TNO ontwikkelt bio-detector

TNO in Rijswijk heeft in 2003 van het ministerie van Defensie officieel opdacht gekregen om een detector te ontwikkelen voor biologische strijdmiddelen zoals de miltvuurbacterie en het pokkenvirus. Met de opdracht voor de ontwikkeling is een bedrag van 6,3 miljoen euro gemoeid. Dat bevestigt een woordvoerder van het ministerie van defensie.

Indien bij het proefmodel het `bewijs van werking' kan worden aangetoond, zal op zijn vroegst medio volgend jaar het besluit vallen om daadwerkelijk een detector te ontwikkelen. Voor de verdere ontwikkeling zou een ander budget worden gegeven. In 2006 zouden veldproeven gehouden kunnen worden. De `biodetectors' zouden ingebouwd worden in drie gepantserde, gasdichte verkenningsvoertuigen van het model Fuchs. Later wordt bekeken of draagbare systemen ook haalbaar zijn. Aan de `biodetector' wordt de eis gesteld dat hij het ook doet onder moeilijke omstandigheden, zoals in wolken roet of rook.

Het Prins Maurits Laboratorium van TNO heeft al eerder naam gemaakt met de ontwikkeling van chemische detectoren. Maar naast detectoren van chemische wapens en nucleaire verontreinigingen heeft de NAVO ook behoefte aan snelle detectie van biologische strijdmiddelen.

Ook in de VS wordt hard gewerkt aan snelle, automatische detectie van biologische wapens. In de Golfoorlog waren de Duitse Fuchs-verkenningsvoertuigen een welkome aanvulling op de eigen Amerikaanse detectiesystemen.

In de Duitse voertuigen, die bedoeld waren voor NBC-detectie in de Noord-Duitse laagvlakte, is een kleine massaspectrometer in staat om de karakteristieke `vingerafdruk' van veelgebruikte toxinen, virussen en zelfs bacteriën te herkennen. De Duitse snuffelapparatuur raakte echter van slag van dichte rookwolken. Of TNO in dezelfde richting werkt als de Duitsers, kan Defensie niet bevestigen.