De hoge dunk van de VS

De Amerikaanse hegemonie blijft Europeanen irriteren. Al in 1941 proclameerde Henry Luce de twintigste eeuw als the American century, en zijn bladen Time, Fortune en Life waren de herauten van de American way of life. Sindsdien probeert Europa in elk geval in economisch opzicht langszij te komen en de Amerikanen in te halen. Links of rechts.

In de jaren zestig schreef Jean-Jacques Servan-Schreiber zijn boek De Amerikaanse uitdaging. Aan het begin van deze eeuw sloegen de Europese regeringsleiders de handen ineen om van Europa in tien jaar de meest concurrerende economie maken. En al boekt Europa geen voortgang, op Amerika is het vrij schieten. De bedrijfsschandalen. De opgepompte salarissen en ego's van de bedrijfsbazen. En hoe zit het dan met die heldendaden van de Amerikaanse economie? Die vallen welbeschouwd erg tegen, legt Donald Kalff uit in zijn boek Onafhankelijkheid voor Europa. Het einde van het Amerikaanse ondernemingsmodel.

Kalff, die eerder bij Koninklijke/Shell werkte, onder meer in strategische planning, en later bij de KLM de belangrijkse onderhandelaar werd bij fusies, is een van die Europese schrijvers die de afgelopen tijd vragen zetten bij de Amerikaanse economische successen. Europe's underrated economy, kopte weekblad The Economist onlangs op zijn voorpagina.

Wat blijkt? De Amerikaanse statistieken, zoals die voor de productiviteit, worden heel anders berekend dan de Europese. Wie gelijke grondslagen vindt, ontdekt dat de Amerikaanse en Europese economische prestaties veel minder uiteenlopen dan politici, burgers, beleggers en media wel denken.

`Dankzij die superioriteit behoren het vrije marktkapitalisme op z'n Amerikaans en zijn vlaggenschip, het Amerikaanse ondernemingsmodel, tot de meest succesvolle exportproducten van de VS', constateert Kalff. Hij maakt er korte metten mee: boekhoudschandalen, eendimensionale concentratie op aandelen, sociale desintegratie en schuldenbergen. `Tien jaar lang is onder het mom van ,,creatieve destructie'' roofbouw gepleegd.'

Van de overgewaarde Amerikaanse macro-economische cijfers stapt Kalff over naar de overgewaarde Amerikaanse ondernemingsvorm, althans die van de beursgenoteerde bedrijven, die zelfs in Amerika een minderheid van de economie uitmaken. Hij laakt de macht van eenlingen aan de top, van de adviseurs, van de opleidingsinstituten voor jonge managers en van de media die achter de bazen aanlopen. Maar welke invloed de micro-economie van het bedrijfsleven precies op de macro-economie heeft, blijft schimmig.

Daartegenover zet hij een Europees ondernemingsmodel, met culturele waarden als samenwerking, teamwerk, een sleutelrol voor het middenkader en begripsvolle lange-termijnaandeelhouders. Hier ontpopt hij zich als een ware gelovige in zijn eigen model: veel uitleg, maar weinig tastbare voorbeelden.

Daarbij veronderstelt Kalff vanzelfsprekend dat er zoiets bestaat als Europa en gedeelde Europese bedrijfswaarden. Alsof Europa ook niet verdeeld is, niet alleen oud versus nieuw, maar ook Noord tegenover Zuid. Werknemers in Scandinavië, Engeland, Nederland en Noord-Duitsland kunnen in werkethiek en opvattingen misschien wel gemakkelijker samenwerken met Oostkust-Amerikanen dan met Italianen en, wellicht, met Turken. Bijvoorbeeld als het gaat over de rol van een vrouw als topman.

Donald Kalff: Onafhankelijkheid voor Europa. Het einde van het Amerikaanse ondernemingsmodel. Business Contact, 224 blz. €27,50