De tijd is van geen enkel belang

Tussen de Tweede Wereldoorlog en de economische opleving van de Ierse economie in de jaren negentig, ontvluchtten veel jonge mannen de armoede en uitzichtloosheid van het Ierse platteland. In groten getale trokken ze naar Londen, Manchester en Coventry, waar ze werk vonden in de bouw of industrie. Door het sturen van wekelijkse bijdragen naar hun familie in Ierland hebben ze een grote rol gespeeld bij het bereiken van de hedendaagse economische welvaart. Maar zelf hebben zij hun thuis voorgoed verloren. Als arbeiders leefden ze in armoedige omstandigheden, en stonden ze bovendien bloot aan discriminatie – Britse pensions in die tijd adverteerden met de slogan `No blacks, no dogs, no Irish'. Inmiddels bejaard leven zij nu in wat er over is van de Ierse getto's aldaar, berooid, en vaak in slechte geestelijke en lichamelijke gezondheid en ten prooi aan alcoholisme.

Dit is ook het verhaal van Johnny, een van de personages uit Aan het meer, de laatste roman van de befaamde Ierse schrijver John McGahern. Hoewel Johnny niet uit armoede, maar vanwege de liefde naar Engeland vertrok, eindigt ook hij als trieste vrijgezel en fabrieksarbeider, met als hoogtepunt van zijn bestaan de jaarlijkse zomervakantie bij zijn familie in Ierland.

Bij de verschijning in Ierland werd Aan het meer buitengewoon lovend ontvangen. Een groot verschil met de reacties op McGaherns tweede boek The Dark, want dat werd in de jaren zestig vanwege vermeende obsceniteiten verbannen door de rooms-katholieke kerk, evenals Edna O'Briens The Country Girls. En net als O'Brien zocht McGahern zijn heil in Londen, nadat hij als gevolg van het schandaal zelfs zijn baan als leraar was kwijtgeraakt. Pas in de loop van de jaren tachtig werd de schrijver gerehabiliteerd in zijn geboorteland en in 1990 haalde McGahern als ultieme triomf de shortlist van de Booker Prize met de roman Amongst Women (in het Nederlands vertaald als Tussen vrouwen).

Aan het meer beslaat een jaar in het dagelijks leven van een kleine gemeenschap in het westen van Ierland. Joe en Kate Ruttledge, een kinderloos echtpaar van middelbare leeftijd, zijn de spil van het boek. Zij hebben bewust gekozen voor het plattelandsleven, toen zij hun carrières in de Londense reclamewereld verruilden voor een boerderijtje in Joe's geboortestreek. De meeste overige personages zijn eenvoudigweg geboren aan het meer en zullen er ook sterven. Zoals Bill Evans, de simpele boerenknecht van een paar boerderijen verderop, buren Jamesie en Mary, de plaatselijke rokkenjager John Quinn en Jimmy Joe McKiernan, begrafenisondernemer en fanatiek IRA-aanhanger. Ze doen hun dagelijks werk, gaan naar de jaarlijkse veemarkt, naar het dorp voor nieuwe tractoronderdelen of ze gaan bij elkaar langs voor een praatje – en dan is er altijd een verse pot thee, een bord sandwiches en een glaasje of twee Powers whisky.

Hun leven kabbelt even rustig voort als het water in het meer. En veel meer dan dat is er niet, maar McGahern geeft in zijn beschrijvingen niettemin blijk van respect voor al zijn personages. Typerend is ook dat de schrijver hen in hun dialogen en vertellingen regelmatig heen en weer laat schakelen tussen verleden en toekomstige tijd. De dagen daar vloeien immers rustig in elkaar over en het verstrijken van de tijd lijkt niet terzake doend.

Het is een liefdevolle omgeving en Johnny, Jamesie's broer, heeft het geluk dat zijn versleten hart het begeeft tijdens zijn jaarlijkse vakantie, en niet in het zoveel killere Londen. Respectvol wordt hij door zijn naasten afgelegd, en zij graven persoonlijk een graf voor hem op het plaatselijke kerkhof. Een graf met volgens de traditie het hoofdeinde naar het westen, zodat de overledene bij de wederopstanding de opgaande zon kan zien. Op deze gebeurtenis slaat de oorspronkelijke titel That They May Face the Rising Sun op, die een stuk waardiger klinkt dan de streekromanachtige, Nederlandse titel Aan het meer.

Zelfs het overlijden van Johnny veroorzaakt niet al te veel drama, omdat de dood nu eenmaal bij het leven hoort. Dat klinkt wellicht allemaal wat gezapig, en het is ook moeilijk om precies aan te geven waarom Aan het meer géén saai boek is. De oprechtheid van McGaherns proza speelt zeker een rol. Zijn beschrijvingen van het bevroren meer `dat tinkelde en klingelde als het water in beweging kwam', de avondlucht die ruikt naar `gras, geitenbaard en wilde kamperfoelie' en van het lammeren in de lente en het maaien en hooien aan het einde van de zomer, geven de roman en het leven aan het meer een authenticiteit en een kracht die in `opwindender' lectuur vaak ver te zoeken is.

John McGahern: Aan het meer. Uit het Engels vertaald door Anneke Bok. De Geus, 352 blz. €24,90.