Korteweg

In haar interview met dichter Anton Korteweg (Cultureel Supplement, 16 juli) stelt Marjoleine de Vos dat de openingszin van het gedicht `Wassenaarse Slag' niet grammaticaal zou zijn. Korteweg geeft toe dat het hier gaat om een foutieve samentrekking. Laten we die zin even nader bekijken: `Als de stalling dicht, De Zeester weg en/ het strand weer is van wie het is, ()'. Er staat niet zoals De Vos citeert: `het strand is weer' maar `Het strand is weer van wie het is'. De toevoeging `van wie het is' fungeert als naamwoordelijk deel en heeft de vorm van een gezegdezin. Niks geen zelfstandig werkwoord, gewoon een koppelwerkwoord zijn, zoals het samengetrokken is ook een koppelwerkwoord is in: `De stalling (is) dicht' en `De Zeester (is) weg'. Dat is volgens de regels. Het verwijt aan Korteweg is dus ten onrechte