Speurtocht naar leven in diepzee

Een internationale expeditie op de Atlantische Oceaan heeft een schat aan nieuwe gegevens opgeleverd over het leven in de diepzee.

Twee nieuwe inktvissoorten en mogelijk een aantal nieuwe diepzeevissoorten, maar vooral een hoop nieuwe vragen. Dat is de voorlopige oogst van een internationale expeditie in de diepzee van de Mid-Atlantische Rug.

Twee maanden lang doorkruiste het onderzoeksschip `G.O. Sars' de oceaan langs de Mid-Atlantische Rug tussen IJsland en de Azoren. Gisteren presenteerden de wetenschappers van het zogeheten `Mar-Eco'-project in het Noorse Bergen hun eerste resultaten.

,,Hoewel wij met onze expeditie nog maar een glimp van de diepzee hebben kunnen opvangen, heeft het ons een schat aan informatie opgeleverd'', zegt de Noorse bioloog Odd Aksel Bergstad, een van de expeditieleiders. Tijdens de eerste helft van de cruise, waarbij de oceaanrug in zuidelijke richting gevolgd werd, lag de nadruk van het onderzoek op vrij in het water levende dieren. Het leverde al 179 getelde vissoorten op, maar dat aantal kan nog stijgen tot boven de 200, naarmate de analyse van de twijfelgevallen vordert.

Op de terugweg keken de onderzoekers voornamelijk naar het aan de bodem gebonden leven. Minstens 87 soorten bodemvissen telden zij, maar ook hier kan verdere studie dat aantal omhoog brengen.

Of er soorten tussen zitten die nog niet bekend waren voor de wetenschap, valt zo kort na de expeditie nog moeilijk te zeggen, aldus Bergstad. ,,Van de twee pijlinktvissen zijn we tamelijk zeker dat het nieuwe soorten zijn. Aan boord hadden wij twee wereldexperts op dat gebied die meteen uitsluitsel konden geven.''

Bij de vissen is het minder duidelijk of er nieuwe soorten zijn aangetroffen. De Oostenrijkse visbioloog Franz Uiblein meent bijvoorbeeld een nieuwe soort Ophidiiforme vis te hebben gevonden, maar alleen een precieze telling van de vaak honderden vinstralen in de buikvin kan dat uitwijzen. Dat onderzoek is aan boord niet gedaan uit vrees voor beschadiging van de vis.

Ook heeft de expeditie waarschijnlijk een nieuwe soort hengelvis opgeleverd. Hoewel het visje van vijf centimeter zwaar gehavend is door de ruwe behandeling in de netten, is het lokorgaan dat boven zijn kop bungelt nog intact. Deze orgaantjes vormen bij hengelvissen een belangrijk kenmerk om soorten te onderscheiden. ,,Om er zeker van te zijn dat het hier om nieuwe soorten gaat, moeten de vondsten nauwkeurig vergeleken worden met de beschrijvingen van andere soorten'', aldus Bergstad, die overigens vindt dat het succes van de expeditie niet moet worden afgemeten aan het aantal nieuwe soorten, maar aan het verbeterde inzicht in het diepzeemilieu. [Vervolg VISSEN: pagina 4]

VISSEN

'We hadden haar beter water kunnen noemen'

[Vervolg van pagina 1] De in totaal meer dan honderd internationale wetenschappers aan boord van het schip haalden alles uit de kast om de diepzee te bemonsteren. Ze visten met sleepnetten, kieuwnetten en longlines, en lieten onbemande duikbootjes afdalen om monsters te verzamelen en filmopnames te maken. Met ultramoderne akoestische technieken konden zij bewegingen van vissen en andere organismen tot op 3000 meter diepte volgen.

De onderzoekers lieten ook een aantal driepoten naar beneden waaraan een camera was bevestigd en een makreel als lokaas. ,,Daar kwam vrijwel altijd een Coryphaenoides armades op af, een rattenstaart die vrij algemeen voorkomt in de diepzee. Maar dat deze zo algemeen zou zijn, hadden we niet verwacht.''

De G.O. Sars was uitgerust met zeer geavanceerde sonarapparatuur waarmee de onderzoekers direct een gedetailleerd driedimensionaal beeld konden krijgen van de zeebodem. Dat was hard nodig, vertelt Bergstad. ,,De bestaande kaarten bleken uiterst onnauwkeurig. Waar we een berg verwachtten, was ineens een vallei. De verschillen konden oplopen van vijfhonderd meter tot wel duizend meter.''

,,Zonder die gedetailleerde kaart waren we reddeloos verloren geweest. Maar nu konden we heel nauwkeurig de interessante plekken uitkiezen om monsters te nemen.'' Ook voor het werken met een sleepnet in de diepzee was die informatie cruciaal. ,,Zo'n net hangt aan twee kabels van vijf kilometer lengte, dan moet je wel weten hoe je kunt manoeuvreren.''

De onderzoekers hebben hun werk zonder veel tegenslagen kunnen doen. Ook het weer werkte mee.

Achteraf is Bergstad het meest onder de indruk van de gevarieerdheid van het leven op de toppen van het onderzeese gebergte dat de Mid-Atlantische Rug vormt. Hij beschrijft ze als ,,veelkleurige tuinen, maar dan uiteraard alleen maar met dieren, zoals sponzen, koralen, anemonen en schelpdieren''.

Uiblein voegt eraan toe dat er bovendien een grote lokale schakering is. ,,Over een afstand van slechts enkele meters wisselen rotsachtige en zachte bodems elkaar af.'' Dat is mede te danken aan het koraal Lophelia pertusa, dat over gehele lengte van de noordelijke oceaanrug blijkt voor te komen. Zowel levend als dood vormt dit koraal een belangrijke harde ondergrond waarop weer andere dieren kunnen groeien.

,,We noemen onze planeet `aarde', maar we hadden haar beter `water' of `oceaan' kunnen noemen, want dat vormt bijna 70 procent van de oppervlakte van onze planeet'', zegt Marsh Youngbluth, een Amerikaanse bioloog die meevoer op de G.O. Sars. ,,Vanuit ons perspectief als mens hebben we een behoorlijk vooroordeel opgebouwd van hoe de wereld eruit ziet. Van het leven in de diepzee hebben we eigenlijk geen flauw benul. Daarom is bijna alles wat we daar beneden ontdekken een verrassing.''

Verbaasd zijn de onderzoekers bijvoorbeeld nog steeds over de mysterieuze sporen die zij aantroffen in het zachte bodemsediment op meer dan 2000 meter diepte. Ze bestaan uit regelmatige en vrijwel rechte lijnen van ronde of langgerekte gaten. ,,Het leek wel of ze met een naaimachine over de bodemwaren gegaan, zo precies was het patroon'', zegt Uiblein. ,,We hebben geen idee wat deze sporen veroorzaakt zou kunnen hebben, maar dat het iets biologisch moet zijn geweest staat voor ons buiten kijf. We hebben met het onbemande duikbootje urenlang de wacht gehouden bij een van de sporen en ze zelfs gevolgd, maar we zijn er niet achtergekomen welk dier ze achterliet.''

Het Mar-eco-project is onderdeel van het wereldwijde onderzoeksinitiatief `Census of Marine Life'. In tien jaar tijd moet hierin een groot deel van de nog onbekende biodiversiteit van de oceanen in kaart zijn gebracht.