`Ik kan niet schrijven zonder de hulp van het verhaal'

Renate Dorrestein houdt van het `laatste gepiel' aan een boek. Dat deed ze onlangs aan een Italiaanse keukentafel, vertelt ze in een serie over schrijvers die deze zomer een boek voltooien.

Renate Dorrestein is net teruggekeerd van haar vakantie in Italië. Samen met haar vriend huurde ze een huis aan de `baai der poëten', tussen Genua en Pisa, waar in de negentiende eeuw Byron en Shelley verbleven. Dorrestein legde daar de laatste hand aan haar roman Zolang er leven is. ,,We keken vanaf honderdvijftig meter hoogte uit over de baai'', vertelt ze thuis in Aerdenhout. ,,De zee was elk moment van de dag weer anders. In de keuken hadden we ons kantoor gemaakt, samen zaten we daar de hele dag aan de tafel te werken. Logés hebben gefotografeerd hoe we 's middags om drie uur nog steeds in onze pyjama's achter de laptop zaten.''

Eerdere boeken schreef Dorrestein gedeeltelijk in onherbergzame en verlaten provincies in Schotland. ,,Dat vond ik passen bij de aard van mijn werk. Nu heb ik de Italië-kant ontdekt. De lichte, vrolijke Italiaanse atmosfeer heeft het boek net het tikje gegeven dat het nodig had. Het is zonniger uitgepakt dan wanneer ik het thuis had afgemaakt.'' Het boek ligt nu bij haar redacteur, Mizzi van der Pluijm. ,,Voor mij is een redacteur heel belangrijk. Ik heb een redacteur nodig die met me meeleest, ook eerder versies van het boek ziet.'' De komende weken kan Dorrestein tot rust komen, zonder een boek dat haar gedachten bepaalt. ,,Dat is heerlijk. Maar als ik een boek af heb, ben ik altijd een beetje angstig. Vind ik wel een nieuw verhaal? Eigenlijk zou ik het liefst de volgende dag aan iets nieuws beginnen.''

Toen Dorrestein Zolang er leven is meenam naar Italië was het bijna klaar. ,,Er was alleen een probleem met de spanning, sommige passages waren te expliciet. Wat het ook ingewikkeld maakte was het perspectief. Er zijn vier vertellers in het boek. Wisselen van perspectief is zwaar voor de lezer, je moet dat dus aantrekkelijk zien te maken.'' Dorrestein vindt het leuk, het `laatste gepiel' aan een boek. ,,Als het goed is vindt het verhaal dan zijn vervulling. Je ziet dat het, gek genoeg, is geworden wat je had bedoeld, zonder dat je wist wat je precies bedoelde. Nu het zover is, ben ik in staat de personages los te laten. Die gaan gewoon door met hun leven, na dit boek. Ze waren er ook al voordat ik begon te schrijven. In het boek heb ik een deel van hun bestaan zo goed mogelijk uitgelicht.''

In Het geheim van de schrijver (2000) heeft Dorrestein het over de `initiële flits oftewel de Big Bang die het boek mogelijk maakt'. Deze keer kwam die flits op het moment dat ze een berichtje las in de krant: er was op klaarlichte dag in het ziekenhuis een baby uit de couveuse gestolen. Dorrestein: ,,Dat zette mijn fantasie aan het werk. Wat gebeurt er met zo'n gezin waaruit het kind verdwijnt? Het werd concreet toen mijn zwager, die bij de recherche werkt, op een verjaardagsfeestje vertelde dat vermissingen voor de achterblijvers erger zijn dan moorden voor de nabestaanden. Ik kan me dat wel voorstellen. Een gewelddadige dood, daar kun je je tanden inzetten, maar wat doe je nadat iemand is verdwenen? Je hele leven wordt dan opgeschort tot een groot wachten. Het ongewisse, de permanente onzekerheid is de meest verontrustende toestand die er bestaat.''

Tijdens het werken aan Noorderzon (1986) draaide de schrijfster voortdurend muziek van de film Local Hero. Bij het nieuwe boek bleek een cd van Nick Cave te passen, No More Shall We Part (2001). Dorrestein: ,,Vooral in de laatste fase van het schrijven begin ik de stemming van een boek echt te snappen. Daar hoort dan bepaalde muziek bij, die ik draai van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat. Nick Cave is duister en broeierig. Op die cd staat een nummer over kinderen die verdwenen zijn, dat realiseer ik me nu pas goed. `Where is Mona?' zingt hij. `She's long gone./ Where is Mary?/ She's taken her along./ But they haven't put their mittens on/ And there's fifteen feet of pure white snow.' Niet alleen dat liedje, willekeurig welke flard van die cd brengt me in de juiste stemming.''

Dorrestein werkte veertien maanden aan Zolang er leven is. Op de dag dat ze begon kreeg haar moeder een hersenbloeding en ze werd dement.,,Het duurde acht maanden totdat er een definitieve woonplek voor haar was gevonden'', vertelt ze. ,,In die tijd was ik een van haar mantelzorgers, evenals mijn broer en zus. Als ik weer thuis kwam, ging ik aan het werk. Het was grimmig wat er in het echt gebeurde, gelukkig kon ik dan steeds het universum van dat boek in stappen.''

Onzekerheid speelde haar vroeger bij het schrijven nog weleens parten. Vooral het werk aan Een sterke man (1994) werd getekend door twijfel, tot het allerlaatst aan toe. Over Zolang er leven is was Dorrestein al in een vroeg stadium heel zeker. ,,Het ging zo makkelijk. Ik maak nooit een plan, ik begin maar ergens te schrijven in de hoop dat het verhaal zich zal ontvouwen In dit geval ging het harmonieus. Ik had zo'n goeie maat aan dit verhaal, we werkten als een team samen. Een heel genoeglijke, bijna gezellige manier van werken.''

Wordt ze niet wantrouwig als het zo goed gaat? Schrijven moet toch zwaar zijn? ,,Ik heb schrijven nooit zwaar gevonden. Er zijn wel eens lastige fases bij het werken aan een boek, maar ik weet nu dat je die meestal overwint. Mijn ervaring is een steun in de rug. Aan diepe wanhoop lijd ik nooit meer. Weet je wat ik zwaar zou vinden? Een boek helemaal uitdenken op het droge, voordat je begint te schrijven. Thomas Rosenboom doet dat, die maakt ingewikkelde schema's voordat hij begint. Ik snap niet hoe hij het voor elkaar krijgt. Ik zou nooit een verhaal kunnen uitdenken zonder dat ik de hulp had van het verhaal zelf.''

`Zolang er leven is' moet aan het eind van het jaar verschijnen bij Contact.