`Voetballer moet de wijken in'

De afgelopen drie decennia is het betaald voetbal onlosmakelijk verbonden geweest met vandalisme en geweld. Door vele maatregelen hebben de ongeregeldheden zich grotendeels verplaatst naar plekken buiten de stadions.

`Ongepast gedrag' bij wedstrijden was er zelfs al aan het einde van de negentiende eeuw, maar het Nederlandse voetbal werd pas echt met voetbalvandalisme geconfronteerd op 29 mei 1974, bij de UEFA-Cupfinale Feyenoord-Tottenham Hotspur. Engelse en Nederlandse fans bleken in hetzelfde vak te zitten en raakten slaags. Knuppels, fietskettingen en messen werden als wapens gebruikt. Honderd mensen raakten gewond. Daarna werd het geweld rondom voetbalwedstrijden een steeds vaker terugkerend verschijnsel. De Commissie Veiligheid Voetbalbezoek van de KNVB concludeerde in 1981 dat het vandalisme potentiële bezoekers ervan weerhield naar een voetbalwedstrijd te gaan. Dat was het sein voor allerlei maatregelen.

Maar het kwaad blijkt dan inmiddels onuitroeibaar. Enkele dieptepunten door de jaren heen: de chaos op 1 maart 1987 op de tribune van het Zuiderparkstadion bij FC Den Haag-Ajax. De veldslag langs de A9 tussen Ajax- en Feyenoord-fans in 1997 waarbij de Ajax-supporter Carlo Picornie overleed. En recent, eind vorig seizoen, de rellen bij Jong Ajax-Jong Feyenoord op Sportpark De Toekomst waarbij spelers van Feyenoord klappen opliepen.

De Arnhemse criminoloog dr. Henk Ferwerda, die zitting heeft in de adviescommissie veiligheidszaken van de KNVB, spreekt liever niet van voetbalvandalisme, maar van voetbalgeweld. ,,Met de term voetbalvandalisme bagatelliseer je het probleem. Een vandaal maakt iets kapot, maar het gedrag van bepaalde fans rondom wedstrijden heeft over het algemeen te maken met mishandeling, openlijke geweldpleging en handel in verdovende middelen.''

Hij concludeert dat clubs en KNVB enerzijds, gemeenten, politie en justitie anderzijds de laatste tien jaar goed hebben samengewerkt om de veiligheid te vergroten. Dat heeft geleid tot een groot aantal nuttige maatregelen. ,,Zoals verstandige inzet van politie. Lik-op-stukbeleid van justitie. Een sanctie als een stadionverbod wordt gekopieerd door de NS, die treinverboden gaan instellen. Clubs hebben veel geïnvesteerd in stewards, (seizoen)kaartverkoop, tourniquets, trein en bussluizen voor bezoekende supporters.'' De stadions zijn daardoor veiliger geworden. Maar de consequentie is dat de incidenten zich hebben verplaatst. ,,Voetbal-sides gaan nu op houseparty's of boksgala's met elkaar op de vuist. Of in de binnenstad bij horecagelegenheden. Ze spreken af met mobieltjes of via internet.''

Bij die confrontaties blijkt sprake van een verharding in de geweldpleging. ,,Speed en cocaïne in combinatie met alcohol zorgen ervoor dat supporters vaak niet meer aanspreekbaar zijn'', zegt Ferwerda. ,,Er is een nieuwe, onberekenbare categorie die veel zuipt. Een aantal van deze supporters gaat zaterdagavond al stappen, haalt dan de hele nacht door en gaat de volgende ochtend naar de wedstrijd. Als je dan geen speed gebruikt, trek je het niet meer. Als er een vijand is gevonden hoeft er maar weinig te gebeuren of er vallen klappen. Dan is de geweldpleging een stuk gewelddadiger dan vroeger.''

De achtergrond van de voetbalvandaal is de laatste dertig jaar wel veranderd. Begin jaren tachtig concludeerde de socioloog M. Punch, die het vandalisme in Engeland had bestudeerd, dat de geweldplegers bij wedstrijden voortkomen uit straatbendes van de werkende klasse die in grote steden de stadions hebben ontdekt als de aangewezen arena voor hun agressie. Ferwerda: ,,Uit mijn onderzoeken blijkt dat er nu een categorie brave scholieren en hard werkende jongeren is bijgekomen die graag meedoet. Maar als ze worden opgepakt zitten ze te huilen op het politiebureau. Ze denken dat je bij het voetbal kunt zuipen en de agressie van je af kunt schreeuwen of slaan. Ze zien een voetbalwedstrijd als een podium om uit hun dak te gaan. Ze voelen zich onaantastbaar door de anonimiteit. Het zijn vaak jongens met hele goede banen of vooruitzichten; van studenten tot leraren. Of zelfs mensen die overheidsfuncties bekleden.

,,Daarnaast is er een er kleine groep hardcore hooligans die veel in aanraking komt met vandalisme, geweldpleging en drugs. Zij zijn ook lastig in uitgaanscentra en woonwijken. Je ziet tevens een jongere generatie opstaan die grenzen overschrijdt zoals bij Jong Ajax-Jong Feyenoord. Zij worden vaak door de oudere hooligans hardhandig gecorrigeerd, want dat zijn nog supporters met een clubhart die vinden dat je spelers of bestuursleden met rust moet laten.''

De aanstichters, de regisseurs van rellen zijn over het algemeen moeilijker te pakken dan de sukkel die een steen gooit naar de ME en onmiddellijk door een arrestatieteam in burger wordt gearresteerd. ,,Dat is de gelegenheidsdelinquent. Die krijgt meteen een vip-behandeling, zoals een stadionverbod en een proces-verbaal. Zo'n jongen doet het nooit meer, vraagt zich nog af wat zijn ouders of z'n baas ervan vinden. Voor hem zou een alternatieve straf, bijvoorbeeld een aantal uren een stadion schoonmaken, geschikter zijn dan een jarenlang stadionverbod. De aanstichters zijn slimmer, komen als ze worden gepakt op het politiebureau binnen met een advocaat en nemen een houding aan van: jullie maken me toch niets. Daarom zie ik totaal geen heil in strafrechtelijke stadionverboden (de KNVB streeft dit wel na, red.). Die leveren lange, gerechtelijke procedures op. Je kunt het mijns inziens beter zoeken in preventieve maatregelen.''

Maar dan niet zoals NEC komend seizoen van plan is. De Nijmeegse eredivisieclub wil drank en softdrugs in stadion De Goffert gaan verbieden. ,,Een biertje drinken hoort bij voetbal. Het bezoeken van een wedstrijd moet een gezellig uitje blijven. In heel Nederland wordt een jointje gerookt. Ik wens NEC succes met de handhaving van de maatregel, want ik zou niet weten hoe je dat moet doen. Zoals het ook voor elke profclub moeilijk zal zijn om tweehonderd stadionverboden na te leven.''

De aanwezigheid van veiligheidsbeambten, in plaats van ME die echter uit het zicht wel paraat moet zijn, werkt in de optiek van Ferwerda heilzaam. De daadwerkelijke oplossing voor het supportersgeweld bestaat volgens de criminoloog niet. ,,Dan zou ik ook een remedie voor misdaad weten. Als je maatregelen neemt moet je niet alleen naar repressie kijken maar ook naar sociale preventie. Daarbij past dat spelers naar de achterstandswijken gaan. Blijf die gasten binden aan je club. Ik ben geen voorstander van een voetbalwet (in tegenstelling tot de KNVB, red.). Zo exclusief is voetbal niet. Er zijn al genoeg instrumenten om maatregelen te nemen. Je kunt beter op basis van goede informatie streven naar maatwerk. Een belangrijke strategie om geweldplegers te bestrijden is dat je te weten komt wie het zijn, wat ze doen en wat er met ze aan de hand is. Haal de ze dus uit de anonimiteit.''

Dit is de derde aflevering van een serie over vijftig jaar betaald voetbal in Nederland.