Olieprijs zet rem op economisch herstel

Een unieke samenloop van omstandigheden stuwt de olieprijs naar steeds hogere records. Voorlopig is er geen uitzicht op verandering in de situatie

De olieprijs regeert. Op de financiële markten beven beleggers omdat met elke stijging de aandelenkoersen verder wegzakken. In de regeringsgebouwen beginnen steeds meer ministers van Financiën hun zorgen te uiten. Zij vrezen het effect op het wereldwijde economische herstel en deze vrees groeit met elke extra dollar die neergeteld moet worden voor een vat olie van 159 liter.

De angst is niet ongegrond. De OESO, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, heeft berekend dat een stijging van 50 procent van de olieprijs het eerste jaar 0,4 procentpunt van de Europese economische groei afschaaft. Zowel de Amerikaanse WTI-olie als de Brent kostte vanmorgen ruim 10 dollar meer dan begin dit jaar. De WTI noteerde vanmorgen 44,77 dollar per vat en de Brent kostte 41,33 dollar. Een enorme prijs gezien het feit dat het produceren van olie veel landen slechts enkele dollars kost en maximaal 20 dollar bedraagt als de olie zeer diep uit de grond gehaald moet worden. Van een dalende prijs zal voorlopig echter geen sprake zijn. ,,De prijs kan een beetje terugzakken, maar dit jaar zullen we de dertig dollar niet meer halen'', aldus energiedeskundige Coby van der Linde van Instituut Clingendael.

De olie is zo duur door een unieke samenloop van omstandigheden. Deze staan grotendeels los van elkaar, waardoor een oplossing voor het hoge prijsniveau moeilijk is. De belangrijkste reden is dat de vraag bijna even groot is als het aanbod en dat er weinig ruimte is om het aanbod op de korte termijn substantieel ter verhogen. Het is les één van de economie. Op het moment dat schaarste dreigt stijgt de prijs.

De redenen voor de dreigende schaarste zijn duidelijk. De laatste decennia is er té weinig geïnvesteerd in nieuwe capaciteit. Dit probleem gaat terug tot de jaren tachtig. Na de tweede oliecrisis probeerden consumerende landen hun afhankelijkheid van het Midden-Oosten te verminderen en daalde de vraag naar OPEC-olie. Geen reden dus voor het kartel – dat verantwoordelijk is voor eenderde van de wereldwijde consumptie – om de productiecapaciteit te vergroten. Ook de enorm lage olieprijs van eind jaren negentig zorgde er voor dat de productie niet werd verhoogd, waardoor er nu problemen zijn om aan de vraag te voldoen. Er is wel genoeg olie in de wereld, maar er zijn simpelweg te weinig oliepompen in werking om het daadwerkelijk uit de grond te halen en het opstarten van nieuwe projecten kost tijd.

Tegelijkertijd stijgt de vraag naar olie enorm door het economisch herstel in de VS en de spectaculair stijgende olieconsumptie van opkomende landen als China en India. Voor 2005 verwacht het internationale energieagentschap IEA een stijging van 2,2 procent, ofwel 1,82 miljoen vaten, tot 83,2 miljoen. China neemt zo'n 30 procent van de 1,82 miljoen vaten af.

Het IEA verwacht dat de vraag naar olie dit jaar zal stijgen met 3,2 procent tot 81,4 miljoen vaten per dag. Volgens het agentschap worden er dit jaar gemiddeld 79,4 miljoen vaten per dag geproduceerd. Er kan dus geen buffer worden gevormd, die bij eventuele problemen kan worden aangesproken. En juist die problemen liggen op de loer.

Zo is er later deze maand het referendum over de positie van president Chávez van Venezuela, een belangrijke olie-exporteur voor de VS, waardoor er binnenlandse onlusten kunnen ontstaan; is er interne onrust in olie-producent Nigeria en blijft de angst voor aanslagen bestaan die de toevoer kunnen verstoren. Ook is er te weinig raffinagecapactiteit en komt de productie van Irak moeizaam op gang. Bovendien moet de Russische oliegigant Yukos, dat 2 procent van de wereldconsumptie voor zijn rekening neemt, de productie wellicht stilleggen vanwege een bankroet.

De officiële doelstelling van OPEC is om de olieprijs tussen de 22 en 28 dollar te houden, maar niemand gelooft daar nog in. De landen in het Midden-Oosten hebben een olieprijs nodig van 30 dollar om hun begroting sluitend te krijgen en de kosten van de explosieve bevolkingsgroei en hoge werkloosheid te betalen. Analisten denken dat de prijs van olie de richting op gaat van een nieuwe evenwichtsprijs van 30 tot 32 dollar. De markt schiet in zo'n situatie vaak door. Dit proces wordt nog eens gestimuleerd door hegde funds, die actief speculeren op de olieprijs, en andere beleggers zoals de grote pensioenfondsen. Die zijn op zoek naar korte-termijn marges en hebben inmiddels de oliemarkt ontdekt.

Een halt aan de stijgende olieprijs kan worden toegeroepen door het afnemen van de vraag. Dit kan gebeuren in geval van minder economische groei, maar analisten denken dat de WTI-olie moet stijgen naar 48,50 dollar per vat om aan de groei van de vraag in de VS te kunnen voldoen. Andere prijsdempende factoren zijn een verkiezingenwinst in de VS van John Kerry die wil dat de VS minder afhankelijk wordt van olie, rust in Irak, of als landen als Saoedi-Arabië buitenlandse olieconcerns de gelegenheid geven te investeren in de sector. Een schrale troost voor de consument is wellicht dat de olieprijs in de jaren tachtig boven de tachtig dollar stond.