Een douceurtje uit kinnesinne

De Zalmsnip wordt volgend jaar afgeschaft, want volgens het kabinet maken de gemeentes er alleen maar misbruik van.

Het was bedoeld als een simpele manier om de koopkracht van iedereen te verbeteren. Maar de zogenoemde Zalmsnip vertoonde complicerende bijverschijnselen die het huidige kabinet ertoe brengen deze `paarse' premie per 1 januari 2005 af te schaffen.

De Zalmsnip stamt uit 1998, een jaar waarin twee ministers in één kabinet zaten die het, eufemistisch gezegd, niet erg goed met elkaar konden vinden. Minister van Sociale Zaken Ad Melkert (PvdA) had zijn Melkert-banen en had zich in 1997 geprofileerd met een koudetoeslag die er voor moest zorgen dat de strenge winter niet te veel vat zou krijgen op met name de zwakkeren in de samenleving. Melkerts antagonist Gerrit Zalm (VVD), toen en nu minister van Financiën, bleef niet achter en verrijkte tijdens alweer een koude winter in 1998 het taalgebruik met de Zalmsnip: honderd gulden – een `snip', naar de vogel op het 100-guldenbiljet – ter compensatie van de hoge energierekening.

Daar had iedereen last van, dus moest de Zalmsnip ook bij iedereen terecht komen. Bijna iedereen betaalt het gebruikersdeel van de onroerendezaakbelasting, het rioolrecht en de reinigingsheffingen. En dus schreef het kabinet de gemeenten dwingend voor dat ze 100 gulden op die heffingen moesten korten. Het geld ervoor kwam uit het gemeentefonds, de rijksbijdrage aan de begrotingen van alle gemeenten. Het kabinet stortte er jaarlijks 680 miljoen gulden extra in – nu 325 miljoen euro.

Twee jaar lang ging dat min of meer goed, hoewel de gemeenten wel zaten met vragen. Moeten we de Zalmsnip ook uitkeren aan mensen die niet zelfstandig wonen, zoals studenten en bewoners van verzorgingstehuizen? Het rijk zei van wel, maar met name studentengemeenten vonden dat ze daar onvoldoende geld voor kregen. En: krijgen eigenaren van een tweede huis in Nederland (een recreatiewoning) de Zalmsnip twee keer? Het gerechtshof in Leeuwarden zei ja.

In 2000 kregen de gemeenten meer vrijheid om de Zalmsnip uit te keren. Maar wel met de mededeling van het kabinet dat men dat ding graag wilde afschaffen. Het zette de gemeenten ertoe aan de Zalmsnip steeds minder `generiek' (voor iedereen) te maken en steeds meer te richten op ondersteuning van de laagste inkomens. Daartoe had de regeling ook aanleiding gegeven, want die voorzag erin dat maximaal een kwart van de 100 gulden mocht worden ingezet voor gericht minimabeleid. Zodoende gingen steeds meer gemeenten de Zalmsnip geheel of gedeeltelijk naar eigen inzicht besteden, waardoor het almaar onduidelijker werd of die, inmiddels, 45,38 euro wel bij iedereen terecht kwam. Of alleen bij al dan niet belasting betalende burgers met een laag inkomen.

Zo besloten Delft, Boskoop en Ameland de Zalmsnip niet meer uit te keren, maar volledig te gebruiken om het lot van de laagste inkomens te verlichten. Dat mag dus niet. Minister Remkes van Binnenlandse Zaken (VVD) tikte de drie dan ook op de vingers. Want door met de Zalmsnip de inkomens van minima te ondersteunen doet een gemeente aan inkomensbeleid en dat is voorbehouden aan het rijk.

Het reserveren van de Zalmsnip voor de laagste inkomens vergroot de zogenoemde armoedeval, terwijl het inkomensbeleid van dit kabinet er zo veel mogelijk op is gericht die te verkleinen. De armoedeval ontstaat als iemand er netto op achteruit gaat als hij van een uitkering naar een baan gaat, of van een laag salaris naar een hoger salaris. Doordat daarmee allerlei inkomensafhankelijke extra's kunnen komen te vervallen, kan het totale inkomen minder worden. Dat stimuleert niet bepaald tot arbeidsdeelname.

Mede daarom schaft dit kabinet de Zalmsnip nu af – ook omdat het gebruikersdeel van de onroerendezaakbelasting toch al wordt afgeschaft. Omdat bijna ieder huishouden die belasting betaalt, profiteert ook bijna iedereen van die afschaffing. Ongeveer zoals Zalm het in 1998 met de naar hem genoemde snip had bedacht.