Van het westelijk front weer nieuws

De laatste jaren zetten historici vrijwel alle zekerheden over de Eerste Wereldoorlog, die deze week negentig jaar geleden begon, op losse schroeven. Een zinloze oorlog was het niet, en van een eenduidige Duitse schuld is ook geen sprake meer.

Juli en augustus 1914 waren noodlottige maanden voor Europa. Wat zich aanvankelijk slechts als het zoveelste Balkan-conflict liet aanzien, ontwikkelde zich in een adembenemend tempo tot een algemene Europese crisis. Op 28 juni 1914 werd de Oostenrijk-Hongaarse troonopvolger, aartshertog Frans Ferdinand, in Sarajevo doodgeschoten. De internationale spanningen liepen in juli met de dag meer op. Begin augustus verklaarden de belangrijkste Europese mogendheden elkaar de oorlog. Zo belandde Europa ineens, als het ware zonder erbij na te denken, in een groot conflict.

De Eerste Wereldoorlog blijft fascineren en is goed voor een toenemende stroom aan historische publicaties. De Britse militaire historiografie geeft internationaal de toon aan. Uit die hoek zijn in de afgelopen jaren heel wat vernieuwende studies gekomen. Tal van aspecten van de Eerste Wereldoorlog zijn onderwerp van historisch `revisionisme' geworden, nieuwe bronnen zijn aangeboord en in de publieke opinie verankerde opvattingen en idées reçues zijn tegen het licht gehouden en herzien. De historicus Gary Sheffield, bijvoorbeeld, kwam in 2001 met Forgotten Victory. The First World War, Myths and Realities waarin hij de vloer aanveegde met het beeld van een zinloze en totaal verkeerd gevoerde strijd. Hij werd bijgevallen door de oude meester van de Britse militair-historici, Michael Howard, die in een subtiel boekje The first World War (2002) een soortgelijke visie op de oorlog ontwikkelde.

Ook in andere Europese landen wordt de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog intensief bestudeerd. Voor het Duitse taalgebied komt men al gauw tot tientallen studies, vaak dikke proefschriften. Hetzelfde geldt voor Frankrijk, waar de laatste jaren een hausse aan publicaties te zien is. In Nederland is de belangstelling ook groot, zowel voor de oorlog in het algemeen (vooral het westelijke front) als ten aanzien van de bijzondere positie van Nederland tijdens de oorlogsjaren.

Toch blijft de lezer voor `het grote werk' op Britse militair-historici aangewezen. Zij slagen er tegenwoordig steeds beter in het – in hun werk welhaast onvermijdelijke – chauvinisme en de eenzijdige concentratie op het westelijk front achter zich te laten. De absolute top is het werk van Hew Strachan, hoogleraar aan de universiteit van Oxford. Hij werkt aan een driedelig standaardwerk, waarvan in 2001 het eerste deel is verschenen onder de titel The First World War. Volume I: To Arms. Dit zal voor lange tijd een vast referentiepunt zijn in de historische literatuur over de oorlog. Het is ongeëvenaard in reikwijdte en diepgang. Van Strachan verscheen recent nog een nieuw, samenvattend werk over de oorlog, als begeleiding bij de door Channel Four uitgezonden documentaire-reeks The First World War.

Wereldomspannend

Strachans nieuwste boek biedt veel nieuwe inzichten en stelt gevestigde opvattingen ter discussie. Het is een vol, soms té vol boek, waarin enkele hoofdstukken te veel willen vertellen en enigszins verzanden in een opsomming van gebeurtenissen. Het is ook een wereldomspannend boek dat gebeurtenissen op alle fronten behandelt. Wat begon als een Balkanconflict dat zich onmiddellijk ontwikkelde tot een Europese strijd, werd, omdat de Europese mogenheden koloniale machten waren met uitgestrekte koloniën in Azië en Afrika, een wereldoorlog.

Er was nog een andere reden voor deze globalisering: de Duitse strategie. Strachan laat fraai zien dat deze gericht was op het ontketenen van een wereldwijde, vooral anti-Britse, strijd. De Duitsers wilden het Britse imperium aantasten en de status quo in de wereld ondermijnen door de strijd in de koloniën. Daartoe poogden zij ook een islamitische jihad te ontketenen, wat niet gelukte, want de moslims kwamen niet echt in beweging. Strachan citeert de Duitse generaal C. von der Goltz, die de Turkse troepen aanvoerde en schreef dat de twintigste eeuw wat Duitsland betrof in het teken moest staan van de `opstand van de gekleurde rassen tegen het imperialisme van Europa'.

Uiteraard bespreekt de auteur uitvoerig de verantwoordelijkheid van de verschillende Europese landen voor het uitbreken van de oorlog. Hij laat er weinig misverstand over bestaan dat van een eenduidige Duitse oorlogsschuld geen sprake kan zijn. Wél ziet hij in de Duitse politiek van de decennia vóór de oorlog, dus op de langere termijn, een `conflictversneller'. Internationale rivaliteiten en conflicten werden door de Duitsers aangewakkerd in hun strijd om `een plaats onder de zon'. Voor de directe oorlogsverantwoordelijkheid legt Strachan veel eerder de nadruk op de Oostenrijks-Hongaarse monarchie die hij als een `grote mogendheid op zijn retour' ziet die door Duitsland onvoldoende is beheerst in zijn overmoedige Balkanpolitiek.

Interessant is hij bij zijn bespreking van de doeleinden van de strijdende partijen en de betekenis van de oorlog. Het is gangbaar te spreken van een `absurde' oorlog, een `zinloze' en `futiele' slachting – waarbij voornamelijk naar het westelijk front wordt gekeken –, geleid door incompetente officieren die zich vastklampten aan achterhaalde tactische ideeën en zich veilig achter de frontlinie ophielden. Strachan weerspreekt al deze meningen keer op keer en met kracht van argumenten. Het was geen oorlog zonder doel, maar een die ging over belangrijke waarden die hun uitdrukking vonden in natie en nationalisme. De militairen beseften het, zij handelden ernaar, zij streden uit vaderlandsliefde en plichtsbesef.

Zo pakt Strachan in elk hoofdstuk de gangbare meningen aan, voorziet deze van verrassende kanttekeningen en plaatst steeds andere accenten dan we gewend zijn. Hij relativeert het gangbare dramatische beeld van de loopgravenoorlog en dat van het vermeende fantasieloze en contraproductieve tactische denken aan het westelijk front. Op de vaak bejubelde strijd van de legendarische generaal Paul von Lettow-Vorbeck in Duits-Oost Afrika, die zich pas op 25 november 1918 overgaf, werpt hij nieuw licht. Zo heeft hij over vrijwel alle fronten en gebeurtenissen wel iets anders te zeggen dan we gewoonlijk te horen krijgen.

Herinnering

Richt Strachan zich vooral op de politieke en militaire aspecten van de oorlog, een nieuw Duits boek (Der Weltkrieg, 1914-1918) behandelt ook verschillende culturele aspecten, de beleving van de strijd door de militairen en de wijze waarop de strijd voortleefde in de Duitse en vooral in de Oost-Europese herinnering. Aan dat laatste, nooit eerder uitgediepte onderwerp, is een interessant hoofdstuk gewijd. Het schitterend geïllustreerde en fraai verzorgde boek is daarmee een soort staalkaart van de huidige pluriforme benadering van deze wereldoorlog. Der Weltkrieg verscheen bij een omvangrijke tentoonstelling die deze zomer in het Deutsches Historisches Museum te Berlijn te zien is. Verscheidene vooraanstaande Duitse militair-historici analyseren de betekenis van de oorlog. Het valt op dat naast de nuchtere stijl en het onpretentieuze woordgebruik van Strachan de Duitse auteurs ingewikkelder formuleren, meer jargon gebruiken en veel diepzinnige (of diepzinnig lijkende) interpretaties ten beste geven. Een van de auteurs confronteert de lezer bijvoorbeeld met drie interpretaties van de oorlog die hij aanduidt als `Urkatastrophe' `Europäischer Bürgerkrieg' en `Menschenschlachthaus', met bijgaande diepzinnige beschouwing. Het duurt even voordat de lezer hier greep op heeft en tot de ontdekking komt dat de auteur met `Europäischer Bürgerkrieg' min of meer hetzelfde bedoelt als Strachan met zijn beschouwing over de grote ideeën die op het spel stonden. Der Weltkrieg 1914 - 1918 bevat naast de essays ook tal van afbeeldingen die, voorzien van een uitvoerige en voortreffelijke tekst, op zichzelf al een complete en boeiende oorlogsgeschiedenis vertellen.

Hew Strachan: De Eerste Wereldoorlog. Een geïllustreerde geschiedenis. Uit het Engels vertaald door Deul en Spanjaard. Ambo, 342 blz. €29,95

Rainer Rother (red.): Der Weltkrieg 1914-1918. Ereignis und Erinnerung. Deutsches Historisches Museum/Minerva), 374 blz. €25,-