouw hebben uitgezocht om ons kind te dragen.

De stelletjes zijn in concurrentie met elkaar over de intensiteit van hun weeën. Een vrome joodse vrouw die bezig is aan haar derde kind, verklaart: ,,Het is iedere keer anders.''

Uit een automaat haal ik cola en water. Dan moet ik naar huis om de laatste correcties in mijn roman door te voeren.

Voor het eerst sinds weken ben ik alleen thuis. Ik loop er onwennig rond als in de woning van een vreemde. In de koelkast die onder mijn bewind altijd leeg was wonen nu de meest uiteenlopende levensmiddelen. Ik zie tabletten tegen aambeien en bestudeer de gebruiksaanwijzing.

De volgende ochtend om een uur of tien ben ik weer in het ziekenhuis. Ik denk aan mijn vader, aan wie ik lang niet heb gedacht.

De crème heeft gewerkt. In zoverre dat de pijnscheuten op martelingen lijken.

Ze pakt mijn hand en zegt: ,,Bel de dokter, ik wil een ruggenprik.''

Ik bel de dokter, maar die zegt: ,,Als we haar nu een ruggenprik geven kunnen we net zo goed meteen aan een keizersnee beginnen.''

Wel krijgt ze een lichtere pijnstiller die ervoor zorgt dat ze wartaal uitslaat. Op een monitor zijn haar hartslag, de hartslag van de baby en de intensiteit van de weeën te zien. Ik kijk uit het raam, het is een prachtige dag.

Er loopt een verpleegster rond in een geel hesje die door de psychiater en mij `het gele heksje' wordt genoemd. De meeste verpleegsters zijn heksen. Er is niets aan te doen.

Ik zeg: ,,Ik ga even lunchen. Ben zo terug.''

De omelet krijg ik nauwelijks weg. Terwijl ik er lusteloos op kauw prikt dokter Finkelstein het vruchtwater door.

De persweeën zijn begonnen.

Een verpleegster zegt: ,,Ondersteun jij haar linkerbeen.''

Ik ondersteun haar linkerbeen en tel samen met de verpleegster tot tien.

Het geslachtsdeel lijkt niet meer op een geslachtsdeel, maar op tartaar zoals je dat bij een bistro kunt bestellen, alleen dan zonder uitjes.

Alsof de baby door een knoflookperser wordt gehaald. Bloed en draderig vlees.

Ondanks de ruggenprik is de pijn hevig.

Hoe ouder ik word hoe zekerder ik weet dat het menselijk leven niet mag doorgaan, het moet stoppen. Ik protesteer tegen de misdaad die leven heet, zoals anderen protesteren tegen oorlog en bezuinigingen.

Af en toe komt de dokter kijken, maar er is nog geen glimp van de schedel te zien. In zijn groene pak ziet hij eruit als een atleet.

,,Waarom moet alles zo'n pijn doen?'' schreeuwt ze.

,,Ik weet het ook niet'', roep ik terug. ,,Ik ben God niet.''

Om vier uur besluit de dokter dat het geen zin meer heeft. ,,We gaan je opensnijden'', zegt hij.

Er mag maar één iemand bij de keizersnee zijn. Ik ben het niet. Ik heb verplichtingen elders.

,,Het komt goed'', zeg ik. ,,Ik moet even naar Philadelphia voor een lezing, maar als ik terugkom ben je weer helemaal de oude.''

,,Het spijt me dat het zo duur wordt'', zegt ze. ,,Nu ben je nog eens vijfduizend dollar kwijt.''

,,Geeft niet'', zeg ik. ,,Wat is geld? Niets is het. Tijd heb ik nodig.''

De vraag, waarom moet alles zo'n pijn doen, achtervolgt me, zal me blijven achtervolgen.

In de auto naar Philadelphia denk ik aan vrouwen die een kind met me wilden. Ik heb een oplossing.

Vrouwen met een kinderwens zouden in staat moeten worden gesteld huisdieren te baren. Zo, en alleen zo, kan de totale hoeveelheid ongeluk op deze wereld worden verminderd. Alleen zo zal vooruitgang geen mythe meer zijn.

Het huisdier moet natuurlijk wel uit de buik van de vrouw komen gekropen, anders is aan een bepaalde wens niet voldaan. Maar vergeleken met een open hartoperatie zal dat niet zo moeilijk zijn. Vrouwen die een eendje baren, anderen een gans, of een eekhoorntje, een kat, een heerlijk hondje. Ze mogen het van tevoren opgeven. Welk huisdier wilt u baren?

Na drie dagen komen baby en moeder thuis.

,,Kijk'', zegt ze, ,,hij heeft mijn lichaam verwoest''.

,,Ja'', zeg ik, ,,dat doen kinderen''.

Omdat ze vanwege de snee in haar buik niet goed kan bewegen huur ik een verpleegster in die aan huis komt. Ze heet Sophie.

Nu zit ik hier met een baby die niet van mij is, een moeder, en een lieftallige verpleegster. Ideaal is het niet, maar beter dan de alternatieven die mij waren geboden.

Bovendien vergroot Sophie mijn geluk.

Als we moe zijn kruipen we allemaal in het grote bed. De moeder naast de baby, de verpleegster aan de andere kant van de baby en ik naast de verpleegster.

,,Als dit een boek zou zijn'', zeg ik tegen Sophie, ,,zou je me over een paar maanden moeten aanklagen, omdat ik je gemolesteerd heb''.

Soms gaan de verpleegster en ik samen naar de stomerij, dan weer vergezel ik haar op haar zoektocht naar luiers en inlegkruisjes.

En `s avonds als ze er niet is loop ik met Baby Rat op mijn arm door het huis en zeg ,,Baby Rat, donkere prins, je zult de harten van vrouwen breken en zij zullen jouw hart breken. Maar erg is het niet, want Rimbaud heeft geschreven, `le malheur a été mon dieu'.''

En dan streel ik hem over zijn zachte haartjes tot hij in slaap valt.

Nu zit ik alleen nog met de kosten van de bevalling.

Ook daar heb ik een oplossing voor gevonden. Ik mag vinden dat het leven niet moet doorgaan, maar als anderen die fout willen maken, wie ben ik om ze te behoeden?

Ik ben van plan mijn zaad te verkopen. Als de bevruchting is gelukt stel ik me voor daar tienduizend euro voor te ontvangen. Uiteraard gaat er een uitgebreid interview aan de bevruchting vooraf.

Dit jaar zal ik mijn sperma vier keer verkopen. Geïnteresseerden kunnen schrijven naar NRC Handelsblad o.v.v. genetisch materiaal Grunberg.

Als God gewetenloos met ons experimenteert, kunnen wij onze waardigheid alleen herwinnen door met onszelf en onze kinderen te experimenteren.