Dossiers over liquidaties in handen criminelen

Vertrouwelijke dossiers van de Amsterdamse politie over enkele geruchtmakende liquidaties in de hoofdstad zijn terechtgekomen in handen van criminelen.

De rijksrecherche onderzoekt hoe dit kon gebeuren. De vertrouwelijke dossiers bevatten onder meer informatie uit telefoontaps, inlichtingen van ten minste één informant van politie of justitie en analyses over gepleegde liquidaties. Zij circuleren al geruime tijd op grote schaal in het criminele circuit.

Intern wordt ernstig rekening gehouden met de mogelijkheid dat criminelen opsporingsambtenaren hebben omgekocht in ruil voor die dossiers, zo bevestigen betrokkenen bij de Amsterdamse politie. Officieel geeft de politie ,,geen enkel commentaar''.

Het gaat om dossiers waarvan de gevoeligheid zo groot is dat zij intern bij justitie en politie slechts op zeer beperkte schaal beschikbaar waren.

Zo worden er adressen van woningen genoemd die worden gebruikt om wapens en drugs op te slaan en staan er namen in van ondernemers en telefoonnummers van criminelen.

Het uitlekken van de analyses, processen-verbaal van de Criminele Inlichtingendienst (CID), heeft tot nieuwe onrust in de onderwereld geleid. De dossiers zouden na de ontvreemding eerst hebben gecirculeerd onder criminelen. Vervolgens is gepoogd om de informatie eruit naar verscheidene media `te lekken', ook weer met de bedoeling om onrust en verdeeldheid te zaaien in het circuit. Delen van het dossier circuleren al enige tijd op internet.

De dossiers zijn gewijd aan pogingen de aanslagen op Jan Femer en Sam Klepper op te lossen. Femer werd op 23 september 2000 geliquideerd op de Haarlemmerdijk in Amsterdam, Sam Klepper op 10 oktober 2000 voor zijn woning aan de Van Leijenberghlaan in Amsterdam.

Doel van het onderzoek was, behalve het oplossen van die aanslagen, het voorkomen van nieuwe gewelddadigheden in het criminele circuit en het afgeven van een `niet mis te verstaan signaal' dat dit soort praktijken niet wordt getolereerd.

Inmiddels zijn na Femer en Klepper onder anderen George Plieger, Jules Jie, `Schele' Henk Boom, Cor van Hout, Bertus Lüske, Willem Endstra, Mounir Barsoum en enkele Joegoslaven vermoord.

Uit afgeluisterde telefoongesprekken zou zijn gebleken dat met name één topcrimineel `voorkennis' van de aanslag op Klepper had en wist wie de opdrachtgever was. Verder zou een aantal criminelen hebben rondgebeld en sms'jes hebben rondgestuurd om te achterhalen wie voor de moord verantwoordelijk is geweest. [Vervolg POLITIEDOSSIERS: Pagina 2]

POLITIEDOSSIERS

Hypothesen over liquidaties criminelen

[Vervolg van pagina 1] Het dossier maakt er melding van dat één keer een reeks geplande liquidaties niet door zou zijn gegaan. Drie criminelen zouden op dezelfde dag moeten worden vermoord. Die drievoudige liquidatie ging uiteindelijk niet door omdat er op de plaats waar dat moest gebeuren, te veel politie op de been was.

Eén hypothese in het dossier luidt dat de moorden op Klepper en Femer het gevolg zijn van een omvangrijke xtc-ripdeal. In deze optie zou een hoofdstedelijk bekende ondernemer, samen met een ander, opdracht hebben gegeven aan een Joegoslaaf om Klepper en Femer te liquideren. Het is de enige keer dat in het dossier wordt gewezen op een mogelijke betrokkenheid van `Joego's'. De ondernemer zou een xtc-transport naar Engeland hebben gefinancierd. Maar van het geld dat dit zou hebben opgeleverd, indertijd 25 miljoen gulden in Britse ponden, zouden de financiers uiteindelijk helemaal geen geld hebben ontvangen.

Ook hierbij gaat het in de dossiers nadrukkelijk om een van de mogelijke opties. De betrokken persoon is slechts een van de vele mogelijke opdrachtgevers. Het dossier geeft een selectie van hypothesen. Ook wordt geopperd is dat de moord op Femer past in een keten van wraak en weerwraak na een ,,geripte partij MDMA'' in de jaren negentig in Brabant.