`Oorlogsmisdadiger Bikker naar Duitse cel'

Justitie in het Duitse Hagen wil dat de Nederlandse oorlogsmisdadigers Herbert Bikker en Siert Bruins in Duitsland een celstraf uitzitten. Bikker en Bruins zijn na de Tweede Wereldoorlog in Nederland tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld voor oorlogsmisdaden, maar hebben door hun vlucht naar Duitsland deze straf niet uitgezeten. De Duitse justitie heeft onlangs geprobeerd om de 89-jarige Bikker te vervolgen voor moord op een Nederlandse verzetsman. Dit proces werd begin dit jaar vanwege de slechte gezondheid van Bikker voortijdig afgebroken.

Minister Donner (Justitie) heeft zijn Duitse collega in juni 2003 gevraagd om zeven in Duitsland wonende oorlogsmisdadigers alsnog hun straf te laten uitzitten. Eén van hen, Dirk Hoogendam, is inmiddels overleden. Het Openbaar Ministerie in Hagen, waar Bikker en Bruins wonen, heeft zich als eerste arrondissement achter het verzoek van Donner geschaard. De rechtbank in Hagen moet nu in een schriftelijke procedure bepalen of Bikker en Bruins een levenslange gevangenisstraf wordt opgelegd.

Advocaat K. Kniffka, die Bikker ook heeft verdedigd tijdens de recente strafzaak in Hagen, zal zich beroepen op de Duitse grondwet. Daarin is bepaald dat vonnissen van `bijzondere rechtbanken' niet mogen worden overgenomen door `gewone' rechtbanken. Bovendien staat volgens Kniffka de gezondheidstoestand van Bikker een celstraf in de weg. ,,Nog maar kort geleden werd vastgesteld dat hij lichamelijk en geestelijk niet in staat is om terecht te staan.'' Voor Siert Bruins geldt volgens Kniffka dat hij niet tweemaal voor hetzelfde feit berecht kan worden. Bruins (82) heeft in de tachtiger jaren in Duitsland vanwege oorlogsmisdaden vijf jaar in de cel gezeten. Volgens hoofdofficier van justitie J. Daheim zijn er nog strafbare feiten waar Bruins niet voor veroordeeld is. De gezondheidstoestand van Herbert Bikker is volgens Daheim vooralsnog geen beletsel.