Een gemiste kans voor Shell

Tot tweemaal toe heeft de leiding van Shell de berichtgeving in NRC Handelsblad openlijk gekritiseerd. Helaas gebeurde dat achteraf, toen de paginagrote artikelen over de crisis binnen het eens zo solide energieconcern al waren verschenen. Geen lezer die zo nog kon beoordelen wie gelijk had: de journalistieke David of oliereus Goliath.

Shell ligt al geruime tijd onder vuur van de media. Eind vorig jaar en begin dit jaar waren het vooral de New York Times, Wall Street Journal en Financial Times die kritische stukken schreven over de wijze waarop Shell was georganiseerd, de kosten berekende, cijfers over olievoorraden flatteerde en informatie naar buiten verstrekte.

De belangstelling van de internationale pers werd verder aangewakkerd, toen Shell begin dit jaar de oliereserves met 23 procent moest afwaarderen en beursautoriteiten, justitie en gedupeerde beleggers in verschillende landen begonnen met procedures wegens misleiding.

Shell zelf zat intussen ook niet stil. Het concern liet een extern onderzoek uitvoeren, ontsloeg enkele topmanagers en kwam vorige week met Amerikaanse en Britse beursautoriteiten tot een voorlopige schikking van in totaal 126 miljoen euro. Andere procedures lopen nog.

In het voorjaar begon NRC Handelsblad met eigen onderzoek. In eerste instantie leidde dat tot een `bedrijfsprofiel' op 10 april. Dat werd medio juni gevolgd door drie meer dan paginagrote artikelen over de reken-je-rijk bedrijfscultuur die tot de crisis had geleid. Voorlopige eindpunt van de reeks was een artikel over de kostenpositie van de divisie Exploratie en Productie op 24 juli onder de kop `Fraaie beeldvorming, modale prestaties'. Shell zou er twee jaar geleden minder goed voorgestaan hebben dan het zelf suggereerde.

Het is niet makkelijk door te dringen in een concern als Shell en dus verdient de redactie een compliment voor de uitvoerige beschrijving van de gang van zaken binnen het bedrijf. Leerzaam ook voor andere grote bedrijven. Weliswaar worden sommige bronnen anoniem geciteerd (wat de controleerbaarheid verkleint) en komen relatief veel oud-medewerkers aan het woord (van wie sommigen mogelijk rancuneus zijn), maar dan nog blijven ruim voldoende citaten over van met name genoemde bronnen en vooral e-mails en documenten om de conclusies te onderbouwen.

Dat hier en daar de vertrouwelijkheid is geschonden (most confidential stond op sommige stukken) is te rechtvaardigen, gezien het grote belang dat het publiek – met of zonder aandelen – heeft bij het functioneren van Nederlands grootste multinational. Wanneer het documenten betreft die tientallen en soms honderden mensen kennen, is dat ook niet zo'n probleem. Grotere voorzichtigheid is geboden bij persoonlijke e-mails. Daarbij moet van geval tot geval worden bekeken of publicatie echt nodig en verantwoord is.

Het blijft verwarrend dat de bestuurders van Shell tot tweemaal toe – eerst in een ingezonden stuk, later in een reactie via verschillende media – lieten weten zich niet te herkennen in het geschetste beeld. Een van de voornaamste aantijgingen, geuit door een ex-werknemer, zou ,,absoluut niet te onderbouwen zijn''. Ook ontkende Shell bepaalde informatie te hebben verzwegen voor aandeelhouders.

Hier wreekt zich het feit dat de verantwoordelijke bestuurders van Shell niet aan het woord zijn gekomen. Hadden zij eerder willen reageren, dan hadden de lezers de verwijten en het verweer tegen elkaar kunnen afwegen. Ze hadden dan ook de visie van de Shell-leiding op de problemen kunnen vernemen. Nu lazen ze slechts dat Shell ,,commentaar weigerde''. Achter dat zinnetje gaat een wereld van miscommunicatie schuil.

Toen de NRC Handelsbladredacteuren Heleen de Graaf en Tom-Jan Meeus in april bezig waren met hun eerste grote stuk, hebben zij Shell op dinsdag 6 april om een gesprek gevraagd ,,met het oog op een zaterdag te publiceren bedrijfsprofiel''. Shell liet de volgende dag weten eerst de vragen te willen weten, mede om te bepalen wie daarop het beste konden reageren. De krant liet vervolgens weten het `praktischer' te vinden vrijdag het concept-artikel te sturen en daarop commentaar te vragen. Dat is gebeurd, waarop Shell reageerde met de `kanttekening' dat het bedrijf ,,onmogelijk gedetailleerd [kon] reageren'' gezien de lopende onderzoeken en de acties die Shell ondernam om de problemen op te lossen. Eind juni zou Shell op de aandeelhoudersvergadering en eind juli bij de presentatie van de halfjaarcijfers meer kunnen zeggen.

De redacteuren hebben nog diverse malen contact gezocht met Shell. Een enkele keer gebeurde dat rijkelijk laat (,,Shell wilde vanmorgen niet op vragen van deze krant ingaan''), maar dat was meestal niet het probleem. Het antwoord was steeds dat Shell lopende de onderzoeken niet wilde reageren.

De voorlichtingsdienst van Shell zegt desgevraagd te betreuren dat die overwegingen zo summier (`geen commentaar') aan de lezers zijn meegedeeld. Bovendien zou de lezer niet duidelijk zijn gemaakt dat Shell verschillende malen wel openheid heeft betracht, ook over de tegenvallende kostenreducties, niet alleen tegenover beursautoriteiten en justitie, maar ook in persberichten, op persconferenties en bijeenkomsten van financiële analisten.

Volgens de NRC Handelsblad-redacteuren heeft de krant daarvan wel melding gemaakt, maar werd de kern van de artikelenserie (het bedrijf gaf een te rooskleurig beeld van zichzelf, terwijl het allang wist dat dit niet klopte) daardoor niet ondergraven.

Dat NRC Handelsblad belangrijke onthullingen heeft gedaan, zal niemand ontkennen, maar op een aantal punten blijven de meningen van Shell en de krant ver uiteenlopen. Het is jammer dat de lezer die verschillen in visie niet duidelijker te horen kreeg. Dat ligt voor een belangrijk deel aan Shell dat niet wilde reageren op punten die direct of indirect met de onderzoeken van beursautoriteiten en justitie samenhingen. Maar het verbaast ook dat een krant die al zo lang contacten met Shell onderhoudt, die ook af en toe persgesprekken bijwoont met de top van het bedrijf, er niet in is geslaagd de visie van de nu verantwoordelijke bestuurders beter tot haar recht te laten komen.

Dat had niet in mindering hoeven te komen op de feiten die de krant boven water heeft gehaald. Maar de lezers hadden beter kunnen beoordelen hoe zij de verschillende visies op die feiten moesten wegen.

Piet Hagen, oud-hoofdredacteur van `De Journalist', blikt eens in de veertien dagen kritisch terug op de berichtgeving in NRC Handelsblad. Alle eerdere bijdragen op www.nrc.nl/krantachteraf