`Ook man kan goede voorbeeld geven'

Er werken te weinig mannen in de kinderopvang. Daardoor zouden jongens geen goed voorbeeld krijgen. ,,Door dit soort stereotiep denken mochten vrouwen vroeger alleen in de onderbouw lesgeven.''

,,Poepelen,'' zegt Stein (3) en trekt aan de broekspijp van haar groepsleider Ralph Musters ,,Wat zeg je?'' vraagt hij. ,,Poepelen!'' ,,Ooo, je hebt een schone luier nodig,'' lacht hij en wandelt met de peuter naar binnen om haar broek te verschonen. Even later zit Ralph weer tussen de peuters bij het opblaasbadje op de kinderspeelplaats. ,,Jij bent een tijger!'', roept Muriel (3) en trekt aan de arm van haar begeleider. Ralph staat op en rent achter haar aan. Een hele sliert kinderen volgt het duo, hikkend van de lach.

Ralph (32) werkt al bijna vijf jaar bij kinderdagverblijf Uk Nieuwe Looier. Hij is als man een uitzondering. Op de veertien kindercentra in Amsterdam werken nog vijf mannelijke collega's. De rest is vrouw. ,,Wij zitten op 2 procent,'' zegt directeur Noëlle Haitsma van Uk, ,,Op één van onze kinderdagverblijven werken zelfs twee mannen, maar dat is echt bijzonder.''

Deze week gaf het Nederlands Instituut Zorg en Welzijn (NIZW) aan dat het overweegt met deskundigen, waaronder bijzonder hoogleraar kinderopvang Louis Tavecchio, een campagne te starten om meer mannen te werven voor de opleiding tot crècheleider. Op dit moment is 99 procent van het personeel in de kinderopvang vrouw. Reden om aandacht aan dit onderwerp te besteden is een discussie die al enkele jaren in het basisonderwijs speelt: jongens zouden te veel naar vrouwelijk rolmodel worden opgevoed, wat kan leiden tot allerlei gedragsproblemen op latere leeftijd.

Lauk Woltring, docent jeugdzorg aan de Hoge School van Amsterdam en al twintig jaar adviseur op het gebied van `werken met jongens', onderschrijft deze stelling: ,,In de jeugdzorg en in het basisonderwijs werken steeds minder mannen, terwijl ze als mannelijk rolmodel een speciale functie hebben. Jongens ontwikkelen zich anders dan meisjes. Ze zijn veel experimenteler, zoeken grenzen op en moeten vaak intensief begeleid worden in hun spel. Mannen blijken daar goed op in te kunnen spelen terwijl vrouwen al snel geneigd zijn om verbaal te corrigeren. Als jongens te lang negatieve feedback van vrouwen krijgen, lappen ze op een gegeven moment de regels aan hun laars. Als ze door weinig nabije mannelijke voorbeelden ook nog een zwak mannelijk zelfbeeld hebben, kan dit leiden tot agressief gedrag.''

Volgens psychologe Martine Delfos, schrijfster van het pas verschenen boek De schoonheid van het verschil, kunnen mannen in de kinderopvang een belangrijke functie vervullen: ,,Ik stel het nu even heel plat. Moeders spelen ongelooflijk saai met hun kinderen. Vaders dagen hun kinderen uit. Vrouwen zijn meer geneigd om te zeggen: pas op, kijk uit.'' Die voorzichtigheid van vrouwen is volgens Delfos lang niet altijd goed. ,,Doordat er op de crèche en de basisschool zoveel vrouwen werken, leren jongens een vorm van veiligheid aan die lang niet altijd gunstig voor hen is. Zij zoeken op een andere manier naar veiligheid dan meisjes. Als een jongetje in een boom klimt, is dat niet zozeer omdat hij het gevaar opzoekt. Hij is juist op zoek naar de grenzen van wat veilig is. Als jongetjes dat niet genoeg kunnen doen, gaan ze later in de samenleving er ook niet op uit, leren ze niet voor zichzelf op te komen.''

Mineke van Essen, hoogleraar genderstudies aan de Universiteit van Groningen, kan zich niet vinden in de theorieën van Woltring en Delfos. ,,Zij zien een essentieel verschil in hoe `de man' of `de vrouw' met kinderen speelt. Dat noem ik stereotiep denken. In Nederland hebben we daar wel meer voorbeelden van. Tot 1985 bepaalde de wet dat vrouwen bijvoorkeur in de onderbouw en mannen in de bovenbouw zouden lesgeven. Daar zat het idee achter dat jongens van boven de acht met straffe hand moesten worden aangepakt. Vrouwen zouden te affectief zijn en onvoldoende disciplineren.'' Nu is het stereotiepe denken volgens Van Essen weer omgedraaid. ,,Ineens zijn de vrouwen te streng en gaan mannen vrijer met de kinderen om. Ik vind het prima als er meer mannen in de opvang gaan werken, maar doe nu niet alsof het allemaal de schuld is van de vrouw.''

Woltring wil helemaal niet de beschuldigende vinger richting vrouw wijzen: ,,Ik krijg vaak de reactie van: O, dus vrouwen zijn schadelijk voor het onderwijs! Maar dat is helemaal niet wat ik zeg. Mannen en vrouwen vullen elkaar goed aan maar jongens hebben ook mannelijke voorbeelden en extra aandacht van mannen nodig. Dat betekent helemaal niet dat vrouwen het tot nu toe slecht hebben gedaan.'' Vanuit de praktijk constateert Ralph dat hij ten aanzien van zijn peutergroep inderdaad een andere aanpak heeft dan zijn vrouwelijke collega's. ,,We hebben zo'n drie, vier jongetjes met veel energie. Die neem ik vaak apart en laat ze stoeien in de ballenbak. Of we gaan voetballen.''

Pas zo'n vijftien jaar bestaat er op Europees niveau belangstelling voor het werken van mannen in de kinderopvang. In België werd vorig jaar door het VBJK (Vormingscentrum voor de Begeleiding van het Jonge Kind) in samenwerking met het arbeidsbureau en de overheid een campagne gestart om mannen warm te krijgen voor een baan in de opvang van kinderen tussen 0 en 12 jaar.

,,We zijn onze campagne niet alleen maar gestart omdat mannen een andere opvoedkundige functie hebben,'' zegt Karin Eeckhout van het VBJK. ,,We wilden ook de gelijke rechten van mannen en vrouwen bevorderen. Dat doe je door de toekomstige generatie op te voeden met het juiste voorbeeld. Niet alleen zorgende vaders maar ook mannen in de kinderopvang moeten een normale zaak worden.'' Volgens Eeckhout heeft de campagne een positief effect gehad. ,,In 2003 werkten er in heel Vlaanderen slechts 193 mannen in de kinderopvang, wat neerkomt op iets meer dan 1 procent. Op dit moment zijn dat er niet meer, maar we hebben wel een flinke groei van het aantal mannen dat nu op cursus gaat om in de buitenschoolse opvang te gaan werken.''

Eeckhout constateert dat veel mannen het prettiger vinden om met wat oudere kinderen te werken: ,,De crèche blijft minder populair.'' Dit heeft volgens Haitsma van Uk te maken met het slechte imago van de kinderopvang. ,,Het vak van groepsleider wordt flink ondergewaardeerd. De eerste associatie is nog altijd dat je luiers moet verschonen en hoedjes vouwen. Maar het is zoveel meer dan dat. Ouders geven een deel van de opvoeding van hun kinderen uit handen. Dat is voor de crècheleiders een enorme verantwoordelijkheid. Het is absoluut een vak'', zegt Eeckhout.

Als je meer mannen in de kinderopvang wil krijgen, is het volgens Delfos belangrijk naar het voorkeursgedrag van mannen te kijken. ,,Simpel gesteld kan een man in de zorg werken en een vrouw een exact vak leren. Maar in eerste instantie ligt hun voorkeur niet daar.'' Daarom is het volgens Delfos belangrijk om te benadrukken dat het werk als kinderbegeleider status oplevert. ,,Je moet mannen duidelijk maken dat ze in de kinderopvang bijdragen aan de toekomst van een nieuwe generatie.''

Van Essen vindt het goed voor de samenleving en de status van het beroep als er meer mannen in de kinderopvang gaan werken. ,,Maar was er iets mis met die 150 jaar kleuterschool zonder mannen? Daar zijn toch geen agressieve kinderen van gekomen? Dat kinderen bij gebrek aan mannelijke leraren tekort zouden komen, moet eerst maar eens wetenschappelijk worden bewezen. Daar is in Nederland nog geen onderzoek naar gedaan.''